Hoofdstuk 3 - deel 2

35 3 0
                                    

Pyra schrok wakker van het geluid van een dichtslaande deur. Ze rolde zich van haar buik naar haar rug en spitste haar oren. Had ze dit nou goed gehoord? Waren dat nou voetstappen? Ze liet zich uit bed glijden en sloop op blote voeten naar de deur van haar kamertje. Ze drukte haar gezicht tegen het hout en probeerde te horen wat er allemaal gaande was. Ja, het waren toch echt geluiden. Voetstappen! Beneden. Was er een dief? Moediger dan ze zich voelde, liet ze een klein vlammetje ontstaan dat zo’n vijftien centimeter naast haar hoofd bleef zweven. Stilletjes als een muis drukte ze de deurklink naar beneden. Ze opende de deur net genoeg om er door te glippen. Op haar tenen sloop ze over de overloop, voorzichtig kijkend waar ze haar voeten neerzette op de houten planken. Boven aan de trap bleef ze staan en tuurde ze door de spijlen naar beneden. Het vlammetje liet ze doven, opdat ze bang was dat ze indringer haar zou opmerken door het licht. Beneden stond een schaduw, bijna niet te zien doordat het haardvuur niet veel meer was dan wat sintels. De schaduw, meer een donkere vlek, die er eerder niet had gestaan, bewoog niet en  maakte geen geluid. Wat was dit voor een dief? Meteen had Pyra spijt dat ze niks bij zich had om zich te verdedigen. Misschien moest ze terug naar bed gaan. Of Kersel wakker maken? Of Ravyn.. Oh nee, dat was geen optie, want die lag in het souterrain. En ademde ze niet te luid? Paniekerig sloeg ze haar hand voor haar mond. Trillend sloop ze de trap af, angstig voor elk geluidje dat het metaal zou voortbrengen. Zweet parelde op haar voorhoofd en ze had het nog warmer dan normaal.

De vorm bewoog!

Pyra maakte een piepgeluidje, greep een paraplu uit de paraplubak en zwaaide ermee naar de vorm, die zich omdraaide.

            ‘GA WEG INDRINGER!’ piepte het meisje. Haar vlecht die haar bos vuurrood haar bijeenhield, raakte los en vlamde alle kanten op.

            ‘GODALLEJEZUS, Pyra’ bulderde de stem van Ilaisar, die overeind sprong van zijn zetel en de paraplu probeerde te ontwijken. Pyra haalde nog eens uit en Ilaisar voelde zich gedwongen om naar voren te duiken en haar pols vast te grijpen. Zijn vingers sloten zich om haar rechterpols en meteen had hij spijt dat hij zijn handschoenen al had uitgetrokken. Een verstikkende warmte brandde zijn handpalmen, maar hij verbeet de pijn en hield haar stevig vast. Toen ze leek te beseffen dat ze overmeesterd was, leek ze te bedaren en keken ze elkaar aan.

            ‘Oh…’ bracht het meisje uit. De paraplu viel uit haar hand en viel met een klap op de grond. ‘Jij bent het maar.’

            ‘Jij bent het maar? Gestoord kind. Wat doe jij uit bed?’ zuchtte Ilaisar, met duidelijke irritatie in zijn stem. Hij liet haar pols los, want het begon nu wel erg pijn te doen. Pyra trok haar hand terug zodra ze zijn grip voelde verslappen en wreef er over.

            ‘Dat kan ik ook aan jou vragen,’ kaatste ze terug. ‘Toevallig werd ik wakker van jou.. en toen…’

            ‘Toen dacht je, laat ik maar een paraplu in zijn rug rammen?’ onderbrak hij haar.

            ‘Helemaal niet!’ riep ze verontwaardigd. ‘Ik dacht dat je een indringer was die iets kwam stelen!’

            ‘Wie zou hier in hemelsnaam wat willen stelen?’ siste Ilaisar, terwijl hij ter illustratie om zich heen keek.

VUUR & BLOEDWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu