Hoofdstuk 24

133 11 108


Tómy dacht dat ze nooit eerder zo nerveus was geweest, ze liep achter Alcor aan naar het kantoortje bij de ingang en vergat bijna alles wat ze moest vertellen. Alcor liep stevig door en scheen nergens last van te hebben. Waarom zou hij ook? Hij hoefde niets te zeggen. Ze wist niet eens of het wel zo verstandig was wat hij had geopperd. Straks veroorzaakte ze een ongelooflijk drama. Even bleef ze stil staan, maar zodra ze merkte dat Alcor zonder haar om een hoek verdween, holde ze hem vlug achterna. Ze trok hem aan zijn mouw, vlak voor het kantoor, met de bedoeling om te zeggen dat ze het toch niet z'n goed idee vond, net toen Alyanne naar buiten kwam en de twee zag staan. "Hé, hallo, kan ik iets voor jullie doen? Jullie willen niet toch liever een andere kamer, hè?"

Ze keek bezorgd en Alcors stem klonk geruststellend: "Nee hoor, we wilden eigenlijk iemand spreken over belangrijk nieuws."

Wriemelend aan de randjes van haar mantel, probeerde Tómy niet heen en weer te wippen op haar benen.

"O, gelukkig. Nou, kom maar mee, het is zeker te belangrijk om het gewoon aan mij te vertellen?" Alyanne's blik verried dat ze een grapje maakte, maar Alcor antwoordde met een uitgestreken gezicht: "Eigenlijk wel, het is erg belangrijk. Het hoeft niet onder vier ogen, maar het is wel van belang dat we serieus genomen worden."

Meteen betrok Alyanne's gezicht. "Misschien weet het bestuur van de Kelder meer dan jullie denken, hebben jullie het al opgezocht in de index?"

"Ja", Alcor knikte, "en daar stond het juist niet in, terwijl ik denk dat het er zeker in had gestaan, als we het hadden geweten."

"We? Van wie komt de informatie eigenlijk, van jou, of ..."

"Van Tómy."

Tómy schrok op bij het horen van haar naam. Waarom vervloog haar concentratie steeds? Ze was nota bene de raad onder ogen gekomen, toen was ze een stuk minder zenuwachtig dan nu. Haar lippen ontspannend, probeerde ze te glimlachen, maar het lukte niet. Onder haar ribbenkast klopte haar hart zo wild dat het pijn deed. Zou ze hier mogen blijven nadat ze het verhaal verteld had? Anoniem zou ze wel niet meer blijven.

Het feit dat de informatie van haar kwam en niet van een Tagmaraan, was voor haar gids blijkbaar reden genoeg om hen meteen voor te gaan. Ze volgde Alyanne en Alcor de deur achterin het kantoortje door, waar schuilers onder normale omstandigheden niet mochten komen. Daar stond ze de eerste tellen perplex. Het glas was aan de buitenkant melkwit zodat ze er niet doorheen had kunnen kijken. Ze had nog een kantoortje verwacht, maar dit was geen klein kantoortje. In plaats van een hokje met een bureau en stoelen, kwamen ze uit in een brede gang, die na een paar meter overging in een koepel. Dit was zowat net zo groot als het Atrium. De vloer verderop lag iets lager en bijna struikelde ze de paar traptreden af. Alcors armen weerhielden haar nog net van een nare val.

"Hé, Tómy, gaat het? Diep ademhalen, het is echt niet eng." Zijn betuttelende toontje was weer terug en met getuite lippen trok ze haar hand uit de zijne.

"Jij hebt makkelijk praten. Ik ben hier gekomen om juist niet op te vallen. Om te zoeken naar een plaats waar ik me thuis kan voelen. Dankzij jou kan ik dat ook hier op mijn buik schrijven." Het was echt niet haar bedoeling om zo tegen hem uit te varen. Hij moest het maar wijten aan zenuwen, maar ze wachtte zijn reactie niet af. Alyanne stond al enkele meters verderop en wenkte hen ongeduldig.

Zich opmakend voor een gesprek waarbij ze vast opnieuw te maken zou krijgen met ongeloof en afgrijzen, liep ze nu voor Alcor uit achter haar gids aan. Misschien kon ze dit ook maar beter alleen doen. Moest Alcor niet terug naar zijn zoontje?

Zich half omdraaiend, riep ze over het geluid van tientallen grote machines heen: "Als je terug wilt naar Josya is dat goed hoor. Ik red het hier verder wel."

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!