Een

44 8 6
                                    



"There is nothing either good or bad, but thinking makes it so"

- William Shakespeare


                                                           ~ ~ ~


Zes jaar geleden stierf ik.

Zes jaar geleden liep ik 's avonds laat alleen over straat.

Ik had thuis moeten blijven die avond.

Dat besefte ik vanaf het moment dat ik de voetstappen hoorde. Achter me. Eerst trok ik me er niets van aan, iemand kon toevallig dezelfde kant op moeten als ik. Na een zoveelste keer links- en rechtsaf geslagen te hebben, bleven de voetstappen me echter achtervolgen.

En ik besefte dat er geen sprake was van "toevalligheid".

Mijn hartslag versnelde en ik huiverde in mijn trui, ook al was het een warme herfstavond. Ik begon onwillekeurig sneller te lopen.

De persoon achter me ook.

Ik keek achterom over mijn schouder. Ik zag mijn schaduw, die zich uitstrekte aan mijn voeten in het licht van de lantaarnpaal – totdat er een "tak!" boven mijn hoofd klonk en het licht uitviel.

Mijn achtervolger werd gelijk gehuld in schaduwen. Hij was lang. Mager.

Dat was het enige wat ik wist te ontwaren.

Langer durfde ik niet te kijken. Ik richtte mijn blik weer voor me uit en kreeg een verdoofd gevoel in mijn wangen van het bloed dat eruit wegtrok. Een druk daalde neer op mijn borst. Ik ademde bijna net zo snel als mijn benen zich bewogen.

Maar ik raakte niet in paniek.

Niet echt. Want ik wist dat ik niet alleen was, ik wist dat hij me zou komen redden als het echt fout dreigde te gaan. Dat had hij me beloofd.

'Ik beloof het je, Dinah,' had hij jaren geleden tegen me gefluisterd in de duisternis.

Ik balde mijn handen tot vuisten en voelde mijn nagels in mijn vlees snijden. Het was stil in de straat. Er brandden lichten achter de ramen van de huizen, dus er waren mensen thuis; als mijn achtervolger me aan zou vallen en ik zou gillen, zou er zo iemand naar buiten gerend komen.

Hij kon me niets doen hier.

Ik ademde beverig uit en liep verder, nog steeds alert maar iets kalmer. Ik tuurde naar het einde van de straat. Ik was er bijna; bijna bij het huis waar een feest gaande was waar ik mijn zusje niet wilde hebben. Selena was zestien; twee jaar jonger dan ik. Zo timide als ze vroeger was, zo rebels was ze nu. Niet omdat ze gewoon de dwarse tiener aan het uithangen was; het was een uitlaatklep voor de pijn die ze voelde, de pijn sinds we onze ouders waren verloren.

Zij had niet de steun gehad die ik had gehad.

Daarom probeerde ik haar zoveel te helpen als ik kon en vanavond deed ik dat door haar van dat feest weg te halen, voordat ze te veel bier ophad en onze tante er weer achter zou komen.

De voetstappen klonken nog steeds achter me.

Het huis kwam dichterbij. Ik liep nog iets sneller.

Opeens vloog de voordeur open. Er klonk schaterend gelach, dreunende muziek en het kletterende geluid van een bierflesje dat kapotsloeg op de grond.

Schimmenvlucht (de Schimmenwereld Serie deel 3) ✔Waar verhalen leven. Ontdek nu