Hoofdstuk 8

89 10 13


Tómy kon het niet geloven. Haar mond was opengevallen en een zwijgende 'uh' was uit haar keel ontsnapt. Het gedrag van haar vader was zo ongebruikelijk geweest dat ze nu, een half uur later, nog steeds met haar mond vol tanden stond. Hij had haar niet eens voorgesteld aan de nieuwkomer. Geen enkel woord van welkom, niet eens een: 'dit is mijn dochter'. Nee, gewoon helemaal niets. Ze wist niet wat ze verwacht had, maar absoluut niet dat. En dan haar broertje, die mocht gewoon mee naar binnen. Wat had hij nou kunnen bijdragen aan een gesprek tussen de heerser van Elodie, de best onderlegde zender en de vrouw van Tagmar? Wat had een zesjarige daar in Tagmar's naam te zoeken. Zíj studeerde voor rechter, zíj zou op zijn minst nog een reden kunnen verzinnen om daar aanwezig te zijn, maar niet Roylen. Het was ongelooflijk, onbegrijpelijk en gewoon heel erg ... stom. Stampvoetend rende ze de zaal uit naar haar kamer, haar moeder negerend, die ze heus wel hoorde roepen, maar waarnaar ze niet wilde luisteren. Ze wist toch al wel wat zij zou zeggen. 'Vergeef het je vader, Tómy, hij heeft veel aan zijn hoofd. Roylen heeft de vrouw als eerste ontdekt, hij mag erbij zijn.' Ja, dat was een goede reden.

Woest stortte ze zich op haar bed. Ze hoorde de klop op de deur en het zachte kraken van de scharnier die aangaf dat haar moeder, want die was het vast, binnen kwam. Vlug verstopte ze haar hoofd onder haar kussen.

Aan de druk op haar matras merkte ze dat Rodin naast haar ging zitten en ze voelde een hand op haar rug.

"Niet boos zijn op je vader, Tómy. Hij deed wat hij dacht dat het beste was."

"Ik heb geen vader," gebaarde Tómy koppig met één hand.

De hand op haar rug verdween en de stem van haar moeder klonk nu scherp, toen ze zei: "Ik wil niet dat je zulke onzin uitkraamt. Je weet heel goed dat je wel degelijk een vader hebt, net zo goed als een moeder. Irmin is ook maar een Elood, hij kan ook fouten maken, net als jij en ik. Je komt niets tekort hier en wij houden beiden erg veel van je. Ik weet hoe moeilijk je het soms hebt hier in het paleis, maar het zal niet opeens makkelijker worden als jij besluit dat je er alleen voor staat."

Tómy kwam overeind, knikte mat en boog haar hoofd.

Rodin legde kort een hand om haar kin, kneep er even in en stond toen op. "Vraag je vader maar wat hij weet over Tagmar, dan zal hij het je wel vertellen, maar verwacht er niet teveel van. En niet meer boos zijn." Ze treuzelde nog even alvorens ze de kamer verliet en zei bij de deur: "Ik zal het er met hem over hebben of je een kamer in het studentengebouw mag nemen, maar dan wil ik geen boze gezichten meer, afgesproken?"

Met een ruk keek ze haar moeder aan, meende ze dat? Eindelijk, na al die tijd? Haar hart voelde meteen een stuk lichter, ze mocht de Tagmaraanse wel bedanken. Heftig knikkend, veegde ze haar wangen schoon. Misschien had ze wat overdreven met haar uitbarsting, het was natuurlijk niet een erg duidelijk teken dat ze volwassen genoeg was. Zou ze nu meteen naar haar vriendinnen toegaan? Ze waren vast in Katia's kamer, of bij de school voor techniek. Eerst zou ze bij Katia gaan kijken. Ze verwachtte nog niet dat haar vader al uit zijn bespreking was en ze was nog steeds boos op hem, maar het vooruitzicht spoedig het paleis te mogen verlaten, maakte haar iets vergevingsgezinder.

---

In de kamer van Katia, waar ze zich even later bevond, blies ze voor de zoveelste keer haar adem hard uit.

"Zeg, Tómy, als je zo blijft zuchten, wil je dan alsjeblieft uitleggen waarom je zo zucht?" Liddy keek haar aan met overdreven getuite lippen, waardoor Tómy diep zuchtend, begon te grijzen.

Het moest vast een geheim blijven. Vanaf het moment dat ze geweten had dat er een Tagmaraanse op de planeet was, had niemand er meer buiten Irmins kantoor over gesproken en zij was niet meer in dat kantoor geweest sinds Roylen contact had gemaakt. Het was waarschijnlijk haar geluk dat ze net op het juiste moment naar beneden was gekomen, anders had ze vast niet eens geweten dat de vrouw in het paleis aangekomen was. Wat zou haar naam zijn? Misschien had ze niet eens een naam. Wie weet hadden de Tagmaranen alleen maar nummers.

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!