Met boten een rivier over. Wie had dat nou weer bedacht?
Ik liet mijn hand door het water glijden en probeerde niet naar de mensen in mijn bootje te kijken. Ik kon Marcel wel vervloeken voor het feit dat hij met Harry Potter en Ron Wemel in een bootje wilde.
Ik kon Ron niet aankijken. Hij wist niet wat ik had gehoord en ik was ook niet van plan hem dat te laten weten. Dus keek ik voor me uit, naar het enorme kasteel dat voor me opdoemde.
Zweinstein was enorm. De plaatjes uit de boeken hadden het fout. Zweinstein was zelf nog spectaculairder dan dat de bewegende plaatjes aanduidden. Het grote kasteel leek als een thuis.
Ik liet mijn blik over de rest van de bootjes glijden. In een bootje niet ver van mij vandaan zat Draco Malfidus met twee andere jongens en één meisje. Dat waren vast en zeker Korzel en Kwast. Het meisje moest wel Patty Park zijn. Ze giechelde flirterig naar Draco, maar hij hield zijn aandacht op het kasteel.
Plots schoten zijn ogen mijn kant op. Hij hield eventjes mijn blik vast, maar toen keek ik weg naar een van de andere bootjes. De blosjes op mijn wangen waren onmiskenbaar.
We kwamen aan bij het kasteel. Een aantal jongens hadden een watergevecht in hun boot gehouden en waren kleddernat. We wachtten allemaal op een uitbrander van de reus, Hagrid, maar die leek het allemaal wel leuk te vinden.

De manier waarop we in de afdelingen werden verdeeld was door middel van een hoed, dat wist ik wel. Ik had erover gelezen in een van mijn boeken. Natuurlijk zei ik dat tegen niemand en besprak ik alleen de spreuken die ik had geoefend. Daar leken de zusjes Patil wel een beetje zenuwachtig van te worden.
‘Jij weet toch ook wel hoe de inwijding gaat, hè?’ vroeg Draco zachtjes in mijn oor.
Ik draaide me om. Het was een kabaal van jewelste in de ruimte, dus niemand hoorde ons. ‘Ja, natuurlijk.’
Draco grijnsde. ‘Goed zo. Het is jammer dat je in Griffoendor wilt komen, anders zou je het goed gedaan hebben in Zwadderich.’
Ik keek hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Moet ik dat als een compliment zien?’
Hij lachte kort. ‘Voor mijn part wel. Maar ik denk dat je sowieso niet in Zwadderich zou kunnen komen hoor, als je dat comfortabeler maakt. Je bent een Dreuzelkind.’
Ik trok een geïrriteerd gezicht en liep terug naar de zusjes Patil.

Professor Anderling kwam binnen, terwijl een paar spoken tegen ons praatten. Het was leuk om alle verraste gezichten te zien, maar ik schrok er zelf niet zo van.
‘Vooruit, doorzweven!’ zei de professor pinnig. ‘De indelingsceremonie gaat beginnen.’
Alle gesprekken vielen stil. De indelingsceremonie.
‘Ga in de rij staan en volg me,’ zei professor Anderling. We deden wat ze vroeg.
We gingen als een groep eenden naar de Grote Zaal. Ondanks dat ik al wist wat er ging gebeuren, was ik toch zenuwachtig. In welke afdeling zou ik worden ingedeeld.
Ik keek naar het plafond. ‘Daar heb ik over gelezen in Een Beknopte Beschrijving van Zweinstein,’ fluisterde ik tegen Parvati die voor me stond. ‘Het plafond is behekst, zodat het net de buitenlucht lijkt.’
Professor Anderling legde de oude hoed die ons in de afdelingen zou verdelen op de stoel en wachtte af. Weer keek ik om me heen om de reacties van de anderen te zien. Hun gezichten leken verward en sommigen waren hard aan het denken of ze iets gelezen hadden over de hoed of over de inwijdingsceremonie.
De hoed trok zijn mond open en zong. Hij zong over de afdelingen en de eigenschappen daarvan. Hij zei dat Griffoendor bekend stond om zijn dapperheid, ridderlijkheid en durf en lef. Huffelpuf was volgens hem hard werkend, trouw en hadden geduld voor twee. Ravenklauw was wijs, had verstand, geleerd en hadden altijd wel een geestverwant – alhoewel niemand snapte wat hij daarmee bedoelde. En Zwadderich was sluw, schuwden niets als hun doel maar werd bereikt – ik zag Draco’s ogen even naar mij schieten, toen zijn afdeling aan de beurt kwam, maar ik begreep niet wat hij wilde zeggen. Daarna legde de hoed uit wat ze moesten doen.
Ik hoorde Ron fluisteren: ‘Dus we hoeven alleen die hoed op te zetten! Ik vermoord Fred! Hij zei dat we met een trol moesten vechten.’
Ik kon het niet inhouden om te lachen.
‘Als ik je naam zeg, zetten jullie de hoed op en gaan op het krukje zitten om ingedeeld te worden,’ zei professor Anderling. Ze had een groot stuk papier in haar handen. ‘Albedil, Hannah!’
Zo ging het eventjes door. Ik keek naar de mensen, hoorde hun namen en afdeling en vergat ze daarna weer. Het ging allemaal zo snel.
‘Griffel, Hermelien!’
O nee…
Ik rende zo wat naar de stoel en drukte de hoed op mijn hoofd.
‘Hermelien Griffel. Je hebt goede hersens die ze in Ravenklauw goed kunnen gebruiken. Je bent trouw aan mensen, die eigenschap hoort bij Huffelpuf. Je hebt lef, zoals een Griffoendor. Maar je bent ook sluw zoals Zwaderich. Dus waar moet ik je zetten? Zwadderich, Huffelpuf, Ravenklauw, Griffoendor? Ik weet het niet, ik weet het niet, ik weet het niet. Je bevat van allemaal een paar eigenschappen.’
‘Alsjeblieft Griffoendor, Griffoendor, Griffoendor.’
‘Griffoendor?’ vroeg de hoed. ‘Ik had verwacht dat je wil je eerder naar Ravenklauw zou brengen. Of naar Zwadderich.’
‘Waarom naar Zwadderich?’  vroeg ik nieuwsgierig.
‘Je bent een nieuwsgierig meisje jij, Griffel,’ zei de hoed. Hij leek bijna te gniffelen. ‘Ik kan in jouw hoofd kijken. Ik zie je gedachten, je verlangens. Jij zou naar Zwadderich willen, vanwege Draco Malfidus, lijkt me.’
‘O.’
‘Je zou het goed doen in Huffelpuf, maar dat is niet jouw afdeling. Je wilt er niet zitten. Dus die is weggestreept. Ravenklauw kan je ook wel. Maar Griffoendor, ik weet het niet hoor.’
‘Alsjeblieft, meneer de Hoed.’
‘Oké, Griffoendor, als je belooft me nooit meer “meneer de Hoed” te noemen.’
‘Dat beloof ik,’ zei ik met een enorme grijns op mijn gezicht.
‘Oké , dan wordt het GRIFFOENDOR!’ Het laatste woord galmde door de zaal.
De tafel in rood en geel klapte uitbundig. Ik hoorde Ron kreunen, maar het maakte me allemaal niet meer uit.
Ik liet me omhelzen door Belinda Broom, die ook al in Griffoendor was ingedeeld. ‘Goed gedaan,’ fluisterde ze in mijn oor.
Er kwamen nog een paar mensen in Griffoendor, maar ik lette er niet meer veel op.
‘Malfidus, Draco,’ drong tot me door.
Ik keek op en zag zijn blonde haar naar de stoel lopen. Ik zag zijn mond één woord vormen.
“Zwadderich”
En dat was ook wat de hoed uitschreeuwde.

A/N

Heey. Ik wilde snel uppen, maar het lukte niet echt. Ik hoop dat jullie het hoofdstukje toch leuk vonden. Het is misschien een beetje saai, aangezien het bijna hetzelfde is als het echte hoofdstuk uit het boek, maar ik vond het wel het proberen waard. Laat weten wat je er van vindt. 

VOTE & COMMENT please?

Dit hoofdstukje is opgedragen aan TheSummerQueen die ook echt geweldige verhalen schrijft. Check haar ook eventjes uit.

x Alba

the Mudblood - deel 1Lees dit verhaal GRATIS!