Hoofdstuk 22

80 10 5

Een eindje verderop, dichterbij een muur, zag ze de man zitten die ze in de regen gevolgd was. Het kind zat op zijn schoot hevig te knikkebollen. Tómy wist hoe dat voelde. Ze stond op, bracht het dienblad naar een luik waar iedereen hun bladen achterlieten en liep schoorvoetend naar het tweetal toe. Was dit een goed idee? Voor hetzelfde geld zat hij helemaal niet te wachten op gezelschap. Maar dan was hij vast wel meteen na het eten terug naar zijn kamer gegaan. Misschien had hij, net als zij, wel behoefte aan een beetje gezelschap. Bij de tafel aangekomen vroeg ze zacht of ze plaats mocht nemen. De jongeman – hij was nog niet zo oud, zag ze, halverwege de twintig als ze moest schatten – schrok op, keek haar even verbaasd aan en knikte toen glimlachend. Met de waarschuwing in haar achterhoofd, dat ze niet teveel moest vragen, stelde Tómy enkel zichzelf voor en wachtte toen geduldig af.

Hij antwoordde echter meteen: "Ik ben Alcor en dit is Josya" Met zijn kin wees hij in de richting van het kind dat intussen zijn oogjes gesloten had.

Tómy glimlachte, maar durfde niet verder te vragen. Rondom hen zag ze anderen praten en ze vroeg zich af hoe goed zij elkaar kenden. Alcor zweeg eveneens en beiden keken weer de zaal in.

Na enkele minuten, haar nieuwsgierigheid niet langer bedwingen kunnend, vroeg ze: "Hoe wist je van deze schuilplaats af?"

Er verscheen een rimpel in zijn voorhoofd. "Op dezelfde manier als jij denk ik, hoezo?"

"Nou, ik wist het eigenlijk niet, ik ben hier nogal per ongeluk gekomen." Ze voelde hoe haar wangen warm werden, toen hij haar bevreemd aankeek.

"Per ongeluk? Waarom ben je dan gebleven?"

"Ik had toch een plek nodig." Had ze een fout gemaakt door met hem een gesprek te beginnen? Nu moest ze alsnog meer vertellen dan ze van plan was geweest. Maarja, dat was haar eigen schuld. Ze kon geen antwoorden verwachten als ze zelf net eerlijk wilde zijn.

"Je komt niet uit Oade." Het was meer een vaststelling dan een vraag en Tómy knikte.

"Jij?" Durfde ze nu ook te vragen.

Alcor schudde langzaam zijn hoofd. "Mijn ... vriendin, de moeder van Josya, is Oadaanse. Ik ontmoette haar op mijn vakantie hier. Na een periode besloot ik te blijven, hier op zoek te gaan naar werk, maar dat was moeilijker dan ik dacht. Een jaar later werd Josya geboren." Alcor keek even of zijn zoontje echt sliep en vervolgde toen, iets zachter: "Je kent de wet, geen kind zonder toestemming. Cobie had grote plannen voor de toekomst, ze was modeontwerpster en erg goed. Ze kon eigenlijk geen kind gebruiken. Toch hielden we hem, niet wetend wat er zou gebeuren als het ontdekt zou worden. Een tijdje geleden kreeg ze een aanbod voor een grote opdracht in Salling. Ze vertelde mij dat ze het niet zou aannemen, maar de volgende dag was ze verdwenen." Hij keek van haar weg en ze zag de pijn in zijn gezicht. Je eigen kind achterlaten, daar kon ze zich niets bij voorstellen.

Alcors gekwelde stem haalde haar weer uit haar overpeinzingen. "Ze had bericht achtergelaten dat wij in haar appartement konden blijven, tot ze terug zou komen. Ze kwam alleen niet terug. Drie dubbeldagen geleden stond er opeens iemand op de stoep om het appartement te taxeren voor de verkoop. We kregen twee dagen om te vertrekken. Gelukkig wist ik van deze plek, van een man die ik erover had horen praten in een café. Ik zocht het waardevolste, draagbare voorwerp in haar appartement en nam dat, samen met Josya's spullen mee."

Ze was helemaal ondersteboven van zijn verhaal en moest even een paar keer slikken voordat ze kon vragen: "Hoelang mag je blijven?"

"Zes perioden en jij?"

"Tien", antwoordde Tómy, zich afvragend of ze niet veel te veel onthulde aan een wildvreemd iemand.

Alcor floot tussen zijn tanden door. "Mag ik vragen wat je als betaling bij je had? Ik bedoel, ik weet dat ik eigenlijk niets moet vragen, dus als je het niet wilt zeggen is dat prima. Maar je zei net dat je hier per ongeluk was gekomen, dus ..."

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!