Hoofdstuk 3 - deel 1

47 3 0
                                    

HOOFDSTUK 3 – TWIJFEL

Vlak nadat Kersel ook naar bed was vertrokken, kwam Ilaisar overeind uit zijn stoel en liep hij geluidloos naar de hal. Alvorens hij het huis uit glipte, zette hij zijn breed omrande hoed op en sloeg hij zijn mantel om zijn schouders. Het medaillon om zijn nek gloeide een zacht, maar koud, licht uit, waardoor schaduwen over zijn gezicht danste bij iedere stap die hij zette. Toen hij de deur zacht achter zich dicht trok, kon hij het niet laten even naar boven te kijken, naar de fonkelende sterrenhemel. Vreemd, dacht hij bij zichzelf. Heel erg vreemd. De sterren, die niet anders leken te fonkelen dan anders, gaven hem een nogal weemoedig gevoel. Alsof er iets niet klopte. Hij keek een tijdje omhoog voordat hij daadwerkelijk wegliep, het huis in duisternis achterlatend. Zelfs de kamer van Pyra, die zich aan de straatkant bevond, was donker.

            Hij zette een stevige tred in en begaf zich in de richting van het rijkere gedeelte van de stad. Het gevolg daarvan was dat hij steeds minder mensen tegenkwam en dat de omgeving steeds lichter werd. De rijken vonden het geen probleem extra geld uit te geven aan goede verlichting. Ilaisar probeerde echter zo veel mogelijk in de schaduwen te blijven en de ramen waar nog licht brandde te mijden. Ik ben een schaduw, dacht hij. Hij was er bijna. Vlug liep hij over een bruggetje, waar het donkere water in een snelle stroom langs raasden. Bruin van het afval wat er in werd gedumpt. Stinkend van alle uitwerpselen die schuimend onder hem door raasde. Hij haalde zijn neus er voor op.

            Een aantal minuten wandelen later, waarbij hij de stroom bleef volgen, kwam hij aan bij een roestige poort die verankerd was tussen twee oudere muren. De straat was leeg en hoewel er lantaarns hingen, was de poort een grote vlek duisternis. Onopvallend voor iedereen die er niet op lette. Precies zoals het hoorde.

In de linker muur was een vierkante uitsparing waar een kubus met ribben van tien centimeter precies in zou passen. Hij ging er voor staan en trok zijn handschoen uit., om zijn hand vervolgens in de ruimte te steken. Het vierkant was gevuld met een aantal ogenschijnlijk roestige schijven waar aan gedraaid kon worden. In een vloeiende beweging draaide hij aan de schijven, die ondanks hun uiterlijk, soepel in beweging kwamen. Niet lang daarna klonk er een luide klik als van een slot dat openging. De poort was niet langer vergrendeld. Tevreden trok Ilaisar zijn handschoen weer aan en duwde hij de poort open. Achter de poort werd hij opgewacht door een man in dezelfde kleding als die hij droeg en wie behoorlijk slaperig uit zijn kleine donkere oogjes keek.

            ‘Goedenavond, meneer,’ zei deze beleefd. Hij maakte een kleine buiging. Ilaisar knikte terug en tikte even tegen zijn hoed.

            ‘Is de meester er?’ sprak hij zacht, maar uiterst duidelijk.

            ‘Ja, meneer,’ antwoordde de leerling. Ilaisar wist dat het een leerling moest zijn omdat niemand anders ’s nachts de wacht zou willen houden. Iedere leerling begon met taken als deze. Hij herinnerde zijn eerste paar jaar nog goed. De hel die je als groentje moest meemaken. Blij dat hij er vanaf was!

            ‘Mooi zo, Hoop en Vrees, broeder.’

            ‘Hoop en Vrees, meneer,’ de leerling ging weer met zijn neus naar de poort gekeerd staan en Ilaisar liep verder. Het was een smalle gang tussen de twee gebouwen die uitkwam op een kleine binnenplaats, waar een donker gat in de grond een trap voorstelde die naar beneden leidde. Ilaisar liep er in een rechte lijn op af. Hij daalde de smalle stenen treden van de trap af en keek uit dat hij niet uitgleed over de vochtige plekken. In de verte, helemaal beneden, brandde een toorts, maar Ilaisar had voor nu voldoende aan zijn medaillon.

VUUR & BLOEDWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu