Hoofdstuk 2

101 6 2

Het is kwart over 3 's nachts maar ik kan niet slapen. ik wil weten waarom we hier zijn ik kijk uit het raam dat naast mijn bed staat. En zie een schim bij het zwembad. Ik stap ik mijn sloffen en doe een jasje aan. Misschien is dit wel degene die ons ontvoerd heeft! stilletjes sluip ik naar beneden. als ik de buitenschuifdeuren openmaak en naar buiten loop zie ik net betrede voetstappen die uit het water komen. dan hoor ik iets achter me. ik draai me om maar voordat ik iets kan zien word er een hand op mijn mond gedrukt en word het zwart voor mijn ogen.

Ik lig op de bodem van het water en probeer naar boven de zwemmen maar mijn lichaam beweegt niet. Het lijkt wel of ik steeds dieper naar beneden zak. ik wil gillen maar dat lukt niet. ik probeer nogmaal te zwemmen maar weer lukt het niet. ik zie een gezicht boven het water ik probeer te herkennen wie het is maar het is een en al zwart. dit is mijn dood denk ik dit is mijn DOOOOOOOD.

Met een schok word ik wakker en ga rechtop zitten. Het was een droom gelukkig. mijn rug is bezweet en ik ga wat water halen, maar wanneer ik terugkom en uit het raam kijk staan de voetstappen er nog steeds! Dus dat eerste was geen droom!

Het is ondertussen 6 uur en ik ben klaarwakker! Op zomerkamp was ik ook altijd eerst wakker. Ik zucht. Zomerkamp...

Ik prop mijn laatste t-shirt in mijn koffer. Dat is klaar, nu nog dicht krijgen. "PAAAAAP!! Ik krijg mijn koffer niet dicht!!" "Neem dan wat minder mee." Ugh. Typisch. Ik kan niks niet meenemen. Dan maar op mijn manier. Ik ga bovenop de koffer liggen en doe de klepjes dicht. Ah! Zie je wel dat het ging gaan. Ineens springt de koffer open met al mijn kleren.

2 uur later zit er eindelijk alles in! "Liefje kom je? We moeten vertrekken!" Met mijn koffer achter me aan ga ik de trap af. Het gaat goed tot in het midden van de trap en dan gebeurt het onvermijdelijke. Ik val van de trap met de koffer achter me aan. En of dat niet genoeg is valt de koffer vlak op mij en springt hij weer open. Een vulkaan van kleren! Dan tot mijn grote ergernis komt mijn moeder me nog uitlachen.

Bij het denken aan thuis komen er tranen in mijn ogen. Wanneer zie ik ze terug? Zouden ze merken dat ik er niet ben? Zal ik ze ooit nog zien? Zomerkamp duurt nog 4 dagen dus het kan zijn dat mijn ouders niet weten dat ik weg ben. Misschien is dit gewoon één of ander flauwe verborgen camera show?

Als ik zie dat het ondertussen half acht is ga ik naar beneden. En alsof de wereld er me nog aan wil doen herinneren, val ik van de trap! Op de meest belachelijke manier. Gelukkig is er nog niemand wakker. Ik loop naar de keuken en zie daar een briefje hangen. 'Nieuwsgierigheid is niet altijd goed' Wat? Heeft die persoon me dan zien kijken? Was die droom dan toch echt? Maar ik leef nog? In plaats van dat alle vragen worden opgelost krijg ik er alleen maar bij... .

Door hier te blijven zitten gaan ze niet opgelost raken! Misschien moet ik terug naar de kamer gaan waar ik die stemmen hoorde? Maar hoe krijg ik de deur open ik heb nergens een sleutel gezien of sloten. Ik doe alle kasten open van de keuken en ik zie alleen eten en drinken. Dat was te verwachten. Maar ze zouden hier toch ook nooit een sleutel laten rondliggen? Ondertussen is de rest ook wakker. Ik besluit om naar het zwembad te gaan naar de voetstappen. Hij of zij heeft gok ik ongeveer een maat 43. Voor de rest zie ik niks speciaal. Ik duik in het zwembad en trek wat baantjes tot ik iets zie glinsteren op de grond. Het is de sleutel! ik raap het op en bekijk hem terwijl ik bedenk waarom hij hier zou kunnen liggen. Misschien is er iemand ontvoerd die niet mag ontsnappen en heeft de dader de sleutel uit het raam gegooid. of is hij gewoon gevallen en zijn ze aan het nadenken hoe ze er uit komen. Ik haal mijn schouders op droog me weer af en spring onder een warme douche.

Opgesloten maar niet gestoordLees dit verhaal GRATIS!