Hoofdstuk 13

115 11 41


Het was vreemd om naast deze jongen op een bank te zitten die aanvoelde als niets dat ze ooit onder haar vingers had gehad. Ze vertelde hem niet veel, het ging hem tenslotte niets aan en ze wist zeker dat hij toch al meer wist dan ze wilde. Af en toe bleef haar blik hangen op zijn haar dat waarschijnlijk zwart was, maar af en toe bedrieglijk kleurrijk glansde. Zou iedereen hier het haar verven?

Toen Resh wederom reageerde op iets dat ze, zeker weten, niet hardop had gezegd, vroeg ze stekelig: "Als je blijft gluren, wil je me dan alsjeblieft leren hoe ik een schild kan opzetten?"

Hij had in ieder geval het fatsoen om een beetje bedremmeld te kijken. Eigenlijk wilde ze helemaal niets van hem leren, maar op dit moment was hij de enige Tagmaraan, naast Tyrna, die ze kende, en terug naar haar wilde ze nog niet.

"Sorry", zei Resh opgewekt voor de zoveelste keer. Het klonk intussen nogal ongeloofwaardig. "Je moet begrijpen dat bijna niemand hier in Oade zo onbeschermd denkt als jij. Onze hersenen zijn afgestemd om gedachten op te vangen die verzonden worden, want als we die opvangen, dan is dat over het algemeen de bedoeling. Jij hebt geen filter, geen enkele soort afscherming. Voor mij komt dat over alsof ik alles mag horen wat je denkt."

Tómy wist niet helemaal of ze hem kon geloven. Ergens klonk het wel logisch wat hij zei en iets vriendelijker vroeg ze daarom: "Wil je het me dan leren? Ik heb geen zin om hier te moeten blijven terwijl iedereen zomaar alles uit mijn gedachten kan plukken."

"Natuurlijk. Het werkt moeilijker bij niet-zenders, want die zijn niet automatisch afgestemd op gedachten." Hij verschoof iets en raakte bijna haar knie met de zijne. Ze moest zich inhouden om niet weg te schuiven en concentreerde zich op zijn woorden. Niet veel later kon ze dan toch echt haar gedachten over wat Tyrna vertelde, loslaten. Het koste al haar concentratie om de oefeningen uit te voeren die Resh haar opdroeg.

---

Een paar uur later, tenminste, haar biologische klok vertelde haar dat het een paar uur later moest zijn, begon ze zich af te vragen hoe laat het was. Ze had al een paar keer onbeschaamd zitten gapen en het koste haar steeds meer moeite om haar pas aangeleerde schildcapaciteiten vast te houden. Toen ze voor de derde maal haar hand voor haar mond sloeg en vocht uit haar ogen wreef, schudde Resh zijn hoofd. "Oké, dit heeft geen zin meer. Luister, je bent welkom om hier op de bank te blijven slapen, maar als je terug wilt, dan loop ik met je mee naar de deur."

Wilde ze terug? Resh oogde niet verveeld en zijn uitnodiging leek gemeend, toch kon ze het echt niet maken om met hem alleen in zijn appartement te blijven. Er zat niets anders op, ze moest terug naar Tyrna. De vrouw onder ogen zien. Het moest er toch een keer van komen. Ze zuchtte diep en stond op.

Het was maar goed dat Resh met haar meeliep, want eenmaal op de galerij had ze geen flauw idee welke deur die van Tyrna was. De jongen legde zijn hand tegen een van de rechthoeken en twee tellen later schoof de deur open. Hij liep met haar mee door de nauwe gang en toen de tweede deur open schoof, stond ze ineens maar twee passen verwijderd van Tyrna.

Resh nam afscheid, wat ze nauwelijks hoorde en toen waren ze weer alleen. De uitdrukking op Tyrna's gezicht was moeilijk te interpreteren. Het leek of ze iets wilde zeggen, maar ook alsof er niets aan de hand was. Met alle concentratie die ze nog kon verzamelen, schoof ze het schild voor haar gedachten. Toen Resh had gezegd dat ze zich iets moest inbeelden wat haar gedachten konden afsluiten, was het eerste dat in haar opgekomen was, één van de geruisloze witte deuren geweest. Dus in haar hoofd schoof er nu een witte deur dicht. Alleen aan een lichte beweging van Tyrna's lichtblauwe wenkbrauwen, kon ze zien dat die handeling opgemerkt was. Het was moeilijker dan ze gedacht had, te leven in een wereld vol zenders. Zeker wanneer zij er zelf geen was.

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!