Hoofdstuk 6

67 9 1
                                                  

Tagmar jaar 11710

"Denk je dat hij ons kan horen?"

"Hoe zou dat kunnen? We zitten op kilometers afstand?"

"Je weet best wat ik bedoel. Er zijn andere manieren van horen. Je weet dat de Regidor ons al een poos in de gaten houdt."

"Waarom zou hij dat juist nu, op dit ogenblik doen? Het is midborg, iedereen slaapt, het is pikdonker en ijskoud. Heb je nog meer redenen nodig?"

"Onze groep is niet klein, de operatie is groot genoeg om opgemerkt te worden. We zullen een hoop herrie maken wanneer-"

"En dan is het al te laat. Maak je nou geen zorgen, we doen dit en we redden het of we worden gepakt en dan is het uit met de plannen. Zorgen maken helpt niemand iets, dus stop ermee, want je maakt me zenuwachtig."

"Ik-"

"Gewoon jouw ding doen en stil zijn."

"Je hoeft niet grof te worden."

"Katrin, alsjeblieft."

Ze hield haar mond. Katrin begreep heus wel dat haar collega Nerom gelijk had. Het hielp haar echter om te praten. Geen enkel ding aan het toeval over laten, alles tot in de puntjes doordenken: dat was haar manier. Hij wist dat, waarom kon hij haar daarin nu niet bijstaan? Ze zuchtte een keer diep en concentreerde zich weer op haar taak.

De programmeercode zat zo verweven in haar hersenen, dat ze dit bijna slapend kon doen, toch stak het puntje van haar tong uit haar mond, toen ze de regels opnieuw en opnieuw naliep. Er waren geen fouten, theoretisch kon er niets mis gaan. Waarom hield ze dan niet op met trillen? Ze weet het aan slaapgebrek en kou.

Haar handen wrijvend keek ze even vlug opzij. De lange man naast haar was net zo nerveus. Vreemd genoeg gaf haar dat een klein beetje voldoening. Nerom was niet haar keus voor een partner geweest, Irmin had de lijsten ingedeeld. Op momenten als dit was het niet langer van belang of je iemand mocht of niet. Hij had geweten dat hun vaardigheden naadloos op elkaar aansloten en Katrin had geen reden kunnen bedenken om bezwaar te maken.

"Nog twaalf minuten."

"Ik zie het." Neroms stem klonk zachter dit keer, alsof hij ook had zitten denken aan hun situatie en tot de conclusie was gekomen dat kibbelen geen zin had. Hij draaide zijn hoofd in de kleine, smetteloze ruimte en een scheve grijns verscheen op zijn knappe gezicht. "Als alles goed gaat zit je hier wel een poosje naast mij. Weet je het zeker? Nu kun je nog terug."

Katrin stak heel ondamesachtig haar tong uit, wat een verrassend lachje teweeg bracht bij de man naast haar en onwillekeurig lachte ze terug. "We zullen het grootste deel slapen, pas op het moment van landing zal ik je aanwezigheid weer moeten dulden. Ik denk dat ik dat wel overleef."

Beiden waren zich bewust van de gevaren die onderweg op de loer konden liggen. De reis was zorgvuldig gepland, de meest ingenieuze technologieën waren ingezet om hen te voorzien van een ononderbroken tocht. Geen van de duizend negenhonderd achtennegentig man tellende groep had minder dan honderd procent zijn best gedaan om het plan de grootste kans van slagen te geven.

Ieders doel was hetzelfde, hun motivatie gelijk. Het ging gebeuren.

"Nog acht minuten."

Katrin slaakte weer een zucht en staarde naar haar vingers. Het kunstmatige, groene licht gaf het grijs een wat ziekelijke tint.

Plotseling was Irmins stem te horen over de intercom van het schip waarin hun kleine cabine lag. "Alles is gereed, over vijf minuten starten de motoren. Probleemloos, als alles goed gaat. Ik heb het volste vertrouwen in onze operatie, in ieder van jullie. Zodra we van de grond zijn, worden de slaapcapsules geactiveerd, dus ik wens jullie allen een goede rust. Ontspan je. Niets kan ons nu nog tegenhouden."

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu