Hoofdstuk 19

88 12 19


Bijtend op haar lip, zat Tómy in het midden van haar bed, een poging doend om haar schild te versterken. Omdat er echter niemand in de buurt was die haar kon laten weten of het hielp, voelde ze zich een beetje stom. Alleen wanneer haar een emotie werd opgedrongen, kon ze dat merken. Zoals haar broertje wel eens had gedaan, toen hij jonger was. Maar van een sterke zender die haar gedachten probeerde te lezen, merkte ze niets. Het idee dat Roylen, of wie dan ook, uit zou vinden wat er allemaal gaande was, zonder dat haar vader dat eerst hoorde, was niet acceptabel. En dus deed ze haar best om de oefeningen die Resh haar gegeven had uit te voeren. Telkens opnieuw. Ze had toch niets beters te doen.

De deur die plotseling open knalde, deed haar zo erg schrikken dat ze half vallend van haar bed afsprong. Ze had echter kunnen weten dat Roylen niet netjes zou wachten op zijn ouders.

"Tómy!" Hij vloog op haar af en toch wel blij haar broertje weer te zien, sloot ze hem in haar armen.

"Je ging zomaar weg. Waarom ging je weg? Wie zijn dat beneden bij Tyrna? Blijf je nu weer hier?"

Ze opende haar mond, maar herinnerde zich net op tijd dat ze haar stembanden had uitgezet. Ze was er nog niet klaar voor om haar geheim te onthullen. Roylen iets naar achteren duwend, gebaarde ze alleen een antwoord op de laatste vraag. "Ja, ik blijf nu hier." Tenminste, dat hoopte ze. Als Irmin niet akkoord ging met de voorwaarden ... Nee, zo mocht ze niet denken. Er was geen keus.

Over zijn hoofd heen, keek ze naar de deur, zouden haar ouders ook zo meteen op de drempel staan? Aan Roylen vroeg ze: "Komen pap en mam ook?"

Een antwoord werd overbodig gemaakt door de figuur die in de deuropening verscheen. Zonder geluid, vormden haar lippen het woordje 'mam' en voor ze kon besluiten of ze moest blijven staan of op haar af rennen, voelde ze al twee armen om haar heen.

"Mijn meisje. Ik was zo ongerust. Gaat het goed met je? Ben je niet gewond? Waarom ben je niet meteen naar mij toegekomen?"

Rodins waterval aan vragen deed niet onder voor die van haar zoontje en bijna barstte Tómy in lachen uit. Zich losmakend uit de stevige omhelzing, wachtte ze even tot haar moeder haar tranen had weggeveegd, voordat ze gebaarde: "Het gaat goed, mama. Ik ben zelf met Tyrna meegegaan. Ze heeft me niet gedwongen."

Die bekentenis bracht een frons op het gezicht van haar moeder, dus knakte ze even met haar vingers en vroeg toen met haar handen: "Heeft u al met pap gesproken?"

Het ontkennende antwoord bracht haar even in tweestrijd. Moest ze dit aan haar vader overlaten? Rodin vroeg echter: "Wat is er aan de hand Tómy, wie zijn die Tagmaranen beneden?"

Ze beet op haar lip en keek even naar haar broertje. Dit was nou niet bepaald voor zijn oren bestemd. Misschien moest ze maar gewoon naar beneden gaan en de confrontatie met haar vader onder ogen zien. Hij had het nieuws vast al wel gehoord intussen. Ze wilde haar moeder gebaren haar te volgen, toen het gezicht van Rodin opeens helemaal bleek werd.

"Mam?" Het had geen zin om te gebaren, Rodins ogen vlogen naar de deur en haar hand naar haar hoofd. Met een beetje moeite zocht ze steun bij de muur het dichtste bij en of het nou kwam door die aanblik of doordat de kleine jongen voelde wat er in het hoofd van zijn moeder omging, Roylen begon te huilen.

Toen haar moeder één woordje fluisterde en toen haar ogen met een gepijnigde blik sloot, wist Tómy dat ze niets meer hoefde te vertellen. Haar vermoeden dat haar beide ouders zenders waren en Roylen het dus niet van een vreemde had, werd voor haar hierbij bevestigd.

"Terra ... "

Meteen kwam er een stroom aan herinneringen los. Ze was nog maar vijf toen ze met het ruimteschip meeging, maar haar geheugen had meer opgeslagen van die jaren daarvoor dan ze dacht. Misschien kwam het ook wel doordat ze op Tagmar vergelijkbare dingen had gezien. Ondanks dat de technologie zo ontzettend verschillend was, waren er toch ook zeker overeenkomsten. De vele grote, hoge gebouwen, de automatisch bewegende voertuigen. Daar had ze al wel eerder aan gedacht, maar dit keer zag ze ook gezichten in haar hoofd. Het vage gezicht van haar moeder en de scherpe lijnen van haar vader. Een vrouw die hen uitzwaaide toen ze wegreden van het huis waarin ze gewoond hadden. Een beeld van twee kinderen, spelend met iets op de grond, flitste voor haar netvlies langs. Dat was een foto die aan de muur had gehangen in de hal. Ze had geen flauw idee wie dat kind was, maar het besef dat dat kind nu niet meer leefde zorgde voor een brok in haar keel. Hoe erg moest dit dan wel niet voor Rodin zijn? Die was al veel ouder toen ze Terra verliet. De aarde ... Zou het ooit nog door iemand de aarde worden genoemd?

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!