Hoofdstuk 10

37 7 5

Wat de professor gezegd had, bleef nog heel lang na galmen in Roylens hoofd. Hij was blij dat er verder geen lessen volgden, want zijn concentratie was ver te zoeken. Hij wist dat hij het niet langer kon uitstellen om zijn ouders hierover te spreken en via zijn zendgave sprak hij met hen af om over een kleine drie uur tijd te nemen voor een besloten conversatie. Op die manier konden zijn ouders een ongestoorde ruimte zoeken en met hun zoon spreken alsof hij bij hen in de kamer was, in plaats van op vijftienhonderd kilometer afstand.

"Pap? Mam?"

"Wij zijn klaar, jongen."

Het was voor het eerst dat Roylen op deze manier een moeilijk gesprek voerde met zijn ouders. In Dauzat zelf was er geen noodzaak geweest voor meer dan een korte vraag of bevestiging.

Met zijn benen gekruist en zijn handen in zijn schoot zat Roylen op zijn bed in zijn kamer. Zijn ogen staarden niets ziend naar buiten, waar een grijze lucht een naderende regenbui aankondigde. Zijn bewuste gedachten hadden nu een verbinding gevormd met die van zijn ouders, al het andere bewaarde hij achter stevig gesloten deuren.

"Ik moet iets met jullie bespreken, maar ik weet niet goed hoe." Een stem haperde niet tijdens het zenden, dat was een voordeel. Gedachten vormden zich veel makkelijker dan woorden.

"Gaat alles goed met school?"

"Ja, mam, en er is ook niets ernstigs gebeurd, dan hadden jullie het al veel eerder gemerkt."

In gedachten zag hij zijn vader glimlachen naar zijn moeder. "Je maakt je teveel zorgen."

"Dat is een moeder eigen."

"Roylen, er is nooit een makkelijke manier om iets moeilijks te zeggen, maar weet dat wij van je houden en je altijd zullen accepteren zoals j e bent."

"Ook ...", Roylen besloot het maar gewoon te zeggen. "Ook als ik geen Grote Elood wil worden?"

De stilte die volgde, gaf aan dat zijn ouders dit niet verwacht hadden. Roylen voelde een onbedoelde stroom aan emoties die plotseling opkwam en die zijn ouders vlug weer achter slot en grendel borgen.

"Dit is niet iets dat je nog maar pas hebt besloten, nietwaar?" De mentale stem van zijn moeder klonk zacht, maar Roylen bespeurde een ondertoon van verdriet en hij voelde zich schuldig omdat hij dat had veroorzaakt.

"Nee, mama." Liegen was ook onmogelijk bij het zenden.

"Waarom heb je ons dit niet verteld voordat je naar Dibon ging?"

"Ik was er nog niet zeker van, dat ben ik nog steeds niet. Het is ook niet een beslissing die ik al heb gemaakt. Er is alleen iets anders dat ik graag wil en de opleiding voor Grote Elood geeft daar geen ruimte voor."

"Roylen," zijn vaders stem klonk bezorgd, "Grote Elood zijn is niet iets dat je kunt leren in een opleiding. De vakken die gekozen zijn zullen je – zullen een heerser helpen om zijn beslissingen en keuzes te baseren op de juiste feiten en kennis. Je kunt niet zorg dragen voor een volk als je niet weet hoe en je kunt geen recht spreken zonder kennis en inzicht. Elke Grote Elood heeft zijn of haar eigen liefhebberijen meegenomen in hun tijd van heersen. Geen van hen was hetzelfde en toch hebben allen het land goed kunnen regeren."

Heel even twijfelde hij over zijn volgende woorden, maar hij moest nu doorzetten. "Ook als ze eigenlijk liever wat anders hadden willen doen?"

"Wat is het dat je wilt doen, waarvan je de denkt dat je het niet kunt combineren, Roylen?"

"Ik wil constructor worden." Nu, meer dan ooit, voelde hij de waarheid van die woorden en hij wist dat zijn ouders dat ook zo ervoeren.

"Constructor? Daar heb ik je nog nooit over gehoord."

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu