Hoofdstuk 25

124 12 46


De tijd vloog voorbij als de wind, die volgens de buitenwerkers – medewerkers van de Kelder die op Tagmar's oppervlakte werkten – flink tekeer was gegaan. Tómy's informatie over Elodie was stukje bij beetje in de index ingevoerd en toen het nieuws eenmaal circuleerde dat er zeer uitzonderlijke informatie openbaar was gemaakt, zag je regelmatig her en der opgewonden groepjes rond de infostaanders. De bron werd, tot haar grote opluchting, geheim gehouden.

Samen met Alcor had ze regelmatig kleine klusjes mogen doen, waarvoor ze uitbetaald kregen en hun kamer toch nog redelijk gezellig in konden richten. Josya was al helemaal gewend geraakt en kon bijna in zijn eentje de weg door de gangen vinden. Wat erg handig was, daar het drie jaar oude jochie er vaak genoeg vandoor ging, om dan een poosje later grinnikend weer terug te komen. Alsof hij verstoppertje had gespeeld en trots kwam laten zien dat hij niet was gevonden.

Op een dag echter, aan het begin van Tómy's zesde periode in Tagmar's schuilplaats, was Josya rustiger dan normaal. Reden daarvoor was de norse trek om zijn vaders mond en de verdrietige blik in diens ogen. Tómy had het niet meteen door, pas toen ze aan tafel zaten bij het ontbijt en Alcor niet veel meer deed dan spelen met zijn eten, vroeg ze: "Is er iets aan de hand?"

Alcor keek even op en knikte zacht, antwoorden deed hij echter niet meteen. Tómy wachtte geduldig af en uiteindelijk zei Alcor, met een schuine blik op Josya: "Onze tijd zit er bijna op. Ik heb geprobeerd een baan te krijgen hier, maar op dit moment zitten ze niet om medewerkers verlegen. Als daar geen verandering in komt, moeten Josya en ik aan het eind van deze periode weg."

Meteen daalde de temperatuur een paar graden. "Weg? Je bedoelt ... weg uit de Kelder?"

Ze kreeg alleen een knik als antwoord. "Waarheen dan?"

Verslagen haalde hij zijn schouders op. Natuurlijk hadden ze geweten dat dit moment zou komen, maar nu het er was, leek het opeens zo plotseling.

"Is er dan niets ... heb je dan niets-?"

"Om in te ruilen voor meer tijd? Nee, als dat zo was, had ik dat al wel gedaan. Nee," zijn zucht leek vanuit zijn tenen te komen, "er is niets wat we kunnen doen. Er zit niets anders op dan zo snel mogelijk een manier vinden om van Oade af te komen."

Het idee dat ze hen nooit meer zou zien, scheurde een stukje van haar hart. "Kunnen ze geen uitzondering maken?" Ze keek hulpeloos om zich heen in de hoop Alyanne te zien, aan wie ze die vraag voor kon leggen. Haar verstand zei haar echter al dat zoiets uitgesloten was en Alcor beaamde dat hardop.

"Maar wat als ze je vinden? Wat gebeurd er dan met-?"

Hij hief een hand op om aan te geven dat ze haar mond moest houden waar Josya bij was. Die had tot nu toe het gesprek niet gevolgd. Bij het horen van de paniek in Tómy's stem, keek hij echter geïnteresseerd haar kant op. Ze begreep de hint en hield haar mond verder dicht. Haar hersenen maakten overuren. Er moest toch iets aan de situatie gedaan kunnen worden? Opeens ging er een lichtje branden en opgetogen excuseerde ze zich, in de haast haar bord op tafel achterlatend.

Tómy rende regelrecht naar het kantoortje en gaf daar door dat ze dringend met haar gids moest spreken. Alyanne liet maar een paar minuten op zich laten wachten en lachte om Tómy's hoopvolle blik. "Jij ziet er blij uit. Steek van wal", zei ze, zodra ze een plekje hadden gevonden op één van de banken langs de wand van het atrium.

Meteen stelde Tómy haar belangrijkste vraag. "Kan ik mijn perioden verblijftijd ook aan iemand anders geven?"

Alyanne, die duidelijk een andere vraag had verwacht, kreeg een brede glimlach om haar lippen en antwoordde: "Dat is een optie waar ik zelf ook nog niet aan gedacht had en het is, naar mijn weten ook nog nooit eerder gevraagd. Voor zover ik weet is dat mogelijk, omdat de verblijftijd opgaat voor de kamers en het eten. Als jij jouw tijd aan een ander wilt geven, dan kan dat natuurlijk."

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!