Hoofdstuk 8

32 3 2
                                                  


Er valt een ongemakkelijke stilte als iedereen naar mij kijkt.

'Kan ze haar vleugels niet houden?' Mender trekt een pruillip. 'Ik vind haar zo mooi.'

Mijn spieren spannen als ik de waarschuwende blik van Hanns ontmoet. Ik pers mijn lippen op elkaar. Veerdomme. Zoekend laat ik mijn blik door de ruimte glijden. Tonnen, kratten, zakken meel bijeengebonden met dik touw, keramische potten en ... touw! 'Pak dat touw en bindt mijn vleugels vast.'

Hanns lijkt even te twijfelen voordat hij naar de meelzakken loopt en het touw eraf begint te knopen.

'Massa!' Ik kijk Mender indringend aan. 'Ga op zoek naar de grootste mantel die je kunt vinden. Snel!' Hij draait zich op zijn hakken om en snelt de deur uit. Ik haal diep adem. 'Winalt? Waar is dat prisma?' Hij slaakt een geïrriteerde zucht, worstelt om geen reactie te geven en laat vervolgens zijn hand ter hoogte van zijn zij rusten.

'Goed. Zodra massa terug is kunnen we gaan.'

'Hanns?' Wisalt zet een stap naar voren. 'Heb jij een lange stok of lat?'

Een rukje met zijn kin. 'Boven in de kast bij de keuken.'

Tijd om vragen te stellen is er niet, want met twee treden tegelijk rent Wisalt al naar boven.

Uljine schraapt haar keel en eist zo de aandacht op. 'Vergeten we niet iets?'

Ik trek mijn wenkbrauwen hoog op.

'De drankhuizen? De lam gedronken mannen die daarvoor rondhangen?'

Ik snuif. 'Wie gelooft hen nu? Dronkenmanspraat.'

'Je vergeet de stadwachters zeker?' Ze heft haar parmante neus naar het plafond. 'Ze komen regelmatig langslopen om te kijken of het niet uit de hand loopt.' Demonstratief plant ze haar handen op haar heupen. 'Als een van die dronkaards naar boven wijst en een wachter ziet je, dan is het over.'

Ik open mijn mond, overweeg iets te zeggen, maar sluit hem dan toch weer. Ze heeft gelijk. We kunnen het risico niet nemen. Veerdomme. 'Iemand moet ze afleiden,' mompel ik bijna onverstaanbaar. Ik tuur tussen mijn wimpers door naar haar tengere gestalte.

Vastberaden schudt ze haar hoofd. 'Het is voor een meisje van mijn leeftijd ongepast om naar een drankhuis...'

Jullie moet samen gaan.' Ik recht mijn rug en verplaats mijn blik naar Hanns. 'Als jullie je voordoen als een verliefd stelletje dat staat te zoenen bij de fontein op het plein, dan zullen ze naar jullie kijken en niet naar mij. Een afleidingsmanoeuvre.'

Prompt laat Hanns het touw vallen dat een doffe plof laat horen als het de grond raakt. Met gloeiende wangen als kolen in het vuur staart hij me aan.

'Als mijn vader dit hoort ...' Uljine doet geen moeite om de scherpte in haar stem te verbergen.

'Dan had je thuis moeten blijven.' Ik bijt op mijn onderlip als ik zelfs schrik van de snerpende ondertoon.

Hanns raapt het touw op en speelt ermee in zijn handen. 'Aria, ik vind dit niet zo'n goed idee.' Nog voordat hij verder kan gaan, klinkt er luid gebonk op de deur.  

Mijn hart maakt een sprong, Uljine slaakt een kreet en Hanns laat het touw voor de tweede keer vallen. Boven ons klinken potten die omvallen en een tel later keramiek dat stuk slaat tegen het hout boven onze hoofden. Ik probeer te slikken, maar mijn keel zit dicht.

'Verberg haar,' fluistert Hanns. 'Vlug!'


Swanenzang - Watty Award Winner {YA Fantasy/Fairytale retelling}Waar verhalen leven. Ontdek nu