Hoofdstuk 14

59 8 8
                                                  

Het was niet zijn vader die Roylen uiteindelijk kwam zoeken, niet zijn moeder of iemand anders van de volwassenen. Ook niet Lajinthe, wiens ongerustheid hij kon voelen, maar die hij bewust op een afstand hield. Het was zijn broertje Navid, die niet heel subtiel naast hem in het gras plofte.

"Dus, wat is er nou echt aan de hand?"

Met half dichtgeknepen ogen keek Roylen om, maar op Navids gezicht lag alleen maar een oprechte uitdrukking van nieuwsgierigheid. Hij zuchtte. "Ken je dat gevoel, wanneer iedereen je een bepaalde kant op duwt en je weet dat je die kant op moet gaan, maar tegelijk weet je ook zeker dat dat niet de goede kant is?"

Het bleef even stil. "Ehm... nee, niet echt."

Roylen draaide zijn hoofd terug naar het water voor hem. "Nee, dat dacht ik ook niet."

"Wil je geen heerser worden?"

De vraag bracht hem uit balans. Niemand had het hem zo rechtstreeks gevraagd en het verontrustte hem hoe snel het antwoord: nee in zijn hoofd sprong. Vlug duwde hij die gedachte ver naar achteren. Hij was er nog niet klaar voor om het zo hardop te zeggen. In plaats daarvan vroeg hij: "Wil jij dat?"

Toen Navid niet meteen antwoord gaf, keek hij weer om. Zijn broertjes blik was naar binnen gericht en hij zag hem kauwen op zijn wang.

"Misschien, ik weet het niet. Ik heb er nog niet echt over nagedacht. Moet ik daar over na gaan denken?"

Hij wilde zijn broertje geruststellen, zeggen: welnee, maak je niet druk, maar misschien was het juist beter om voorbereid te zijn. "Het kan helpen ... om ... het alvast te weten, voor jezelf. Ik wil je nergens toe dwingen."

"Dus, je wilt geen heerser worden?"

Rusteloos sprong hij overeind en begon heen en weer te lopen. "Ik weet het niet, Nav, ik kan je echt geen antwoord geven op die vraag. Voor hetzelfde geld denk ik er over een paar jaar heel anders over. Ik moet gewoon mijn verstand op nul zetten en doen wat van me verwacht wordt en dan, als ik helemaal klaar ben, dan kan ik een weloverwogen keus maken."

"Wauw, nu klink je net als pap."

Roylen trok een gezicht en liep weer een paar stappen bij zijn broertje vandaan. Daar bleef hij staan. "Stel je voor wat er zou gebeuren wanneer ik nu de knoop door zou hakken, als ik nu zeg: ik doe het niet. Stel je voor wat de Eloden dan zullen zeggen. Ze zullen teleurgesteld zijn, op zijn minst. Geen enkele andere heerser is ooit eerder weggelopen voor zijn taak." Voor de zoveelste keer draaide hij zich om. "Jij bent nog zo jong, maar ze zullen naar jou gaan kijken, al hun teleurgestelde hoop op jou richten. Ben je daar klaar voor?"

Navid stond ook op, hij was lang geworden in de jaren dat Roylen hem niet gezien had. Ze scheelden niet veel in lengte. Zijn broertje had meer de kleur van hun vader geërfd, dat scheelde. Meer Elodisch bloed, dat zou het volk fijn vinden. Hij grimaste.

"Ik ben drie jaar jonger dan jij, Roylen, maar ik volg precies dezelfde opleiding. Heb je je nooit afgevraagd waarom ik dat deed?"

Nee, dat had hij inderdaad niet. Beschaamd moest hij toegeven dat hij veel te veel bezig was geweest met zijn eigen leven.

"Ik zeg niet dat ik iets verwachtte zoals dit, helemaal niet, maar dit is wel wat ik wil, waar ik voor gekozen heb. Ik wil hetzelfde kunnen als jij en papa en in mijn hart weet ik ook dat ik net zo goed heerser kan zijn als een van jullie."

"Is dat wat je echt wil? Is er niets anders dat je graag zou willen doen?"

"Oh jawel hoor. Maar dat ligt alleen maar in het verlengde van wat ik nu al doe. Na deze opleiding en die voor hare, wil ik nog een paar jaar voor arts leren. Als ik geen heerser hoef te worden dan ga ik dat waarschijnlijk doen."

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu