Hoofdstuk 15

59 9 14
                                                  

Roylen voelde zijn keel droog worden. Zijn ogen vlogen over haar gezicht, naar haar lange haar, waarvan ze de punten op Tagmar zacht roze had laten kleuren en dat nu deels los en deels in vlechten haar gezicht omkranste. De neiging weerstaand een paar verdwaalde haren van haar voorhoofd weg te vegen, voelde Roylen hoe zijn ogen langzaam naar de hare werden teruggetrokken. Wat hij daarin las, benam hem de adem. Haar lichtgroene ogen stonden wijd open en de uitdrukking die hij erin kon lezen was kwetsbaar. Ze leek ineens zo jong.

Ze was bang en plotseling werd het leeftijdsverschil omgekeerd.

Roylen legde zijn hand om haar wang en overbrugde de laatste paar centimeters, tot zijn lippen de hare raakten en hij een schok door haar heen voelde gaan, zowel lichamelijk als mentaal.

De kus duurde niet langer dan enkele tellen, maar beiden waren buiten adem, toen ze terugweken.

Lajinthe keerde haar hoofd weg en haar mond ging open, vast om een verontschuldiging uit te spreken. Wat had hem bezield? Haar adem stokte echter en half fluisterend riep ze: "Roylen ... je vingers."

Hij volgde haar blik en bevroor. Zijn hand wegtrekkend van de plaats op de muur, waar hij houvast had gezocht tegen de storm aan emoties die plotseling losgebroken was, staarde hij geschrokken naar de vijf kleine kuiltjes die verschenen waren in het oppervlak van de steen.

Langzaam strekte Lajinthe haar hand uit naar de muur en haar vingers gleden over de kuiltjes, hem daarmee een rilling over zijn rug bezorgend. "Ze zijn nog warm."

Roylen durfde zich niet te bewegen.

"Dit heb jij gedaan."

"Waarom nu opeens?" Zijn keel was schor.

"Ik kan wel wat bedenken." Lajinthe glimlachte verlegen. "Roylen, ik-"

Hij legde haar het zwijgen op, door twee vingers tegen haar mond te leggen. "Geen verontschuldiging. Geef me alsjeblief niet het gevoel dat ik iets verkeerds heb gedaan."

Ze knikte en keek nogmaals naar de vingerafdrukken in de steen. "Kun je het nog een keer?"

"Jouw kussen? Ja hoor." In gedachten gaf hij zichzelf een stomp, maar hij kon er niets aan doen. Plotseling voelde hij zich uitzinnig.

Een giechel wegmoffelend, gaf ze hem een tik op zijn arm. "Je weet best wat ik bedoel."

"Ik heb geen idee, dan zou ik eerst moeten weten hoe ik het de vorige keer heb gedaan. Misschien moeten we alle stappen gewoon herhalen."

Lajinthe wilde zijn opmerking weglachen, maar Roylen was deels serieus geweest en boog zijn hoofd een stukje dichter naar haar toe.

"Dit kunnen we niet doen."

"Waarom niet?" Hij legde zijn linkerhand opnieuw tegen haar wang en Lajinthe sloot haar ogen.

Toen zijn mond wederom de hare vond, legde hij zijn rechterhand tegen de muur naast hem. Al snel gaf hij echter de poging op en ruilde de koude muur in voor de warmte van haar rug.

Hij voelde haar glimlach en hoorde haar zenden: "Zo gaat het niet werken, hoor."

Maar hij negeerde de woorden en gaf zich over, al de tijd hopend dat hij niet straks wakker zou worden in zijn kleine kamer in het paleis boven hun hoofden.

---

Gezocht naar een manier om Roylens gave te ontwikkelen werd er voorlopig niet meer. Lajinthe trok hem mee om te gaan zitten op de grond en een paar minuten keken ze elkaar stilzwijgend aan.

"Je bent niet schreeuwend weggerend", durfde hij tenslotte te zeggen.

De glimlach om haar lippen verbreedde. "Nee", fluisterde ze.

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu