Hoofdstuk 1

87 4 2



Het licht van de maan tekent een onscherpe bundel op het water, wanneer het achter een wolk met licht omgeven randen vandaan glipt. Ik strek mijn arm uit en tuur naar mijn vingers die zwart afsteken tegen het licht van de cirkel in de lucht. Ze bewegen melodieus en werpen schaduwen op het gras. Ze zijn zo anders dan de veren die ik overdag zie als ik mijn vleugel uitstrek. 

Ik gluur over mijn schouder naar de andere swanettes. Mijn voeten zinken weg in de modder. Weke massa wringt zich tussen mijn tenen een weg naar boven en ik verplaats mijn gewicht naar mijn linkerbeen. Mijn voet glijdt onder mijn lichaam vandaan. Met een weids gebaar die het hele meer omvat, probeer ik mijn evenwicht terug te vinden, maar mijn vleugels zijn verdwenen. Ik had een tak moeten grijpen. Idioot!

Ik slaak een kreet als ik met een plof achterover val op de oever. De modder blijft aan mijn billen plakken en geleiachtige massa vindt zijn weg langs de contouren van mijn onderlichaam. Gatver! Achter mij klinkt gesmoord gegiechel. Als ik me omdraai, zie ik Laminde een lach verbergen achter haar vlakke hand. Als ik naar haar frons, begint ze nog harder te giechelen.

'Hoe vaak moet je nog wisselen voordat je weet dat je de eerste minuten beter stil kunt blijven zitten?' Magder schudt haar hoofd als ze even stopt met het dichtgespen van Tsine's mantel.

Zonder te reageren loop ik het water in, spoel het zand en de vuiligheid van mijn lichaam, borsten en buik. Ik probeer mijn ingehouden woede weg te zuchten. Het water voelt zo anders tegen mijn blote huid nu mijn beschermende verendons is verdwenen. De kou dringt direct mijn lichaam binnen en ik huiver. Zo vlug als ik kan loop ik de oever weer op. Met stevige passen been ik naar de grot waar mijn bundel kleren ligt. 

Vanuit mijn ooghoek zie ik Rimona staan. Haar ogen glijden over mijn lichaam, haar ademhaling versnelt en ik glimlach als mijn huid reageert op haar visuele aanraking. Als ik mij aankleed, kijk ik haar vluchtig aan. Met wangen als appels draait ze haar hoofd weg, voordat ik kan reageren.

Ik sluit de laatste gesp van mijn wollen cape, zucht dankbaar voor de warmte die me direct omringt, en voeg mij bij de rest. Het donkerblauw is zo anders dan het heldere wit van mijn veren, alsof zelfs mijn lichaam is getransformeerd naar de nacht. In de verte kleurt de horizon oranje boven de zwarte daken van Nimdiadore. Het is de gloed van de honderden lantaarns die de smalle straten en steegjes verlichten. Ik huiver. Het kost me steeds meer moeite om ernaartoe te gaan op vollemaan-nacht.

'Zullen we?' zegt Magder. Ze wacht niet op een antwoord, maar stapt van de groep weg en begint in de richting van de stad te lopen.

SwanenzangLees dit verhaal GRATIS!