25 - Iota

124 15 2

'Dus we gaan naar de Big Ben?' vroeg Olivier, een beetje enthousiast, ook al wilde hij het niet merken.

'Ja,' zei Jason blij en hij keek de anderen even aan, of ze hetzelfde voelden als hij. 'Hebben we nog iets anders gevonden, dat misschien nut kan hebben?'

'Ik heb een aantal oude bestanden gevonden,' zei Kat, die met haar vingers speelde. 'Facturen en zo.'

'Laat zien,' zei Jason enthousiast. 'Vooral de laatste weken van zijn leven heeft hij veel geld opgenomen. Er hoort twintigduizend euro vanaf genomen zijn. We hebben echt geen twintigduizend euro gehad.'

'Nee, ik heb nageteld en het moet ongeveer drieduizend zijn geweest.' Cecille keek naar de inhoud van hun geldpot. 'Het is nu ongeveer 2.400 euro.' Er viel even een stilte waarin ze allemaal beseften dat ze al veel geld hadden uitgegeven. 600 euro, dat was niet niets.

'Hoe vinden we die anderen duizenden euros dan?' vroeg Kat en ze keek geïnteresseerd op.

'Laten we daar na vanavond over nadenken,' zei Jessy, ‘we moeten nu in de auto springen om op tijd bij de Big Ben te zijn.' Het was een wonder dat meneer Topper zo’n mail had gestuurd, als hij wist dat hij dood zou gaan. Misschien was hij wel vermoord en was de man die ze zouden ontmoeten zijn moordenaar. Cecille kreeg er de rillingen van. Dat zou nog niet de brief uitleggen, dus haar theorie klopte niet helemaal, maar toen ze zich bedacht dat die moordenaar die brief ook gewoon zelf geschreven kon hebben, besloot ze dat haar gedachten weer eens een spelletje met haar aan het spelen waren.

Twee uur later kwamen ze aan bij de grote klok. Jessy, Olivier en Cecille gingen bij de klok om Tijmen op te wachten, terwijl Jason, Kat en William gewapend hun rug dekten. Een halfuur na achten kwam er een jongeman precies op de plek zitten, waar Jessy hem over gemaild had, in de naam van meneer Topper. Jessy, Olivier en Cecille liepen op de man, die Tijmen moest heten af.

'Hallo,' zei Jessy. 'Ik ben Jessy Rasp, Phi.'

Cecille liet haar blik even over de jongen vallen. Hij was lekker, besloot ze. Niet een normale manier van lekker, maar hij was wel lekker. Hij had ravenzwart haar – waar Cecille op viel – en donkere ogen die ver in zijn kas lagen. Zijn uitdrukking was mysterieus en dat trok haar wel aan, maar Tijmen was niet iemand voor Cecille, want Cecille viel niet op jongens die zó veel ouder waren.

'Waar is Isaac?' vroeg Tijmen onbeleefd.

'Luister, Tijmen,' zei Cecille bars, want ze vond het niet leuk als mensen zo tegen haar of haar vrienden praatten. 'Meneer Topper heeft ongeveer een week geleden zelfmoord gepleegd, ons achtergelaten met een geheim dat wij zelf nog niet weten. We zijn een beetje op zoek naar informatie en we hopen dat jij ons die info kan geven.'

'Wie ben jij?' Tijmen keek haar van top tot teen aan. Zijn blik bleef hangen bij haar borsten, die hij zonder schaamte bestudeerde.

'Cecille Pebos, iotta, roze.' Ze schudde Tijmen de hand, terwijl ze hem eigenlijk een klap in zijn gezicht wilde geven. Nu keek hij haar in ieder geval aan.

'Jeetje wat een trut,' hoorde ze zijn stem door zijn hoofd gaan.

'Wat zeg jij?' zei Cecille arrogant. Alles aan deze jongen was verkeerd, zijn mysterieuze uitdrukking, zijn donkere kleding en haar, zijn manier van doen. Als hij zo meteen een sigaret op zou steken en naar haar zou fluiten, zou zijn badboy imago tot in de puntjes uitgewerkt zijn. 'Niemand noemt mij een trut.' Tijmen’s wenkbrauwen vlogen omhoog, alsof hij in een achtbaan zat.

'Cecille, hij heeft niets gezegd,'zei Jessy voorzichtig.

'Jawel, dat deed hij... Wacht eens even.' Cecille keek naar haar hand en zag de Iotta roze oplichten. 'O…  shit.'

'Dat is je gave,' zei Tijmen koeltjes, alsof het volkomen normaal was. 'Je kan gedachten lezen, ik wist het wel.'

'Alle hoofden op een stokje...' mompelde Cecille zachtjes.

‘Het is alle kippen op een stokje, Cecille,’ verbeterde Jessy haar. Als gevolg kreeg ze een woedende blik.

'Nu naar de gang van zaken,' zei Tijmen en hij wreef in zijn handen, waarmee zijn badboy imago op de grond kletterde, in grote stukken van falen. 'Wat willen jullie?'

'We willen informatie en de andere zeventienduizend euro die Isaac Topper van zijn bankrekening heeft opgenomen.' Jessy leek trots met deze uitspraak en dat mocht ze ook wel zijn, want zoiets zou Jessy nooit zeggen.

'Zeventienduizend?' vroeg Tijmen plots geïnteresseerd, ‘ik heb maar tienduizend van hem gekregen om aan de tweede generatie te geven.'

'Nou, alles helpt dus geef maar gewoon,' zei Cecille nog steeds boos.

Tijmen mompelde een scheldwoord en haalde toen een houten sigarettendoosje uit zijn zak. Cecille moest duidelijk haar lach inhouden. Hij was dus een badboy. Ze grinnikte zachtjes, wat haar een boze blik van Jason opleverde. Hij gaf het doosje aan Olivier, die hij duidelijk het meest vertrouwde en toen die het openmaakte om te kijken of er wel echt 10.000 in zat, was Tijmen verdwenen.

Migri {deel 1}Lees dit verhaal GRATIS!