5 - Alpha

173 18 1

Katherine Adams staarde naar Jason McTall's hand. 'Dit is onmogelijk!' zei ze vastbesloten. Veel vastbeslotener dan ze zich voelde. Ze geloofde de boeken niet, want magie bestond gewoon niet, net zoals liefde op het eerste gezicht. Dat alles was onzin, alhoewel sommige jongens echt wel behoorlijk lekker waren.

Jessy Rasp leek het niet meer te houden. Ze gooide haar armen in de lucht en stond wanhopig op. ze was echt de laatste die Kat had verwacht om hier verkeerd mee om te gaan, want Kat dacht dat Jessy wel genoeg boeken had gelezen.

'Sorry jongens,' zei ze en haar armen vielen slap naast haar heupen, 'ik kan dit niet. Veel plezier met dat geheim uitzoeken. Ik kan niet nog meer aan mijn hoofd hebben. Ik moet nog leren voor mijn Latijn proefwerk.' Ze pakte haar jas, tas en autosleutels en liep de deur uit.

Kat liep haar achterna. Zo ging dit dus niet! 'Jess!'

Jessy liep gewoon door, wat ze van zichzelf niet had verwacht. Ze was al bijna bij haar auto, die achter die van Cecille stond. 'Ik kan het niet, Kat. Laat me alleen. Ik begrijp dat je wilt dat ik toch meedoe, maar ik kan het niet. Ik heb al genoeg problemen thuis en op school.'

'Ach, jij problemen op school,' zei Kat onverschillend. 'Dat is net zoals Cecille zonder make up.' En thuis dan. Jessy was ook niet een perfect mens met een perfect leven. In cliché boeken zou het zo zijn dat ze haar moeder of vader had verloren, zodat haar karakter diepte kreeg, maar hoe het in de werkelijkheid was, wist Kat niet.

'Laat maar Kat, jij begrijpt me toch niet.' Jessy keek haar even vuil aan, maar herstelde zich zo snel dat Kat niet wist of ze het wel echt had gezien. 'Ik ga.' Het klonk niet alsof Kat haar nog van mening kon laten veranderen.

'Nee,' zei Kat en ze ging op Jessy's autokap zitten, waar Jessy duidelijk niet blij mee was, maar Kat maakte het niets uit. 'Ik weet niet wat dit domme geheim is en wat voor een invloed het gaat hebben op mijn leven en dat van jou, maar het is zo gevaarlijk dat er een volwassen man zelfmoord door heeft gepleegd en dat gebeurt niet elke dag. Ze gaan ons hoe dan ook ondervragen. We lopen allemaal gevaar. Jij blijft hier. Al is het alleen voor jezelf, want jij wilt niet achter de tralies komen omdat je verhaal anders is dan die van ons. Jij blijft verdomme hier, want de buitenwereld is op het moment veel te gevaarlijk.' Kat keek haar recht in haar ogen aan, want ze had geleerd dat als je mensen zo aankeek, dat ze je dan eerder geloofden. Mensen die logen, durfden de personen waarmee ze praatten nooit aan te kijken. Zelfs als Kat loog, keek ze de mensen tegen wie ze praatte dus recht aan.

Jessy keek haar vol ontzag aan, waardoor haar ogen nog een stuk groter werden dan ze al waren. Zo zag ze er net uit als een breekbare pop van een vijfjarig meisje. Bij normale mensen zou dit een belediging zijn geweest, maar Jessy stond het juist schattig, en schattig was het juiste woord om Jessy te omschrijven.

Ze duwde haar autodeur weer dicht. Nooit had ze iemand zo zeker van zichzelf horen praten. Ze wist nu niet of Kat ooit wel eens ergens een gevoel over kon hebben, want ze wist zeker dat elk mens een gevoel kon hebben. Maar toch was zij als enige achter haar aangekomen wat een gevoel van huiselijkheid gaf. Een gevoel dat ze nog niet eerder had gevoeld, zelfs niet in haar eigen huis, wat raar was, want haar familie was fantastisch. Niet wetend dat het een gevoel van vriendschap was, zei ze: 'Ja, je hebt gelijk.'

Kat zag een auto de hoek omscheuren. Ze keek verschrikt op. Kat had een goed zicht en ze wist zeker dat deze auto niets goeds in bedoelingen had. Geen een inwoner van het stadje zou ooit zo hard rijden, hoeveel haast ze ook hadden. Het was een niet afgesproken reden, maar iedereen hield zich hier eraan, want als je gepakt werd, konden de gossip girls van de stad er maar niet over op houden. Kat maakte dat nooit wat uit, maar haar moeder had er een hekel aan. Niet dat ze zo veel om haar moeder gaf, maar toch hield ze zich aan de regels.

Ze zag dat er uit de auto een mannenhand met een pistool stak. Hij legde zijn vinger om de trekker en Kat merkte op dat hij schoot met zijn linkerhand, wat een raar idee was, want dat is niet het meest normale wat je dacht als er op je wordt geschoten.

Wacht, wat?

'Duiken!' gilde Kat, net op het moment dat de man de trekker overhaalde.

Kat had altijd al goede reflexen gehad - ze deed veel aan sport en het was haar dus vanaf het begin al aangeleerd - en ze drukte Jessy op de grond, voordat die zelf besefte wat er aan de hand was. De eerste kogel raakte hen op een haartje na niet. Hij sloeg in op een auto achter hen, waarvan het alarm meteen aansloeg. Het zou niet lang duren voordat mensen er achter kwamen dat er geschoten werd. Dat leken de mensen in de auto ook te beseffen, want ze losten hun kogels, alsof het regendruppels waren.

'Snel, naar binnen,' zei Kat en ze pakte een stuk hout, met de hoop dat het een beetje voor bescherming zou zorgen, ook al wist ze dat het onzin was. Het was niet zo maar een pistool. Kat had niet veel verstand over pistolen, maar ze wist wel dat het niet goed was, als een kogel recht door de auto heen ging.

Ze pakte de bibberende Jessy achter haar auto vandaan en rende ze zo snel als ze kon terug naar het huis van meneer Topper. Haar benen waren een stuk langer dan die van Jessy, dus die sleurde ze ongeveer achter zich aan, waar ze natuurlijk niets mee opschoten. Kat was de hele tijd aan het bidden tot iemand - ze geloofde in tegenstelling van haar familie niet in een soort god - zodat Jessy niet zou struikelen en Kat meende te horen dat zij ook mompelend aan het bidden was.

Jason McTall, Olivier Dilano, Cecille Pebos en William Cestra hadden zich al achter de bank verstopt, de schoten hadden ze duidelijk gehoord. De doosjes stonden nog open en bloot op de salontafel en hun tassen waren nog steeds naast de deur gesmeten, alsof er nog niets was gebeurd.

'Wordt er geschoten?' vroeg William met zijn Marokkaanse accent. Het was zo'n typisch badass-accent, maar Kat wist dat William totaal niet badass was.

Als antwoord kwam er een kogel door de ruit, die zich in de muur nestelde.

'Ja,' zei Kat. 'Ze weten dat we de doosjes hebben geopend, denk ik.' Die uitspraak was natuurlijk totale onzin, want hoe moesten zij nou weten dat de kistjes geopend waren. Behalve als hier camera's hingen, konden die mensen daar niets van weten.

Ze pakte haar doosje en haalde met het mes de bodem eruit, heel erg snel. Ze keek de hele tijd op naar het raam, om te kijken of er nog meer schoten door het raam kwamen, maar de mannen hadden besloten hun nog niet te doden, waarom wist ze niet. Ze opende het bruine pakje en haalde de Alpha eruit. Haar hand lichtte geel op toen de Alpha in het teken verdween.

Ze deed haar doosje dicht en hield haar hand kort op het slot. Dat klikte als teken dat het weer op slot zat. Ze kroop naar haar tas - nog steeds naar het raam opkijkend - en propte het kistje bij haar boeken. Ze gooide haar boeken op de grond zodat alles paste. Ze liet haar schriften en haar pennen erin, omdat ze die misschien nog nodig kon hebben. Jessy keek haar vol ongeloof aan.

Ze schoot naar de grond, toen het derde gerichte schot werd gelost. 'Doe hetzelfde als ik,' zei Kat dwingend. De anderen keken haar verbaasd aan.

'Weet jij meer over dit dan wij?' vroeg Jason verbaasd en een beetje verward tegelijkertijd.

'Nee natuurlijk niet,' zei Kat, 'maar ik weet wel dat meneer Topper niet voor niets zelfmoord heeft gepleegd. Jullie moeten toch weten dat Jessy niet door zichzelf is teruggekomen. En misschien weet ik dingen gewoon sneller te verwerken dan jullie.' Ze glimlachte spottend en schoof snel de banden van haar tas over haar schouder.

De anderen deden dus wat ze zei. Zelfs Cecille, wat een wonder was. Cecille deed nooit wat mensen haar bevolen. Kat wist dat ze zich vereerd moest voelen, maar daar was nu geen tijd voor.

Toen Kat met haar rugtas zwaar op haar rug opstond, zei ze: 'Wie van jullie heeft een auto waar zes mensen in kunnen en die kogelwerende glazen heeft.'

Tot iedereens verbazing stak Jessy haar hand op. Haar vader had een Kia Sorento en die had ze meegepikt omdat ze haar zusje moest afzetten bij het kinderdagverblijf en daarmee ook een aantal andere kinderen moest ophalen, dus de auto was groot genoeg voor zes mensen, en die auto had om de een of andere rare reden ook nog kogelverwerende glazen. 'Ik.'

Migri {deel 1}Lees dit verhaal GRATIS!