Hoofdstuk 7

144 10 30


Wat te paard nog zeven dagen zou hebben geduurd, werd nu gereduceerd tot twee. Leïr had een korte blik op Gem geworpen, waarschijnlijk toen hij ontdekte dat de zendgave geactiveerd was in de man. Zou hij de band hebben gevoeld? Een onervaren zender zond altijd meer uit dat hij wist. Ze liet het aan Leïr over om Gem te instrueren.

Haar huidskleur was net zozeer een verrassing voor hem, zag ze, als de zijne dat voor haar was. Hij leek meer op haar dan op Eloden en zelfs Terranen, maar ze wist dat dat puur toeval moest zijn. Niemand van haar continent was bij de allereerste kolonisatie geweest. Als ze het had aangedurfd om haar schild te laten zakken, had ze met hem een gesprek aangeknoopt over zijn uiterlijk, nu moest ze wachten op een tussenstop.

Vliegen was niets nieuws voor haar en ondanks dat Nes zeer primitief was, vergeleken bij de toestellen waarin ze op Tagmar vloog, was de reis vele malen comfortabeler dan op de lichte merrie. Diep in gedachten staarde ze opzij, naar het groene landschap onder haar. Haar schilden hield ze zo stevig dicht dat ze zelfs niet kon voelen of Leïr mentaal aanklopte. Ook Roylen voelde ze niet meer, vanaf nu moest ze heel voorzichtig omgaan met haar gedachten. Niets, maar dan ook niets mocht per ongelijk door haar barrière glippen.

Tijdens de rustperiode, waarbij haar piloot de voorkomendheid van geest had om niet te landen in de buurt van anderen, kon ze haar ogen niet open houden van vermoeidheid. Haar onderbewustzijn verraadde haar echter door enkel over de man met de grijze ogen te dromen. Hij was overal om haar heen en liet haar niet meer los, hoe hard ze ook trok. Doodmoe werd ze wakker. Om aan iets anders te denken, wat dan ook, vroeg ze Leïr: "De school in Gard, denk je dat ik daar mijn verschuiver kan repareren?" Ze verontschuldigde zich niet voor de informatie die ze zonder moeite uit de gedachten van hem en Roylen had kunnen plukken. Hij moest het maar zien als les één.

"De verschuiver ... "

Leïr ogen vlogen naar het blokje aan haar arm, wat haar verbaasde, misschien had hij het beeld van het apparaatje uit de vraag gehaald? Een zucht ontsnapte haar. Het werd steeds ingewikkelder om hier te kunnen blijven. Kon ze zich niet beter schuilhouden en wachten op een reddingsmissie?

Hij sprak verder: "We hebben bouwtekeningen gevonden, maar niets zo geavanceerd als dat. We hebben wel enkele gereedschappen kunnen namaken, ik kan alleen maar hopen dat je er iets aan hebt."

Was dat een dubbelzinnig antwoord? Hoopte hij dat ze snel zou vertrekken? Enkele tellen staarde ze hem aan, maar in zijn ogen las ze geen verwensing. Nee, hij was nieuwsgierig en wilde haar graag ter wille staan. Dat zou veranderen, dat wist ze zeker, als hij ook maar een miniem vermoeden kreeg over de werkelijke reden van haar komst.

Opnieuw was ze blij dat Gem was achtergebleven. Hij was nu de enige die onverhoeds onder haar schild zou kunnen komen, maar hij was ver weg. Gelukkig ... Helaas.

---

In Gard waren meerdere zenders, ze verschenen in haar hoofd als sterren aan een donker wordende hemel. Allen zonder onderliggend schild, allen ongeoefend, vergeleken bij haar. Bij geen van hen ontdekte ze een gedachte aan haar, blijkbaar hielden diegene die het wisten, het nog geheim. Wat zouden ze van haar verwachten? Zouden ze denken dat de Tagmaranen, na al die jaren, simpelweg contact wilden opnemen om te zien hoe het stond? Mocht ze hopen op die naïviteit?

Zodra ze oog in oog stond met Elodie's heerser, wist ze dat dat in ieder geval bij hem niet het geval was. Ze bespeurde een zeer krachtige, maar onontwikkelde zendgave bij hem en naïef was hij allerminst. Net toen ze zichzelf wilde voorstellen, kwam een kleine, blonde wervelwind naar buiten stormen, die nog net aan één arm kon worden tegengehouden, voor hij van de trap af denderde. Ze kon er niets aan doen, de glimlach verscheen automatisch op haar lippen. "Hallo Roylen, wat leuk om je eindelijk te ontmoeten."

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!