Epiloog

92 10 15


 "Hoe gaat het met Gem?" Tómy liep op blote voeten door het gras en keek Tyrna aan.

"Goed, druk. Hij is bij Rema op de range, binnenkort gaan we verhuizen, dichter naar Nivard toe."

"Wie is Rema?"

Een grijns verscheen op Tyrna's gezicht toen ze antwoordde: "Onze zoon."

"Zoon?" Tómy's mond viel open en ze stond prompt stil.

"Je bent lang weggeweest Tómy, er is veel gebeurd in de tussentijd. Ik hoor dat jij ook een kamer deelt met een jongeman?"

Meteen begon ze weer te lopen, haar wangen brandend. "Wie heeft je dat verteld?"

"Jouw vader."

"Mijn vader? Hoe kan hij dat nou weer weten?"

"Je denkt toch niet dat er hier ook maar iets voor hem verborgen blijft? Nou, wie is hij?"

Haar ogen zochten de omgeving af en vond de twee figuren al snel. Half fluisterend zei ze: "Alcor. Hij heeft een zoontje van bijna vier, Josya. Zijn moeder had hen in de steek gelaten."

"Hij mocht zeker nooit geboren worden?"

"Josya? Nee, inderdaad." Ze glimlachte toen ze zag hoe de grote man net deed of hij zijn zoontje in het meer wilde gooien. "Gelukkig kwamen ze op het juiste moment naar de Kelder, zonder hen had ik de schuilplaats nooit gevonden."

"Hij mag je zeker graag?"

"Ik hoop het, ik mag hem erg graag", gaf ze toe.

"Ja, dat kan ik zien." Tyrna legde een hand op haar schouder en veranderde van onderwerp. "Ik ga weer eens op huis aan, er moet nog zoveel gedaan worden."

"Als jullie hulp nodig hebben ..."

"Dan laat ik het je wel weten." Tyrna trok haar in een stevige omhelzing en liet haar lachend los toen een schreeuw over het veld klonk. "Hij roept je."

"Ja," grinnikte Tómy, "ik denk dat Josya wil zwemmen. Ik ben zelf ook wel aan een bad toe. Doe Gem de groetjes en ik kom snel een keer Rema bekijken."

"Doe dat en neem Alcor dan mee."

"Doe ik. Tyrna?" Ze beet op haar lip, bang voor de gedachte die haar soms zomaar kon verlammen.

"Ja?"

"Zijn we nu veilig voor de raad? Zal het netwerk ... De satellieten, zullen die ons echt kunnen beschermen?"

De uitdrukking op het gezicht van haar vriendin werd zacht. "Ja, daar hoef je niet meer bang voor te zijn. Hier op Elodie zijn we veilig. Dankzij jouw vader hebben de schuilers meer kans op een normaal leven dan ze ooit op Tagmar hebben gehad. Nand en straks ook Swinde en Arken, zullen een doorstroomplaats worden voor nog veel meer hulpzoekenden en wellicht ook op langere termijn. Misschien kan het zelfs een woonplaats voor hen worden. Elodie is nog zo ruim en open."

In de verte starend, knikte Tómy. "Ze is inderdaad nog echt rijk. En nu al de goede kanten van Tagmar met de natuur hier gecombineerd kunnen worden, zal er een hoop ten goede veranderen."

"Denk je dat echt?" Nu was het Tyrna's beurt om onzeker te klinken.

"Ja, dat denk ik wel. Elodie heeft heel lang techniek verboden omdat het de natuur zou stukmaken. Deze gedachte heeft de Eloden trots gemaakt, ze vonden zichzelf beter dan hen op de oudere werelden. Nu Tagmar haar geheimen heeft prijsgegeven, begint Elodie langzaam te beseffen dat er meer is dan natuur en dat wijsheid en kennis nog steeds kan vermeerderen met de tijd."

"Die van jou ook, hoor ik."

"Ha ha. Tagmar's ontwikkeling is zover doorgebroken, dat de twee planeten beide, met of zonder techniek, geen angst meer hoeven te hebben voor zelfvernietiging. Tagmar's kennis zal Elodie zeker verbeteren in communicatie en veiligheid. Mijn vader ziet dat en met hem zal ook zijn volk uiteindelijk inzien dat dit goed is."

Het bleef even stil.

Toen vroeg Tyrna: "En jij, Tómy?"

"Wat bedoel je?" Ze wendde haar blik naar de Tagmaraanse.

"Is jouw situatie ten goede veranderd?"

Kort dacht ze na, maar toen knikte ze vastbesloten. "Ik heb nu een stukje van Tagmar bij me op Elodie. Ik ken mijn oorsprong. Mijn toekomst ligt hier. Ik heb geen reden meer om ergens anders heen te gaan. Elodie's schoonheid en rijkdom zijn volop om ons heen, Tagmar's technologie kan ik gebruiken zonder grenzen en ik ben niet langer één van de weinigen. Ja, ik ben ook tevreden. Ik ben thuis."

Niet het einde...

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!