22: Omega

126 16 2

A/N: Aan een opgeruimde tafel schrijven... Waarom ruim ik mijn kamer niet vaker op?

Olivier werd wakker tussen donzige fijne dekens van het hotel. Het puntje van zijn neus was ijskoud en toen hij zocht naar de basis waar de koude wind vandaan kwam, zag hij dat het raam openstond. Hij keek even op de klok die aan de muur hing en zag dat het al half negen was. En ze moesten nog naar Londen!

Hij maakte William en Jason wakker - die zich mopperend aankleedden -, waarmee hij op een kamer sliep en ze belden de meisjes wakker, die even mopperend begonnen aan hun ochtendroutine - voor Cecille was dat twee uur aan make-up, voor Jessy waren het haar lenzen en Kat was gewoon Kat, de struggle met haar haar, waarover ze hen gisteren had verteld.

Slaperig gingen ze naar het ontbijt, dat geserveerd werd in de kelder van het hotel. Olivier vond het jammer dat ze het hotel moesten verlaten, want het was een uitstekend hotel met prachtige versieringen, perfecte dekens en kussens die recht uit de hemel kwamen, maar nee, blijven was geen optie. Het ontbijt was stilletjes en iedereen dacht terug aan de vorige dag, waarin ze zo veel plezier hadden gehad. Nu was al die vrede plots weg en herinnerde de koude stilte hen er weer aan dat ze in gevaar waren en dat ze het avontuur instapten, waarvan ze al zo lang weg leken te rennen.

Het was ongeveer vier uur naar het adres rijden, dat een bibliotheek in Londen bleek te zijn. Dat zei Jessy's auto's navigatie tenminste. Cecille deelde appels uit, die ze snel uit een supermarkt had gehaald. Zij en Kat waren naar de winkels gesneld, toen de anderen hun tassen aan het inpakken waren. Ze hadden snelle boodschappen gedaan, zodat ze geen maal meer zouden overslaan. Je wist namelijk maar nooit... Kat at haar appel meteen op en gooide de binnenkant uit de auto.

Binnen vier uur waren ze bij de bibliotheek in Londen. Een beetje ongemakkelijk namen ze alle tassen mee, want ja, het is niet heel logisch om met tassen vol kleren en voedsel een bibliotheek binnen te lopen. De bibliotheek was open maar er waren maar weinig mensen. Olivier bedacht zich dat het nu al wintervakantie moest zijn. Niemand ging op de eerste dag van de vakantie naar de bieb, behalve mensen als Jessy, die een tien wilden halen voor het proefwerk na de vakantie.

Jessy liep naar de balie. 'Eh, hallo, mijn naam is Jessy Rasp.'

'Oké,' zei het meisje achter de balie, alsof haar naam geen nut had, wat natuurlijk ook zo was.

'Volgens mij heeft ze een afspraak,' zei Cecille arrogant en ze bekeek het meisje van top tot teen. Toen ze daarmee klaar was, tuitte ze haar lippen en grijnsde ze naar Kat, die de grijns in ontvangst nam. Die twee wisten perfect hoe ze een meisje ongemakkelijk moesten laten voelen end at was op het moment best wel nodig.

'O, jij bent Jessy Rasp! Mevrouw Wenny verwacht je.' Het meisje begon een beetje zenuwachtig in haar papieren te rommelen.

'Aha, waar?' Jessy voelde zich duidelijk ongemakkelijk bij de bitchy meisjes

'Kom maar met mij mee.' Het meisje liep naar vierentwintigste kast van rechts en haalde het boek Mr Mercedes van Stephen King eruit en de kast draaide zich om. Ze keken allemaal geboeid naar het sciencefiction tafereel dat voor hen plaatsvond. 'Ga op de plaat staan,' zei het meisje.

Ze gingen alle zes op de plaat staan, waar de kast in was omgedraaid. Het meisje zette het boek terug in de plaat begon te draaien. Hij draaide zo hard dat Olivier bang was dat hij eraf zou vallen, ook al wist hij dat dat door de druk die de snelheid om hen heen produceerde niet kon. Hij wist ook dat als hij dit hardop zou zeggen, Cecille hem als nerd uit zou maken. De plaat ging naar beneden en hij kreeg Jessy's bruine haren in zijn mond.

Ze kwamen uit bij een ondergrondse gang die rook naar natte honden. Het was dat Cecille nieuwe gympen had, want ze had haar rode hakken snel kwijtgeraakt in de modder die er lag. Terwijl Cecille walgende geluiden maakte, liepen ze verder, want ze hadden niet veel keuzes. Hoe kon dit onder zo'n nette bibliotheek liggen.

'Hallo?' vroeg Kat, met een trillende stem, wat bijzonder was voor een persoon als Kat, die haar emoties zo in de hand had. 'Iemand hier?' Het echode terug.

Cecille pakte de gouden ring van haar vinger en er verscheen een lang zwaard. Olivier zag het zwakke licht op het zwaard reflecteren.

'Doe dat maar weg,' kraakte een stem. De zes draaiden zich om.

'Eh, hallo,' zei Jessy met een vragende stem, die ook trilde. Blijkbaar gaf deze plaats hen allemaal de kriebels. De vrouw kwam uit het licht en ze probeerden alle zes om niet te gillen.

Migri {deel 1}Lees dit verhaal GRATIS!