Een deleted scene uit 'Tweedehands Vleugels'

50 2 0
                                                  

DAG 1

Tien eerder jonge engelenmeisjes staarden me aan van weerszijden langs een lange lichtgevende tafel. Het was me meteen duidelijk dat te laat aankomen niet sociaal aanvaard was in deze groep. De enige ietwat oudere Huisengel, een lange slanke vrouw met grote ogen omringd door beginnende rimpeltjes en koperblonde golvende lokken, stond aan het hoofd van de tafel met een clipboard in haar handen.

Ze keek me onderzoekend aan. “Aha, jij moet Anna-Lucia zijn”, merkte ze scherpjes op, heen en weer glurend tussen mij en haar papieren schema. Ik knikte, proberend te negeren hoe iedereen me hier aangaapte en hoe muf, warm en vochtig het was in deze ondergrondse ruimte.

Ik focuste me op kalm in- en uitademen.

Werd ik verondersteld te weten wat te doen? Iets te zeggen of doen buiten vechten tegen een opkomende hyperventilatie?

Het leek gelukkig alsof de Huisengelvrouw die de leiding had ook niet goed wist hoe om te gaan met een gedegradeerde, vleugelloze laatkomer als mezelf.

“Wel, ik ben Sophie-Anne, de verantwoordelijke van Groep F. Deze week staan we in de waskamer, zoals je ziet. Je mag daar plaatsnemen, naast Lily-Roos”, wees ze met haar clipboard.

Het meisje het dichtst links van me gaf me een beleefd glimlachje ter begroeting en schoof een werkstation verder om plaats voor me te maken.

“Bedankt”, zei ik, maar m’n stem deed iets geks, wat ik soms kreeg als ik zenuwachtig was, en de weggevallen woorden leken haar nooit bereikt te hebben. Toen voelde ik me schuldig. En nog zenuwachtiger. En nog benauwder ...

Wanneer ik probeerde op mijn lip te bijten, zoals ik deed wanneer al de voorgenoemde gevoelens opborrelden en dreigden me volledig te overmannen, dan deed dat nog het minste beetje zeer waar Max' zoen mijn lip gisteren had verwondt. Ik werd door de pijn weer teruggetrokken naar het moment van die wereldverbrijzelende kus – en dat wou ik nu even niet.

Ik moest me concentreren op ... opvouwen, blijkbaar.

“Kijk, je doet het zo, het is heus niet moeilijk”, deed ze het voor de tweede keer voor. “Links, rechts, onder, flip.”

Ik deed Lily-Roos na zo goed ik kon, maar eindigde de eerste twintig keer eerder met een opgefrommelde bol dan met een vlak opgevouwen hemd. Ik denk dat ze het nog zo’n zeven keer had moeten voordoen vooraleer ik het beet had.

“Goed, goed”, moedigde ze aan toen ik er eindelijk in geslaagd was een min of meer plat resultaat te bekomen. Ik was warempel fier op mezelf toen Sophie-Anne langskwam en zei dat ik het eindelijk onder de knie leek te hebben – dat ik er meerdere uren over gedaan had was, leek ze te vergeten of tenminste vergeven.

Toen ik de basistechniek in de vingers had, mocht ik overschakelen naar de grote uitdaging: onze lange jurken. Maar het lukte wel. Min of meer.

Na een tijdje oefenen begon ik het tot mijn grote verbazing zelfs nog wel leuk te vinden, want het leek alsof de repetitieve handenarbeid m’n hoofd leegde zoals voordien enkel vliegen dat gedaan had.

Links, rechts, onder, flip. Links, rechts, onder, flip.

De bewegingen kregen een ritme in mijn hoofd en in mijn handen, en Lily-Roos glimlachte breed, als een trotse lerares.

“Zie je wel dat het niet moeilijk is!” zei ze terwijl ze er drie deed op de tijd dat ik er eentje deed – maar nou, het was nog maar mijn eerste dag, ik vond dat ik het best nog wel goed deed, voor een Beschermengel.

Traag, maar goed. Aan m’n snelheid kon ik nog wel werken.

“Hoe lang doe je dit al?” vroeg ik Lily-Roos net voor de middagpauze.

Lucy's dagen als HuisengelWaar verhalen leven. Ontdek nu