Hoofdstuk 19

35 3 2
                                                  


Mijn hart maakt een sprong van schrik als ik de dreigende stem achter mij hoor en gierend hap ik naar adem. Met een ruk draai ik me om. Aan het einde van de gang versperd een Valkenier de weg terug naar boven. 'Waar zijn ze?' Mijn vingers omsluiten het zijden handvat van mijn boog. Veren ritselen langs elkaar heen als ik langzaam mijn vleugels uitvouw.

'Je kunt een poging wagen.' Hij loert spottend naar me als hij een rukje met zijn kin geeft naar mijn boog. Zijn hand klemt zich vaster om het heft van zijn zwaard tot zijn knokkels wit glimmen.

Ik overweeg mijn opties. Mijn ogen glijden zoekend naar een ontsnappingsmogelijkheid tot ik tot de conclusie kom dat de enige weg hiervandaan achter hem ligt. 'Waar zijn ze?' Ik verlaag mijn stem, een absurde poging hem te intimideren.

Hij wijst naar boven en houdt zijn hoofd een tikkeltje schuin. 'De koning wil liever niet dat hun veren vies worden,' zegt hij met een dodelijke kalmte.

Het smetteloze wit, het vrouwelijke voorkomen en de knappe gelaatstrekken moeten symbool staan voor het verraad dat hij suggereert. Een schril contrast met zijn rauwe uiterlijk om te benadrukken hoe slecht vrouwen zijn. 'Typisch iets voor hem.' Mijn lachje klinkt verbitterd, zacht.

De Valkenier snuift en heft zijn kin. 'Pas maar op. Voor minder zijn er al ter dood veroordeeld.'

Ik glimlach wrang. 'Alsof er ook nog maar een kans bestaat dat hij mij laat gaan.' Het cynisme druipt van mijn woorden. Een vinnige blik in zijn richting. 'Probeer maar.' Ik zet mijn benen iets verder van elkaar af en buig door mijn knieën. Mijn bovenlichaam helt naar voren. De boog houd ik strak tegen mijn lichaam aangedrukt.

'Ik ga niet met je vechten.' Een neutraal antwoord met een scherp randje.

'Ben je soms bang dat ik je versla?'

Hij maakt een gebaar met zijn hand en twee wachters komen uit hun schaduw naar mij toegelopen.

Veerdomme. 'Valsspeler. 'Lafbek.' Ik spuug de woorden uit.

Hij haalt zijn schouders op. 'Ik moet mijn krachten sparen.' Even lijkt het alsof hij wordt afgeleid door andere gedachten, dan schudt hij zijn hoofd en zegt tegen de wachters: 'Breng haar naar de anderen.'

Een nerveus gevoel nestelt zich in mijn maag bij de gedachte herenigd te worden met de andere swanettes. Sterke handen omsluiten mijn bovenarmen.

Langzaam loopt hij naar me toe, trekt de boog met een ruk uit mijn handen en bestudeert geïnteresseerd het bewerkte handvat.

'Geef terug!' Ik probeer me uit de greep los te rukken om mijn boog te grijpen, maar het volgende moment klemt een wachter zijn arm om mijn nek. Gierend probeer ik adem te halen.

'Wapens zijn verboden.' De Valkenier knikt naar de wachter die mij daarop onmiddellijk los laat. Zonder oogcontact te maken, draait de Valkenier zich op zijn hakken om en gebaart met wuivende hand dat we hem moeten volgen. Met twee wachters aan weerszijde van mijn lichaam, handen stevig om mijn bovenarmen omklemd, lopen we naar boven, gaan de trap op naar de eerste verdieping en nemen bocht na bocht op weg naar de linkervleugel. De vertrekken van de Koningin.


Swanenzang - Watty Award Winner {YA Fantasy/Fairytale retelling}Waar verhalen leven. Ontdek nu