Hoofdstuk 23

121 13 10


Alcor had aangeboden om eten te halen en Josya was enthousiast achter hem aangehuppeld. Hij zou de aanblik van al die personen en nieuwe dingen wel machtig interessant vinden.

Intussen nam Tómy de tijd om de ruimte waarin ze zich bevond nog wat beter te bekijken. Het gehele complex scheen uit koepels te bestaan, net zoals die waar de lift in uitkwam. Het had ook wel wat weg van het onderwaterlaboratorium. Net als in het atrium bestond ook dit plafond uit een realistische weergave van de buitenlucht. Zou het een doorlopend geheel zijn?

Omlaag kijkend viel haar oog op de tafels en stoelen en lachend zag ze dat de setjes niet helemaal klopten. Zo zat zijzelf op een lichtpaarse stoel, aan een lichtpaarse tafel, maar was de stoel van Alcor groenig en die van Josya, een speciale kinderstoel, fel rood. Omkijkend, zag ze nog net hoe twee jongens hun stoelen omruilden, zodat de kleuren nog minder klopten en haar glimlach werd breder. Daar waren de boosdoeners.

Haar nieuwe kamergenoot kwam terug met twee volle borden en keek steeds oplettend achterom naar zijn zoontje. Die schuifelde uiterst voorzichtig, zijn ogen geconcentreerd op het bord in zijn handen, naar de tafel. Toen hij die bereikt had, zette hij voldaan, met een brede lach, zijn bord op zijn plek en liet zich door zijn vader in de rode stoel tillen. Tómy legde uit waardoor ze zo had moeten lachen en Alcor gaf, met opgetrokken wenkbrauwen toe, dat het hem nu pas opviel.

"Ze doen werkelijk alles om het voor ons zo prettig mogelijk te maken, weet jij waarom?" vroeg ze even later.

Zijn schouders ophalend antwoordde Alcor: "Ik geloof dat degene die dit opgestart heeft iemand verloren had. Er gaan echter zoveel verhalen rond, dus ik weet het niet zeker. Het zal vast wel in de index staan."

"De index?"

"Het netwerk, sorry."

"Geeft niets, ik leer het allemaal wel."

Alcor knikte, scheen nog iets te willen zeggen, maar besloot in plaats daarvan zijn zoontje te helpen. Wat later vroeg hij: "Ben je bij de winkel langs geweest?" Hij wees op haar veranderde outfit en Tómy knikte.

"Ik wilde niet meer opvallen. Zo zal niemand zich afvragen waar ik vandaan kom en ook zal niemand me meer raar aankijken. Tenzij ik één of andere vreemde opmerking maak, natuurlijk." Ze grinnikte. Dat zou vast nog wel een keer gebeuren.

"Het staat je goed, bordeaux past bij je."

Bijna verslikte ze zich in haar hap. Was dat een complimentje? Om haar gedachten een andere kant op te sturen, dacht aan de jas die ze zou hebben gedragen als ze een volleerd rechter was geworden. Het hielp en na een poosje vroeg ze: "Wat voor werk doe ... deed jij?"

Er verscheen een frons op zijn voorhoofd en Tómy wilde bijna zeggen dat hij de vraag maar moest vergeten. Echter hij antwoordde al: "Ik weet niet goed hoe ik het uit moet leggen. Op Elodie hebben ze geen technologie toch?"

"Niet zoveel als hier, het was altijd verboden geweest. Maar nu Tagmar ... daar komt nu langzaam verandering in. Mijn vader heeft een computer."

Alcor glimlachte verrast en sprak verder. "Ik heb gestudeerd voor Microtechnologie. Dat houdt globaal in dat ik alles moest leren over de binnenkant van apparatuur. Van het ontwerpen en uittekenen, tot het maken en testen van nieuw ontwikkelde chips voor onder andere computers."

Het klonk indrukwekkend en Tómy zei dan ook: "Wauw, waarom kon je dan geen werk vinden?" De vraag was eruit voor ze er erg in had en een beetje geschrokken sloeg ze een hand voor haar mond. "Sorry, dat was bot."

Een grijns om zijn mond gaf aan dat hij het niet erg vond. "Het ging niet zozeer om mijn kunnen, meer om een verblijfsvergunning. Ik had papieren nodig om aan het werk te gaan en die kreeg ik niet."

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!