Proloog Max

89 5 2

“Ik heb nieuwe vleugels nodig”, zei ik tegen Raffyr toen die naast me op de dakrand landde. Hij nam een hap van zijn ongetwijfeld gestolen hotdog en keek mosterddruipend toe hoe ik mijn rechtervleugel opende: zelfs zo’n minieme beweging stuurde al een handvol veren naar beneden. 

Ik viel letterlijk uit elkaar.

“Kan ik het niet meer mee eens zijn”, reageerde Raff. Hij veegde de mosterd af met zijn harige griffioenenklauw. “Hoe lang zeg ik nu al niet dat je moet upgraden? Decennia, Max. De-cen-ni-a. Niemand draagt nog Engelenvleugels, het is gruwelijk passé.”

“Ik doe de titel ‘Kraai’ tenminste nog eer aan”, ketste ik zijn gescherts af op een namaakhoogdravend toontje. “Zwarte veren en zo, weet je wel. Wat ben jij met je doorschijnende elfenvleugeltjes? Een veredelde bromvlieg?” Ik kon niet helpen te grinniken om mijn eigen grapje. Bromvlieg. Ha.

“Oh-ho-ho!” sloeg Raff me op mijn schouder, waardoor er nog wat veren losten. “Heb jij even geluk dat ik beter tegen de maan kan dan jij, maat!”

Daar had hij helaas geen ongelijk in, maar over mijn vleugels wél.

“Je weet hoe ik erover denk, Raff: één dag gegrond zijn voor mijn vleugelinstallering is meer dan voldoende. Een volledige week? Ik verkies een zeppelintochtje voor senioren door de zevende cirkel van de hel, dank je vriendelijk.”

Raffyr rolde zijn ogen, verorberde het laatste restje hotdog en gooide de wikkel naar beneden, in navolging van mijn verloren veren.

“Wat zijn ... 168 miezerige uurtjes in een onsterfelijk bestaan als je in ruil ijzersterke en vlijmscherpe vleugels krijgt, die minstens een eeuw meegaan?”

Raffyr stond op van de dakrand en zette zijn elfenvleugels breed op. De nerven in het vlies fonkelden als veelkleurig klatergoud wanneer het licht van de ondergaande zon hen raakte. Hij wachtte enkele seconden tot zijn doelwit recht boven ons vloog, schoot als een pijl omhoog en richtte een bloedbad aan in volle vlucht zonder ook maar één keer zijn klauwen te gebruiken. De formatie stadsduiven had amper de tijd gehad te beseffen wat er gebeurde vooraleer ze in fijngehakte stukjes richting straat viel.

Goor. Echt goor.

Enkele benedenbewoners keken op naar het tumult. Raffyr maakte een theatrale buiging terwijl de duivenfricassee op het asfalt neerregende. Beseffend dat ze zich in het gezelschap van Kraaien bevonden, snelden de benedenbewoners het steegje uit of vluchtten ze naar de nabijgelegen clubs, in een poging zo veel mogelijk muren tussen hen en ons te plaatsen.

“Onnodige illustratie Raffyr”, zuchtte ik toen hij weer naast me kwam zitten. Hij plukte duivenpluimpjes uit zijn geelgebleekte strohaar. Zijn wangen en neus hingen vol bloedsproeten.

“Ach, een dozijn luchtratten minder. De stad zou me dankbaar moeten zijn.”

Nu was het mijn beurt om mijn ogen te rollen: “Je bent een regelrechte Batman in je strijd om Gotham – excuseer, Nieuw-Anvers - te zuiveren van duiven. Kunnen we dan nu alsjeblieft op jacht gaan voor ik écht uit elkaar val?”

Ik spreidde mijn vleugels ietwat voorzichtiger dan normaal voor vertrek.

“Oh, vleermuisvleugels! Ook nog ‘n optie!” Het sarcasme van mijn Batman-opmerking ging duidelijk compleet aan hem voorbij. “Past bij je tanden. Ik weet wel waar we een nest vampieren kunnen opsporen. Doc installeert je nieuwe vleugels in een weekje - zo gepiept!”

Ik vertrok zonder hem, wetende dat hij wel zou volgen.

“Goed goed, wat je wilt. Engelenvleugels dan”, haalde hij me snel genoeg in.

Tweedehands Vleugels - 2 gratis hoofdstukkenLees dit verhaal GRATIS!