Jessy Rasp was het er echt helemaal niet mee eens dat Jason McTall en Olivier Dilano haar pepermuntjes opaten. Toch zei ze er niets van, want zo was ze. Ze keek naar haar rechterhand, waar de Phi rood op was gegloeid door het metaal. Het was onwerkelijk, maar toch werkelijkheid. Die mogelijkheid maakte haar bang, maar gaf haar tegelijkertijd kracht. Misschien was ze toch niet zo gek als al die mensen dachten – zoals zij zelf dacht.

Ze zaten nu al een half uur in de auto. Het was winter en het was enorm koud. De wolkjes die ze uitblazen besloegen de ramen. Jessy keek in haar spiegeltje naar de mannen die hun achtervolgden. Ze was bang en boos tegelijkertijd. Ze hadden op haar geschoten, waarom hadden ze op haar geschoten.

Wat was ze nu blij dat ze haar vaders auto had genomen vanochtend, want als ze de kleine Citroën van haar moeder had gestolen, hadden ze met twee auto’s moeten rijden en dat zou een onoverzichtelijke kloof tussen hen in brengen. Daarbij was het ook nog eens tamelijk gevaarlijk, want dan zouden ze wel eens opgesplitst raken en dat was iets wat ze op het moment nog niet wilden.

Naast haar zat Cecille Pobes, die had gezegd dat ze als ze niet uit het grote raam zou kijken ze zou gaan kotsen. Jessy begreep het niet helemaal, want Cecille keek de hele tijd naar het kleine schermpje van haar iPhone 5. Ze wist zeker dat een lichtgevend scherm niet hielp tegen autoziekte. Jessy wist niet of ze er iets van zou zeggen, maar toen herinnerde ze zichzelf ervan hoe populair het meisje naast haar was en hoe snel ze haar leven zou kunnen verpesten en ze hield haar mond.

Op de eerste achterbank zaten Olivier en Jason. Ze hadden al een bakje kauwgom van Jessy's vader op en nu waren ze begonnen aan de pepermuntjes die ze in Jessy's tas hadden gevonden. Jessy hoorde aan het gerammel dat het doosje bijna op was. Misschien zouden ze haar zo meteen ook nog vragen om bij een pompstation te stoppen om nieuwe te kopen. Wat zou ze dan zeggen? Hopelijk zou Kat tegen dat voorstel ingaan, met haar altijd grote mond en eerlijkheid.

Op de tweede achterbank zaten William Cersta en Katherine Adams tegen elkaar aangedrukt. Het was de bank met de minste ruimte en ze hadden heel snel in moeten stappen. Kat maakte het niet uit om zo dicht bij een jongen te zitten, maar William was zo opgevoed dat hij het vreemd vond om een meisje op zijn lichaam te voelen. Dat was dus tamelijk ongemakkelijk, vanaf een kant. Kat daarentegen was vrolijk – wat tamelijk raar was in deze situatie – en liet schattige babyfoto’s zien.

Eenmaal op de snelweg vroeg Jessy pas: 'Waar gaan we nu heen?' Haar stem was klein, als altijd. Soms vervloekte ze zichzelf erom, maar het was een gewoonte geworden die ze zelf niet meer onder controle kon houden.

'Ik weet wel een motel waar we even kunnen overnachten,' zei Cecille zonder van haar telefoon op te kijken.

'Wat? Gaan we niet naar huis?' vroeg Jason verbaasd en de auto werd vervuld met de geur van pepermunt. 'En hoe komen we aan geld?'

'Nee,' zei Cecille, 'natuurlijk gaan we  niet naar huis. Ze weten vast wel waar we leven, wie ze dan ook mogen zijn. En ik heb wat geld van meneer Topper meegenomen.'

'Cecille!' zei Kat ontzet.

'Wat?' zei Cecille. 'Ik vind dat we recht hebben op geld. Die man is dood en laat ons achter met alleen maar een doosje en lelijke tekens op onze handen. Als hij wilt dat we antwoorden gaan zoeken, moeten we toch geld hebben voor benzine en overnachtingen? Hij heeft ons in deze problemen gekregen en daar mag hij ook wel best voor boeten, Katherine.' Kat sloeg haar armen over elkaar.

'Hoeveel heb je meegenomen?' vroeg William na een korte stilte die gevuld was met spottende blikken van Cecille en woedende van Kat.

'Ik heb een kistje meegenomen waar het geld in zat,' zei Cecille, 'ik weet niet hoeveel erin zat. Ik had niet echt tijd om te tellen.'

‘Waarom niet?’ mompelde Kat zachtjes. ‘Was je te druk met je ego te vergroten?’ Jessy hield haar ogen op de weg en waagde het niet een blik op de twee meisjes te werpen.

'Wat als ze ons kunnen volgen via onze telefoon?' zei Olivier slim – tevens om de conversatie om te draaien – en hij keek naar buiten, op zoek naar de donkere auto van de mensen van het pistool. Jessy wist meteen dat hij doelde op Cecille's iPhone.

'Goede theorie,' zei Kat, niet alleen omdat dat haar mening was, maar ook omdat ze boos was op Cecille. 'Iedereen zijn telefoon uit.'

'En wat over de telefoons in de doosjes?' vroeg Jessy zachtjes. Ze was bang dat Kat nu ook boos op haar zou worden.

'Inderdaad,' zei Cecille die blijkbaar een reden zag om nog op haar telefoon te kunnen appen of wat ze dan ook aan het doen was op dat vierkante scherm.

'Ik denk dat die telefoons zo zijn geprogrammeerd dat ze ons daarmee niet kunnen volgen,' zei Jason. 'Anders zouden ze toch niet in de doosjes hebben gezeten?'

'Daar heeft hij een punt,' zei Olivier en hij haalde een pepermuntje tussen zijn tanden vandaan. Dat deed Jessy denken aan de tijd waarin ze nog een beugel had.

Cecille zuchtte en drukte heel lang op het uitknopje van haar iPhone, totdat er een rood knopje op het beeldscherm verscheen. Ze schoof die naar recht en de telefoon liet een draaiend balkje zien. Toen haar telefoon uitstond overhandigde ze hem aan Jessy. 'Jou vertrouw ik het meest en zo weten jullie zeker dat ik me aan mijn belofte hou.'

'We moeten elkaar vertrouwen,' zei Kat fel. 'We zitten nu toch allemaal in dezelfde shit. Ik zweer dat als een van jullie met die mensen samenwerkt dat ik zijn of haar nek breek en ik heb lang op vechtsporten gezeten, dus ik weet hoe ik iemand echt pijn moet doen.' Niemand zag er naar uit om door Kat vermoord te worden dus ze knikten allemaal.

'Oké,' zei Olivier na een tijdje. 'Laten we maar naar dat motel van Cecille gaan. We kunnen er beter niet langer dan een week blijven. In die tijd moeten we uitzoeken wat dit alles betekent. Als we alle spullen uit de kistjes nu eens goed bekijken, kunnen we er misschien een vergelijking of een tip in zien. We hebben namelijk nog niet echt de tijd gehad om echt naar de doosjes te kijken.' Er viel even een stilte. Jessy was blij dat iemand de leiding nam. Ze wist zeker dat het anders een mierenhoop zou worden. Toch kende ze Olivier Dilano niet als een leider. Toen bedacht ze dat hij het hoofd van een commissie op school was en vond ze zichzelf behoorlijk dom, natuurlijk nam hij de leiding, maar ze besloot daar niet lang over na te denken.

Olivier en Jason gingen aan de slag met de kistjes, terwijl Cecille Jessy de weg vertelde en Kat en William een gesprek hadden over voetbal, waar ze alle twee wel goed in waren. Jessy kon het niet laten om even de glimlachen. Ondanks dat meneer Topper dood was, dat ze achtervolgt werden door mannen met pistolen en dat ze Griekse letters op hun hand hadden, voelde Jessy zich toch gelukkig. Zo achter het stuur, met een waterige winterzon in haar gezicht en het gevoel dat ze een groot avontuur in ging.  Ze keek even in de spiegel en het kon haar geluk niet op: de mannen met het pistool waren weg.

Migri {deel 1}Lees dit verhaal GRATIS!