Er waren nog drie monsters over. De zes verzamelde bij Cecille, die zich buitengewoon speciaal voelde op het moment dat ze allemaal op haar afliepen, alsof zij hun "thuis". Ze stonden klaar voor de aanval. William met zijn twee messen, Jason en Jessy met hun pistool, Cecille en Kat met hun zwaarden. De messen die ze al eerder hadden geprobeerd te gebruiken lagen hier en daar, maar ze hadden geen tijd om die op te pakken.

Kat was de eerste die aanviel. Ze duwde haar zwaard in de buik van het dichtstbijzijnde "mens" en haalde het met moeite eruit, maar Jason had al met een harde knal in zijn hart geschoten. Cecille zag dat hij hier beter in werd, maar veel aandacht stak ze er niet in. Ze pakte haar zwaard en stak het direct in een hart. Het wezen verdween en Cecille haalde een verbeten grijns tevoorschijn.

Naast haar vochten William, Olivier en Jessy met het laatste wezen. Toen dat weg was zuchtte Kat. 'Wat was dat, Jess?'

Jessy lachte en het klonk zo engelachtig dat Cecille kippenvel op haar armen kreeg. 'Ik weet het niet.'

Ze stapten zonder verder iets te zeggen weer in de auto. Toen ze een half uur aan het rijden waren, zei Kat opeens: 'Wat doen we nu?'

'Meer zoeken over dit alles,' zei Cecille, die achter het stuur zat. Ze glimlachte naar Kat, wat bijzonder was. Ze had nooit kunnen glimlachen naar Katherine Bethany Adams, in eerste instantie door haar zus, Isabelle, maar daarna omdat ze dat kind niet uit kon staan. Nu ze samen in dit avontuur verzeilt waren geraakt, konden ze niet anders dan elkaar langzaam aardig gaan vinden.

'En hoe zetten we de volgende stap?' vroeg Kat een beetje verbluft.

'De mobieltjes in de doosjes,' zei William plots. 'Daar zat nog een nummer in.'

'Ja!' zei Jessy enthousiast en ze haalde haar doosje uit haar tas.

De telefoon was snel gevonden en Jessy wilde net het nummer bellen toen Jason haar tegenhield. 'Wat gaan we zeggen?'

'Dat is een goede,' zei Olivier. 'Wat als we gewoon zeggen van: Hallo ik ben Jessy Rasp en ik ben een van de Phi. We komen net uit een gevecht en weten niet hoe we nu veder moeten.'

'Prima,' zei Jessy. Olivier's antwoord was vast eigenlijk sarcasme, maar Jessy vond het eigenlijk nog best een goed idee. Cecille kwam er achter dat Jessy steeds meer ging praten en steeds harder.

'Wat als ze slecht zijn?' vroeg Kat wantrouwend.

'Dat weten we niet als we het nooit bellen.' Cecille keek in de spiegel, maar ze werden niet gevolgd.

'Daar heb je een punt,' zei Jessy en ze drukte op de groene knop.

Migri {deel 1}Lees dit verhaal GRATIS!