Proloog Lucy

53 7 2

Ik was bij haar toen ze als klein meisje met palmboomstaartje verloren liep op de Zuiderfoor, toen ze als vijftienjarige gedumpt werd door haar eerste zomerliefde en toen ze haar echtgenoot Ben ontmoette op een kosmische soort van blind date, georganiseerd door Joachim-Jeremiah en mezelf.

En eergisteren ...

Eergisteren was ik bij haar toen ze vroegtijdige weeën kreeg op het dek van de pendelzeppelin naar Oud-Alost, haast over de balustrade tuimelend wanneer ze haar balans verloor op het onstabiele luchtschip.

Ik ving haar op in mijn etherische armen - onzichtbaar - en verminderde de klap op haar buik in zoverre ik kon zonder een grensoverschrijdend ingrijpen.

Desondanks lagen ze nu allebei voor hun leven te vechten in het hospitaal aan de Zuiderdokken: Cathyryn Hull, mijn Bestemmelinge sinds haar eerste hartslag uit utero, en kleine Lukas, 3 weken te vroeg ter wereld gezet en tijdelijk Beschermengelloos.

De formaliteiten deden er weinig toe: zolang hij van niemand was, was hij van mij.

Ik had mijn vleugels bemanteld en er een reserveverpleegstersuniform over aangetrokken met zoveel haast dat ik pas een uur later merkte dat ik een knoopje gemist had.

De komende uren speelde in stagiaireverpleegster Lucy: ik keek infusen na en checkte vitale signalen, het enige wat mijn Celestiële Zorglicentie, C.Z.L. voor kort, me toeliet. Behalve dan natuurlijk de ware reden van mijn aanwezigheid: Cathy helen met mijn Licht.

Het was niet bepaald een exacte wetenschap te noemen ... Ik kon dus alleen maar steunen op de etherische navelstreng die mij met Cathyryn verbond terwijl Cathyryn op mij steunde.

Voorlopig was de situatie eerlijk gezegd behoorlijk rot.

Ben zat afwisselend aan het ziekbed van zijn vrouw en de couveuse van zijn zoon. Ik probeerde hem troostende gevoelens toe te sturen, gezien Joachim-Jeremiah er niet 24/7 voor hem kon zijn. Ik wist niet of het hielp, maar het was beter dan niets doen.

Zijn blik was ergens ver weg. Misschien in de babyblauwe kinderkamer van hun huisje aan de Noordervesten. Misschien in de school waar hij les gaf, waar hun zoon ooit zou leren schrijven en rekenen. Waar hij ook was met zijn gedachten, ik hoopte van ganser harte dat het beter was dan hier in de werkelijkheid, waar ik moedeloos vertoefde.

De eerste 24 uur had hij mijn aanwezigheid niet geregistreerd. Ik nam het hem niet kwalijk, in tegendeel: ik verkoos het. Beschermengelen waren dan wel toegestaan zich bemanteld en vermomd in de benedenwereld te vertonen, we mochten er nooit echt deel van uitmaken. We moesten opgaan in onze omgeving, onzichtbaar worden zoals een kameleon dat doet.

Of eerder een meubelstuk, eigenlijk.

Gelukkig had ik het type gezicht dat tot elk meisje zou kunnen behoren. Doorgaans was het enkel mijn volumineuze bos krullen die onthouden werd – die had ik bedwongen in een knotje nu. Ik hoopte dat ik er geloofwaardig alledaags uitzag ondanks de lichte bult die mijn vleugels over mijn rug vormden.

Ben was bij Cathyryn op de kamer toen hij me op de tweede nacht van Cathy’s opname uiteindelijk opmerkte: “Jij bent hier ook al lang, hé?”

Ik bevroor ter plekke aan het infuus waarmee ik nodeloos frunnikte.

“Ik?” vroeg ik, over mijn schouder kijkend.

Zijn jeugdige gezicht was verwrongen van zorgen die te zwaar waren voor zijn nochtans redelijk brede schouders. Soms - nu meer dan ooit - wou ik dat ik de Hulls mijn vleugels kon tonen. Dat ik kon zeggen dat alles goed zou komen, zolang Joachim-Jeremiah en ik over hun Plan waakten.

Tweedehands Vleugels - 2 gratis hoofdstukkenLees dit verhaal GRATIS!