Hoofdstuk 12

41 7 4

Er lagen geen verantwoordelijkheden op hem te wachten de komende dagen. Aan dat idee moest hij echt even wennen. Zelfs als hij zou besluiten de hele dag in bed te blijven liggen, dan zou niemand daar iets op aan te merken hebben. Nou ja, zijn moeder misschien. In haar gezonden 'goedemorgen' voelde hij de wens dat hij zijn gezicht gauw zou laten zien, maar ze drong niet aan.

Hoe aanlokkelijk het idee van in bed blijven liggen, starend naar het plafond en luisterend naar de geluiden van buiten, ook was, hij had andere plannen. Deze dag zou hij eindelijk zijn onderzoek voort kunnen zetten en na vier jaar was zijn gave zodanig gegroeid, dat hij heel wat meer verwachtte dit keer.

Bij de plaats waar hij voor het eerst de onderbreking in de gebruikelijke bouwstijl had gevoeld, stond hij stil en ditmaal wel zijn ogen sluitend, probeerde hij verder te reiken dan hem zo lang geleden gelukt was. Voor zijn geestesoog begonnen de stenen te gloeien alsof ze van binnenuit verlicht werden. Hij kon de contouren zien en hij zag ook onmiddellijk waar de muur overging in de vloer. De stenen achter deze eerste rij werden waziger en Roylen begreep dat hij toch echt in de afgesloten ruimte moest zijn, wilde hij zien wat er verborgen was.

"Roy?"

Met een schok keerde hij terug uit zijn concentratie en zijn ogen vlogen open. Voor hem stond Lajinthe, een frons lag op haar voorhoofd en vlug haalde Roylen zijn hand van de muur. Hij was niet meer het kleine jongetje dat rood aanliep en begon te stotteren, maar de knappe jonge vrouw maakte hem nog steeds verlegen. "Lajinthe, hai."

"Wat was je aan het doen?"

"Ik ehm... ik loop een rondje om Dauzats oude muren, een soort van welkom thuis-rondje."

"Ja, ja", Lajinthe glimlachte even om deze uitleg, maar vroeg niet meteen verder. "Welkom thuis."

"Oh, ja, dank je. Het is goed om hier weer te zijn." Tot zijn verbazing meende hij dat ook nog. Het was heerlijk geweest onafhankelijk te zijn en simpelweg Roy, maar Dauzat was toch thuis, hoe vervelend hij zijn vastgelegde toekomst ook vond.

Zoekend naar woorden om het gesprek op gang te houden, gleden zijn ogen telkens even naar de stenen aan zijn linkerhand. Natuurlijk wilde hij graag met Lajinthe praten, maar zijn nieuwsgierigheid won het. Hij moest gewoon weten wat er lag in de verborgen ruimte.

Ze merkte het, want uiteindelijk vroeg ze: "Is er iets met de muur?"

"Ik weet het niet," antwoordde Roylen in gedachten verzonken. "Ik kan het van deze kant niet ... vinden, maar aan de andere kant kan ik er niet bij."

"Wat ligt er aan de andere kant?" Haar vingers gleden kort over de glinsterende stenen en het koste hem een beetje moeite om het antwoord te articuleren.

"Ehm... opslagruimte. De afgesloten kamer met medicijnen en giftige stoffen."

Er kwam geen reactie en toen Roylen haar aankeek, zag hij dat ze wist wat hij wilde gaan vragen. Hij lachte even en biechtte toen op: "Vier jaren geleden ben ik de kamer binnen geslopen en heb ik geprobeerd te vinden wat ik zocht, maar dat faalde helaas. Ik zal niet nogmaals inbreken, maar ik kan jouw hulp dus goed gebruiken."

"Die kamer is toch afgesloten met een code?" Haar wenkbrauwen vormden een rechte streep.

Roylen knikte schuldbewust en toen ze het begreep, riep ze verontwaardigd uit: "Je hebt gegluurd! Dat valt me van je tegen, Roylen."

Hij knikte, een kleine grijns niet kunnen weerhoudend. "Het spijt me, ik zal het niet meer doen, maar op dat moment voelde het als de enige optie. Het was mijn laatste kans voor ik naar school zou gaan en ik had niets kwaads in zin."

"Toch was het verkeerd." Lajinthe's over elkaar geslagen armen toonden haar verontwaardiging.

"Dat weet ik. Maar het was lang geleden, ik heb het opgebiecht, kun je het me vergeven? Dan kunnen we verder gaan."

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu