4 - Beta

195 19 0

Jason McTall keek naar zijn hand. De gloeiende Beta staarde terug. Hij voelde de brand op zijn hand wel, maar hij leek het niet te zien als een pijn. Het was gewoon dat hij ergere pijn had gevoeld. Dit was niet iets normaals, maar het was ook niet verschrikkelijk. Jason bewaarde zijn gevoelens tot zijn breekpunt. Hij was duidelijk de enige die er zo over dacht, want de anderen schreeuwden het uit.

Cecille Pebos gilde hard. 'Kut, kut, kut, mijn hand! Hoe moet ik Mike nu nog meevragen naar het gala?'

Kat rolde met haar ogen, opnieuw. Jason was het met haar eens. Cecille was ook gewoon een zeikwijf. En dan ook nog die opmerking over zijn "emo-heid", terwijl hij totaal geen emo was. Hij was gewoon een beetje ruig, met zijn zwartleren jasje en zijn warrige, ravenzwarte haren.

'Mike is toch al het vriendje van Rubby?' vroeg Jason droog.

'Zullen we nu weer bijeenkomen?' vroeg Jessy Rasp voorzichtig. 'Om de spullen te bekijken.' Ze wilde natuurlijk de gedachten van de anderen niet onderbreken en ze dacht dat als ze het stilletjes vroeg, mensen minder snel boos op haar zouden worden. Jason vond Jessy een beetje moeilijk. Hij voelde zich zo groot tegenover haar. Ze leek zo breekbaar en hij maakte snel dingen kapot. Daarom was hij bijna bang voor haar.

'Prima,' zei Kat ongeïnteresseerd. Zo klonk ze alleen maar, want toen Jason haar aankeek, stonden haar ogen veel te nieuwsgierig om ongeïnteresseerd te zijn. Kat was een raar meisje, ze verwarde hem, en dat beviel hem wel. Ze was anders dan de anderen. Sarcastisch, grappig, maar tegelijkertijd behoorlijk irritant. Hij had wel door dat ze Cecille niet echt mocht, maar dat gevoel was waarschijnlijk wederzijds.

Jason was een jongen met ravenzwart haar en een bleke huid. Het scheelde hem niet hoe hij eruitzag. Het scheelde andere mensen namelijk ook niet hoe hij eruit zag. Hij was een soort van niemand en dat vond hij allemaal wel prima. Het zat wel in de familie. Zijn broers Stefan en Sander waren al van school af, maar hun haar was veel te lang en elke keer dat hun moeder het wilde knippen, renden ze terug naar hun studentenhuis. Hun maakte het ook niet echt veel uit. Ze waren niet belangrijk voor de wereld, net zoals Jason. Jason wilde ook niet echt iemand zijn. Hij was prima in zijn eigen wereldje.

Toch waren de twee broers van Jason genieën. Ze deden van alles met elektriciteit en wetenschappen en hun moeder was vreselijk trots op hen. Soms vergat ze dat Jason ook een zoon was. Jason was ook het minst gewenst in de familie McTall. Hij was in eerste instantie een ongelukje geweest, maar hun moeder had het weten op te houden dat hij nog steeds vreselijk gewenst was. Toen hij op de middelbare school kwam en een klas bleef zitten, werd hij het problemenkind. Hij kwam altijd te laat, spijbelde veel en haalde lage cijfers. Zijn moeder bekeek hem met een steeds vuilere blik als ze vertelde over haar twee zoons die zo goed aan het studeren waren.

Maar Jason wilde ook helemaal niet naar de universiteit. Hij zou maar gewoon een raar studietje erbij doen, want het maakte hem allemaal niet zo veel uit, als hij maar gewoon wat lol kon maken en gelukkig kon zijn. Hij wilde muziek maken in een bandje dat hij zelf had opgericht. Niemand kwam tot nu toe naar hun optredens, maar de Black Raves misten nooit een repetitie. Ze bleven maar oefenen en oefenen en werden echt wel beter, maar er zaten geen mensen in de band die boven de vijfentwintigste trap van de Populariteit stonden en dat werd hun ondergang. Toch, ze waren goed.

Jason bedacht zich dat hij eigenlijk nu in de kelder van de tweeling Jip en Jim moest zijn om te oefenen met zijn band, maar dat hij veel te laat was. In zijn band zaten vier jongens (Jip, Jim, Arthur en Jason) en een meisje (Valentina). In de Black Raves zaten allemaal problemenkinderen. Jip en Jim bliezen om de week een bushokje op, Arthur was veel te luidruchtig voor zijn ouders die alle twee verslaafd waren aan boeken en dan vooral de Arthur-boeken - waar Arthur zelf tegenwoordig van moest kotsen - en Valentina was een gothic die niet geaccepteerd werd door haar familie. Zo hadden ze allemaal wel hun eigen ding, maar ze waren er allemaal over eens dat Jason het ergste thuis had, wat raar was, want zelf vond hij het allemaal prima. Jason's levensstijl was eigenlijk te omschrijven in het ene woord 'chil'.

Jason pakte zijn houten doosje en ging naast Olivier op de bank zitten. Hij had geen goede band met Olivier, maar ze kenden elkaar wel. Hun moeders hadden vroeger bij elkaar in de klas gezeten en toen ze hun zoons een keer meegenomen hadden naar een reünie waren ze gedwongen om met elkaar om te gaan en te zeuren hoe saai het allemaal wel niet was. Dat was op zich nog wel leuk geweest, maar Olivier was gewoon niet zijn soort vriend.

Ze haalden de deksel van het kistje en keken allemaal tegelijkertijd met veel lust de doos binnen, alsof er iets wat heel geheim was in zat. Ze zouden eens moeten weten. Er zaten twee gouden messen in, een brief, een telefoon en een boek. De kistjes bevatten bij allen van hen hetzelfde. Hij vond het allemaal maar een beetje vreemd dat meneer Topper voor twee messen, een boek, een brief en een telefoon zelfmoord had gepleegd, maar hij had vast wel een betere reden. Misschien was hij wel depressief. Dat sowieso want waarom zou je anders zelfmoord plegen?

Toen Jason de spullen uit zijn kistje haalde en zijn nagel tegen de onderkant, hoorde hij dat de onderkant hol was. Hij legde de voorwerpen die uit de doos kwamen naast hem op de bank en keek toen eens goed naar de onderkant van de doos. Hij zat veel hoger dan eigenlijk hoorde, in vergelijking van de hoogte van de doos.

Jason schoof de plaat heen en weer, maar er kwam geen beweging in. Hij zat goed vast. Hij grijnsde. Zijn badass-eigenschappen hadden hem veel aangeleerd, wat geheimen betrof. Dit was er een van. Er was altijd meer dan dat leek.

'Jason, wat ben je aan het doen?' vroeg Kat die fronsend naar haar eigen doosje keek. Ze leek zich geen zorgen te maken over iedereen en alles.

'Er is een geheim stuk,' zei Jason simpel. Hij hield de doos ondersteboven. Ze hoorden een voorwerp tegen de bodem van de doos - die niet de echte bodem was - aanvallen. Dat wekte bij hen allen nieuwsgierigheid op, ook al dachten ze allemaal op een andere manier.

'Zie je?' Jason zette zijn kistje weer neer.

'Briljant,' zei Jessy zuchtend, alsof ze besefte dat zij nooit zoiets had kunnen bedenken, wat ze best wel zou kunnen.

'Zou die ouwe hier ook wat te eten hebben?' vroeg Cecille ongeïnteresseerd, maar het was een masker, want haar ogen glimden.

'Ga kijken,' zei Kat scherp en ze haalde haar schouders op. Het maakte haar - evenals de anderen - niets uit of Cecille wat zou eten.

Cecille sloeg haar vijl op de tafel, snoof op Kat's arrogantie, keek haar gemeen aan en liep naar de keuken. Ze kwam terug met een zak paprikachips, die ze na een aantal minuten rommelen in kastjes gevonden had. Ze had ook een glas bij zich, dat ze vulde met Jessy's limonade.

Jason pakte het mes dat Kat had gehaald om haar doos open te krijgen. Hij schoof het tussen de "bodem" en duwde het zo omhoog, dat de bodem opensprong. Hij keek naar het bruine pakje dat in het midden lag. Het was ingepakt met meisjes kaftpapier van de HEMA.

Hij gaf het mes aan Olivier, die Jason's stappen nadeed en zo ging het verder op hen allemaal. William deed die van Kat, omdat hij zeker wist dat Cecille het zelf zou vertikken. Het was een wonder dat ze hier nog was.

Jason pakte het pakje en scheurde het papier eraf. Hij zag een ijzeren Beta in zijn hand vallen, precies op de plek waar het teken ook op zijn hand was gebrand. Het teken slokte het metaal op, wat natuurlijk bizar was. Het voelde koud en gaf hem de kriebels.

Jason keek verbaasd naar zijn hand. Toen al het metaal door zijn hand opgeslokt was, lichte de Beta blauw op. Zijn ogen werden er nog veel blauwer door en de blauwe stralen verlichtten zijn gezicht, wat leek op het effect van licht dat weerkaatst op water.

'What the fuck?' zei Kat en Jason was het helemaal eens met die uitspraak.

Migri {deel 1}Lees dit verhaal GRATIS!