Hoofdstuk 14

78 11 13

Met haar haar netjes getemd en bijeengebonden met haar nieuwe klem, volgde ze Tyrna niet veel later door de wirwar aan steriele gangen in het regeringsgebouw. Ondanks dat ze er pas nog was geweest, kon ze echt niet meer zeggen waar ze heen moest. Tijdens de rit in de mobol had ze genoten van het uitzicht op de verdwijnende eclips. Ze had gevraagd hoe de delen van de dag op Tagmar genoemd werden. Heel verrassend was het niet dat ook hier de woorden wake en borg werden gebruikt. De eclipsen werden simpelweg de korte en de lange eclips genoemd. Van het felle licht van de beide Sols was binnen niets te zien, want er zaten geen ramen in de gangen waar ze doorheen liepen en alles was kunstmatig verlicht.

De deur waar Tyrna uiteindelijk voor halt hield, zag eruit als alle andere deuren, met als enige uitzondering twee woorden in glimmende letters. Mal har.

"Kamer ... raad?"

De uitdrukking op het gezicht van Tyrna was de afgelopen minuten steeds grimmiger geworden en er straalde ook iets van haar af dat Tómy alleen maar kon omschrijven als angst. Ze kreeg enkel een knik als antwoord en moest het daarmee doen. Dit was dus de raadskamer. Zou het lijken op het kantoor van haar vader? Of was het meer als de grote zaal?

Het werd geen van beide.

De deur schoof open zonder waarschuwing, wat Tómy zo liet schrikken dat ze een sprongetje naar achteren maakte. Tyrna liep meteen naar binnen en een beetje onhandig holde ze er na een paar tellen achteraan. Voor haar lag een hele diepe zaal, waardoor ze zich opeens afvroeg hoe immens dit gebouw wel niet moest zijn. Of lag dit onder de grond? Aan weerszijden van het pad dat voor hen lag, stonden rijen stoelen. Of liever gezegd, er hingen rijen stoelen. Ze durfde niet te proberen hoe los ze hingen. Tyrna greep haar bij de arm en trok haar naast zich op een klein rond platformpje waar alleen maar een rek voor stond. Moesten ze hier wachten? Ze keek naar beneden, waar een ovaalvormige vloer ruimte bood aan een lange tafel met daaraan, aan één kant, acht stoelen. Het waren eigenlijk meer zetels. Of tronen, uit de verhaaltjes die haar moeder had voorgelezen toen ze klein was. Ze waren allemaal anders en ze waren allemaal leeg.

Net toen ze wilde fluisteren waar de raad dan was, begon het platform waarop ze stonden te bewegen en ze moest een gil inhouden, zo erg schrok ze. Langzaam bewogen ze over het pad, langs de rijen stoelen naar beneden en vlug tikte ze twee keer onder haar rechteroor. Ze wilde zichzelf en Tyrna niet beschamen door het maken van verschrikte uitroepen. Gewoon rustig ademhalen, gebood ze zichzelf. Er zou waarschijnlijk een hele hoop gebeuren wat absoluut vreemd zou zijn voor haar, maar ze moest zich niet laten kennen. En ze moest ook niet vergeten dat dit de personen waren die over het lot van miljoenen hadden besloten. Een lot waar zij nu een keer in moesten brengen. Daardoor mocht ze zich niet gedragen als een bang, klein meisje. Ze moest het gewoon zien als een ... als een ... Een idee schoot haar te binnen en meteen voelde ze zich een stuk beter. Dit was simpelweg een andere leerplek. Een rechtszaak waaraan ze deel moest nemen. Zij was de verdedigende partij. Zenuwen waren er alleen om haar alert te houden, maar dit was tenslotte waarvoor ze studeerde. Ze was dan nog wel niet klaar, maar na drie jaar kon ze echt wel zeggen dat ze wist wat ze deed. Zeker nu ze haar stem had.

Vol goede moed, keek ze naar de zetels die steeds dichterbij kwamen. Naast haar moest Tyrna iets van haar hernieuwde zelfvertrouwen hebben gevoeld, want ze kreeg een vragende blik toegeworpen. Tijd om te antwoorden kreeg ze echter niet, want nog voordat ze helemaal aan de voet van het pad waren afgedaald, klonk er een luide bel en schoven er twee deuren open.

Acht van de meest imposante mannen en vrouwen die ze ooit had gezien, liepen een voor een de ruimte binnen, waar ze plaatsnamen in de zetels. De laatste man die binnenkwam was een verrassing voor Tómy. Natuurlijk had ze het moeten zien aankomen. Ook het continent Cunera telde een heerser die deel was van de raad. Hij deed haar direct aan haar vader denken. Hetzelfde goudblonde haar en lichte ogen, alleen zijn bouw was volkomen anders. Irmin was tenger gebouwd en straalde een soort natuurlijke en liefdevolle kracht uit. Deze heerser was het toonbeeld van absolute macht, breedgeschouderd en arrogant. De vriendelijke ogen die Irmin zo geliefd maakten, ontbraken. Hij keek Tómy lang en doordringend aan, voor hij uiteindelijk ging zitten en de vergadering kon beginnen.

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!