Hoofdstuk 6

127 10 9


Omdat Tyrna geen tijd wilde verliezen, had ze Gems aanbod om haar naar Gard te brengen met beide handen aangegrepen. Ze had geslapen in een logeerbed en was warrig wakker geworden. Het ontbijt dat haar gastheer had gemaakt was een weldaad voor haar smaakpapillen geweest, maar ze vreesde voor haar maag. Nu stond ze in de ruime stallen en keek haar ogen uit. Gem had niet overdreven toen hij zijn dieren prachtig had genoemd. De geuren van zweet, hooi en mest overweldigden haar, maar de aanblik van de grote, edele paarden was dat alles waard.

Nog nooit was ze zo dichtbij een dier geweest. Geen echt, levend, briesend dier en zeker niet één zo machtig als het beest dat Gem nu aanhaalde.

"Dit is Rael, mijn trots. Hij is een rasechte Marinja, maar dat zegt jou waarschijnlijk niets. Zijn ras woont voornamelijk in de buurt van veel water. Hij is heel sterk en kan met gemak een snelstromende rivier doorkruisen."

Ze geloofde het meteen, als ze naar de spieren van de grote, roodbruine hengst keek. Kleine lichte spikkeltjes bedekten zijn hals en rug.

"Zeg me alsjeblieft dat ik daar niet op hoef te klimmen." Het hele idee dat ze op de rug van een paard moest gaan zitten, stond haar vreselijk tegen. Helaas was er op Elodie geen andere manier van reizen en met een wagen zouden ze er nog veel langer over doen. Gem had verteld dat het ongeveer negen dagen rijden was naar Gard.

Hij lachte nu en ging haar voor naar de plek waar een veel kleiner paard stond dat rustig op wat hooi stond te knabbelen. "Voor jou is het denk ik het beste om op Floria te rijden. De trekpaarden zijn het rustigst, maar die zijn niet geschikt voor lange tochten." Hij wees naar de boxen aan de andere kant van de stal. Een viertal bredere paarden met lange manen en enorme hoeven stonden kalm te eten, niets scheen hen te kunnen storen bij hun maal. "Floria is een Arken, net als deze dames hier."

Gems hele gezicht lichtte op bij het kijken naar een pasgeboren veulen, dat naast haar moeder lag te slapen. Tyrna wist niet wat ze meer vertederend vond, het veulen, of Gems uitdrukking.

"Ik heb haar Eira genoemd, dat betekent sneeuw. Behalve één kleine vlek achter het linkeroor, is ze helemaal wit, net als haar vader."

Ze volgde hem naar een box aan de andere kant van de stal.

"Xanto is één van de snelste paarden in de streek. Ik heb al menig wedstrijd met hem gewonnen."

Het spierwitte paard stak zijn hoofd zo ver mogelijk uit om aangehaald te worden en kreeg als beloning voor zijn vriendelijkheid een handje voer extra.

Als laatste toonde hij haar een lange rij boxen waarin zestien donkere paardjes stonden. Ze waren een stuk kleiner dan de anderen en een beetje rusteloos. "Bij mooi weer komen de kinderen uit Kette – dat is dit resid – graag naar de stoeterij om deze groep te bewonderen. Ze zijn erg zachtaardig en goed te berijden. De afgelopen dagen was het echter constant regenachtig en koud en ik denk dat ze hun aandacht missen."

Ze wilde reageren, maar werd zich plotseling bewust van een nogal hardnekkige aanwezigheid in haar hoofd. Alsof er iemand aan de deur stond te rammelen, terwijl die op slot zat. Geïrriteerd vroeg ze zich af of de zenders op Elodie allemaal zo onbeleefd zouden zijn, totdat ze besefte dat het een kind was.

"Tyrna?"

Een zwaaiende hand verscheen voor haar gezicht. "Sorry," ze schudde haar hoofd, "ik werd even gestoord."

Met een lach in zijn stem vroeg Gem: "Gestoord? Waardoor?"

"Door een van jullie zenders, zijn er veel zenders op Elodie?" Ondertussen liet ze haar schild iets zakken, waardoor het mentale gerammel abrupt stopte.

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!