Hoofdstuk 20

23 6 1

Hij kwam te laat.

Bij de puinhoop van een half ingestorte muur, stond Lard te schreeuwen. De paniek liet zijn stem overslaan. Een rode streep liep vanaf zijn wang naar beneden, maar de man negeerde de wond en deed verwoede pogingen om de dikke brokstukken weg te slepen.

Het kostte Roylen maar enkele tellen om te begrijpen wat er aan de hand was, toen schoot hij de man te hulp.

"Leni! Leni is daarbinnen. Bij Tagmar, alsjeblieft, Roy, mijn dochter."

Roylen legde een hand op Lards schouder en sloot zijn ogen. Hij vond het kleine meisje meteen. "Ze leeft nog. Lard, ze leeft nog, ze is bang, maar het gaat goed. Ze zit in de kelder."

Zonder op een reactie te wachten, knielde hij neer en taste met zijn gave de grond af. "Ze is veilig, voor nu. De gevormde kelder is heel en daar is ze."

Toen hij weer opkeek, zag hij dat anderen op het tumult af waren gekomen en vlug stond hij op. Met man en macht werkten ze om de gevallen stenen weg te halen. Roylen hield de hele tijd een hand tegen het gesteente en wees welke stukken ze veilig konden verwijderen. Plotseling riep hij: "Stop, niet verder trekken."

Meteen stond iedereen stil.

"We kunnen niet verder vanaf deze kant, dan stort er nog meer in."

"Hoe weet je dat, Roy?" Een andere constructor keek hem fronsend aan, het zweet stond op zijn voorhoofd.

Zonder zich nog langer druk te maken of hij teveel zei, legde Roylen haastig uit: "De trillingen hebben haarscheurtjes veroorzaakt door de gehele structuur heen. Waarschijnlijk al die jaren al." Hij wendde zijn blik tot Lard. "Het spijt me zo, Lard, ik had dit meteen moeten zeggen, zodra ik het voelde. Is Caddy buiten? Ja, goed zo. En het andere huis? Waarom heeft niemand verteld dat de grond hier elk jaar trilt?"

"Het leek ons niet zo belangrijk, dit is nog nooit eerder gebeurd", zei een nieuwe stem achter hem.

Hij draaide zich om en stond oog in oog met de gewesthare, die knipperde een paar keer verbaasd met zijn ogen en opende toen zijn mond. Roylen werd echter gered van een volgende onthulling door Lard, die schreeuwde: "Wat moeten we dan nu doen? Mijn dochter zit daar vast."

Ieders aandacht was onmiddellijk weer gefocust op de voor de hand liggende taak. Een van de constructors begon aan een nieuwe steen te trekken, waardoor Roylen opnieuw riep: "Niet doen!" Geef me een moment.

Met zijn hand tegen de muur die nog stond, begon hij naar de zijkant te lopen. Zoekend naar manieren om het huis af te breken, zonder dat er nog meer instortte. De vloer boven de kelder waar Leni zat, was nu nog heel, maar ook dat gesteente was oud en broos geworden.

Achter hem mompelde iemand waarom hij de opdrachten uitdeelde en hij trok zijn schouders in toen hij de gewesthare verbaasd hoorde antwoorden: "Dat is Roylen, wist je dat niet?"

De stilte die volgde, was veelzeggend.

Opnieuw werd hij echter gered uit de netelige situatie door een onderbreking. Een zeer onwelkome dit keer. Een nieuwe trilling drong vanuit de aarde tot hem door en achteruit stappend schreeuwde hij: "Allemaal achteruit, een nieuwe trilling komt!"

Ditmaal gehoorzaamde iedereen hem zonder weerwoord. Gekraak van links deed een paar vrouwen gillen. Het dak van het tweede huis stortte in. Gelukkig was er niemand meer binnen.

Tot zijn afgrijzen zag Roylen, nog voordat het gebeurde, hoe de stenen uit de nog rechtopstaande muur voor hem begonnen te schuiven. Zonder na te denken, rende hij het huis binnen door de open deur aan de kant waar de muren het nog hielden. De woonkamer was een chaos en boven het trapgat lagen enkele grote dakdelen die onmogelijk zonder hulpmiddelen op te hijsen waren. De trilling was nu ook voelbaar voor de Eloden buiten. Hij zette zijn handen tegen de wand die dreigde om te vallen en duwde. Zijn fysieke kracht was echter niet genoeg en terwijl er zowel buiten als in zijn hoofd geschreeuwd werd, werd hij bedolven onder grote brokken muur.

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu