Olivier's hobby was nu niet echt shoppen en dan al helemaal niet met Cecille Pebos, die daar duidelijk wel van hield, maar niet met hem. Ze waren de hele tijd in een gevecht over wat ze nou wel of niet wilden kopen. Cecille was helemaal voor de nieuwe magazines van deze week, maar Olivier vond de krant beter. Uiteindelijk besloten ze geen van beiden te kopen, omdat het op dit moment nog niet zoveel nut had. Ze liepen met een winkelwagentje door de winkel. Ze stopten de eerste beste pyjama's die ze vonden in de kar en letten niet echt op de maat, want oversized was sowieso het geval. Ze stopten zes tandenborstels en twee tandpastatubes er nog bij, een voor de jongens en een voor de meisjes. Cecille zeurde zo lang dat ze nog een reep chocolade mocht kopen. Olivier begreep niet hoe die meid zo dun was en toch nog zo om chocola kon zeuren. Wedden dat ze het zo meteen boven een wc ging uitkotsen? dacht hij, en dat was natuurlijk heel gemeen.

Toen ze eenmaal klaar waren met afrekenen renden ze terug naar de auto, altijd bang voor de mannen met het pistool. De boodschappen deden ze in de achterbak. Toen deden ze de deuren op slot en bleven ze op de parkeerplaats staan. Olivier kreeg de telefoon als eerste om zijn ouders te sms'en.

Beste pap en mam,

Maak je geen zorgen, ik heb meneer Topper niet vermoord. Ik zit wel in de nesten. Ik kan niet zeggen wat er aan de hand is en ik kan ook niet zeggen waar ik ben, maar ik beloof jullie dat ik het overleef.

Ik hou van jullie en van mijn broers.

x Olivier.

Cecille sms'te terwijl ze stuurde, want ze vond tijdrekken voor de eerste keer onnozel. Ze hield de telefoon zo dat de politie het niet kon zien, wat nodig was, want ze hadden niet genoeg geld om een boete te riskeren.

Beste pap,

Ik heb meneer Topper niet vermoord. Ik kom even niet meer thuis. Het ligt niet aan jou of aan mam.

Love you,

Cecille.

Beste mam,

Ik heb meneer Topper niet vermoord. Ik kom even niet meer thuis. Het ligt niet aan de familie of aan het huis of aan het feit dat ik geen iMac krijg.

Xx Cecille.

'Cecille,' zei Olivier onheilspellend. Hij had nog nooit zo onheilspellend geklonken en hij schrok er zelf bijna van.

'Ja wat?' vroeg Cecille agressief. Ze duwde de telefoon in zijn handen en keek hem vragend aan.

'Ze zijn niet weg,' zei hij onduidelijk.

'Wie?' zei ze, maar ze wist al over wie hij het had.

'Die mannen met het pistool natuurlijk,' zei Olivier.

'Kut,' zei Cecille, want ze wist voor de eerste keer niets anders te bedenken.

'Zeg dat wel,' zei Olivier. Hij pakte zijn telefoon en zocht in het telefoonboek naar Jason. Dat was niet moeilijk, want er stonden maar 7 telefoonnummers in de Nokia.

'Hé gast,' zei Jason, 'wat is er?'

'Maak de spullen klaar,' zei Olivier vaag. 'Ze zijn terug, je weet wel wie. We moeten meteen de auto in. Doe de kistjes op slot en pak alles in. We hebben alles voor een nacht. Laat de sleutels achter bij de balie en ga op de parkeerplaats staan. We kunnen niet langer dan vijf seconden stilstaan. Neem dan een schild of zo, zodat je niet geraakt wordt.' Het klonk belachelijk, maar Olivier moest er niet om lachen.

'Oké,' hijgde Jason en hij hing op. Blijkbaar was hij al begonnen met rennen. Cecille wist de weg naar het motel goed. Ze nam een omweg en een heleboel kleine steegjes, zodat de afstand tussen hen en hun aanvallers groter werd. Toen we eenmaal aankwamen bij het motel sprongen de vier in de auto - wat werkelijk een soort James Bond truc was - en reden ze veder.

'Wat doen we nu?' vroeg Jessy.

Migri {deel 1}Lees dit verhaal GRATIS!