Hoofdstuk 11

122 11 9


Het plafond boven Tómy's hoofd was wazig, maar spierwit. Er was niets om haar focus op te leggen, dus kostte het haar een paar tellen om haar zicht scherp te stellen. Waar was ze? Tyrna had het gehad over desoriëntatie en een mogelijk bewustzijnsverlies, maar dat laatste had ze eerlijk gezegd niet verwacht. Zo zwak was ze toch niet? Lag ze nou in een bed? Gegeneerd legde ze haar kin op haar borst. Waar waren haar kleren en waarom voelde het slikken zo vreemd?

In haar ooghoek bewoog iets en geschrokken keek ze om.

"Hallo Tómy, hoe voel je je?"

"Wat is er gebeurd? Waarom lig ik in bed?"

Ze kreeg niet meteen antwoord, dus probeerde ze overeind te komen. Niemand hield haar tegen, maar de duizeligheid scheen zich blijkbaar met wat vertraging alsnog aan te melden. Meteen sloeg ze beide handen voor haar hoofd. Oké, niet te snel.

Nu vertelde Tyrna, op rustige toon: "Het leek me het beste om je even in slaap te houden. Ik heb mijn bespreking al gehad en ik wilde niet dat iedereen meteen om je heen zou zwermen. Nu weten ze wie je bent en kun je rustig wennen. De hoofdarts hier heeft je onderzocht en je ontsmet."

"Ontsmet?"

"Dit is een andere wereld, er is altijd een kans op vreemde ziekten, enzo. Geen zorgen, je bent in orde. Hij heeft ook ... "

Toen Tyrna wat abrupt stopte met praten midden in haar zin, keek Tómy voorzichtig op. De duizeligheid was verdwenen en alleen haar maag gaf haar een wat weeïg gevoel. Alsof ze vreselijk honger had. De vrouw naast haar sprak niet door en dus vroeg ze met een open hand: "Wat?"

"Weet je nog wat we besproken hebben, vlak voor we vertrokken van Elodie?" Tyrna's stem klonk een beetje eigenaardig en ze moest haar best doen om alles terug in herinnering te roepen.

Het hielp niet echt mee dat er in de kamer waarin ze lag niets, maar dan ook niets herkenbaars was. Zodra ze zich bewust werd van de buitenaardsheid van de ruimte, kon ze zich al helemaal niet meer concentreren. Vergeleken bij dit kleine deel van Tagmar, leken Terra en Elodie sprekend op elkaar. Zelfs het bed, dat haar onderbewuste correct had geïnterpreteerd, was vreemd. De vorm was niet rechthoekig, maar leek wel wat op een lichaam. Het zachte matras was geen matras, maar het hele ding was glimmend en werd alleen maar zacht daar waar ze het aanraakte. Zodra ze haar vingers over het lichtgrijze materiaal liet glijden, veranderde de structuur onder haar huid. Ze kon het indrukken, maar toch was het stevig genoeg om haar gewicht te houden, terwijl het ogenschijnlijk niet eens ergens op leunde. Toen ze voorover boog om onder het bed te kijken, viel ze er bijna af. Tyrna kon haar nog net opvangen.

"Whoa, rustig, leun maar op mij."

"Hij zweeft!" Met grote ogen staarde ze naar de stoel waar Tyrna net in had gezeten. De zetel rustte niet op vier poten, zelfs niet op één. Hij hing alleen maar roerloos in de lucht. Zich losmakend uit Tyrna's handen, keek ze om naar het vreemde bed waarop ze net lag en ook daaronder was niets dat op een poot leek. Hoe was dat mogelijk? Zat er een stang in de wand? Haar ogen vlogen opzij, maar nee, ook aan het hoofdeinde was niets verbonden aan de muur ernaast. Voorzichtig, alsof ze zich zou kunnen branden, bracht ze haar hand omhoog, totdat het tussen het bed en de muur in hing. Er was echt niets. Vlug trok ze haar hand tegen zich aan. Omlaag kijkend, besefte ze opeens dat het laken dat over haar heen had gelegen geen kledingstuk was en nu ineen gefrommeld aan haar voeten lag. Ze wist niet hoe snel ze moest bukken en haar wangen leken in brand te staan.

"Tómy, rustig maar, hier, laat me je helpen." Tyrna's handen hielpen haar om het laken strak om haar heen te trekken. Uit een lade, die uit het niets verscheen uit de muur, haalde de vrouw een wit kledingstuk dat een simpele jurk bleek te zijn. "Je eigen kleding hebben ze ... nou ja, dat kon hier niet blijven. Je beeldje is gereinigd en staat daar, zie?"

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!