Hoofdstuk 5

109 10 3

Tómy moest toegeven dat het goed ging sinds ze niet meer bij haar ouders in het grote vertrek woonde. In het begin waren er nog wat woordenwisselingen geweest, omdat haar moeder blijkbaar niet had bedoeld dat ze nooit meer mee at met het gezin, maar toen dat eenmaal uitgesproken was en er afspraken waren gemaakt, keerde de rust weer. Natuurlijk wilde ze nog steeds graag weg uit het paleis, maar niet meer zo ongeduldig als eerst. Het hielp ook dat het derde leerjaar nu bijna afgelopen was en ze er dan nog maar één voor zich had. Het vele schoolwerk had veel van haar tijd opgeslokt en hoe verder ze kwam in haar opleidingen, hoe minder tijd ze had voor uitjes met haar vriendinnen. Soms dacht ze er over na om een van de twee te laten vallen, maar ze kon nooit kiezen welke. Het discussiëren was makkelijker geworden, toen Liddy en Katia de gebarentaal onder de knie kregen. Het gebruik van de notepad was niet langer nodig wanneer een van hen vertaalde. Toch kon ze er niet van uitgaan dat er altijd een vertaler in de buurt was, wat de taak van rechter toch best bemoeilijkte. Om de opleiding echter helemaal te laten vallen om die reden leek haar teveel op opgeven en dat deed ze niet. Ze had altijd haar uiterste best gedaan om iedereen, vooral haar vader te laten zien dat ze niet onder deed voor wie dan ook, Terraan of Elood, en haar beoordelingen logen er niet om, ze deed het uitstekend.

Op dit moment was ze aan het studeren in het kantoor van haar vader, waar meer leeswerk over rechtszaken stond dan op school. Ze had moeten beloven om de inhoud van de verslagen voor zich te houden, want dit waren geen voorbeelden of oude zaken. Wat ze las was recent en soms zelfs nog in behandeling. Het had Irmin een goed idee geleken om de kennis van zijn dochter te testen door haar erbij te laten zitten wanneer hij overleg had met de rechters uit Gard. Die zaken waren moeilijker dan alles wat ze tot nu toe had behandeld en ze genoot ervan.

De opleiding ontwerper wilde ze echter ook niet laten vallen, want het werken met haar handen was, na al het hersenwerk, zo bevredigend, dat ze het meer als een uitgebreide hobby zag dan schoolwerk. Het voelde goed om te weten dat ze meerdere opties had, wanneer ze straks klaar zou zijn. Mits ze de tests van beide opleidingen haalde. Maar daarom zat ze nu ook in haar vaders kantoor, proberend te lezen. Wat haar erg moeilijk werd gemaakt door de nu zesjarige Roylen, die constant iets vroeg.

"Mag Selle hier komen spelen?"

"Nee," gebaarde ze, "ik ben aan het werk."

"Mag ik dan naar hem toe?" Hij stootte tegen de stoel waarop ze zat en kneep zijn ogen samen.

Tómy schudde haar hoofd en duwde haar broertje weg, hij was wat afwezig de laatste tijd en wilde nu met alle geweld naar buiten. Omdat hun ouders er niet waren en Tómy opgezadeld was met de oppas, kon ze niet én huiswerk maken, én buiten spelen met Roylen. Ze wenste dat Liddy er was, die zou zich maar al te graag over de kleine troonopvolger ontfermen.

Roylen zeurde maar door, tot Tómy zich uiteindelijk naar hem toe keerde en gebaarde: "Wat is er?"

"Er is iemand bij."

Tómy's pupillen vlogen even naar boven om aan te geven dat die vier woordjes haar nog minder zeiden dan zijn onophoudelijke gespring. Ze zette haar handen op zijn schouders en duwde naar beneden, alsof ze haar broertje vast wilde pinnen in de grond. Het hielp lang genoeg om de volgende vraag te stellen. "Waarbij?"

"Iemand met de gave, heel sterk en ver weg. Opeens, zomaar." Hij draaide zijn hoofd naar links en rechts alsof hij zo kon zien waar die persoon dan was.

Tómy vroeg zich af of ze de waarschuwing serieus moest nemen. Ze kende haar broertje goed genoeg om te weten wanneer hij een spelletje speelde en dit was anders. Ze kon zijn ontdekking niet controleren, maar Roylens blik sprak boekdelen.

Er waren wat meer zenders bijgekomen in de afgelopen jaren. Niemand hield het bij, al wist Tómy zeker dat haar broertje ze zo kon tellen. Wanneer iemand dacht de gave te hebben, hoefde hij of zij maar naar een bekende zender toe te gaan om het te laten controleren. Haar vaders adviseur, Leïr, besprak af en toe met haar vader hoe het ging met de status van deze mentale bevolkingsgroep en vaak was zij daarbij. Tot nu toe hield iedereen zich netjes aan de fatsoensregels die waren opgesteld toen de gave net ontdekt was en alleen de paar jonge kinderen hadden echt begeleiding nodig. Als Roylen gelijk had, was er plotseling een nieuw iemand bij gekomen, en een sterke ook, naar aanleiding van Roylens woordkeuze.

De Nieuwe Wereld 5: Tagmar's OordeelLees dit verhaal GRATIS!