Ik staarde uit het raam. Eindelijk ging ik naar Zweinstein. Ik had er oneindig veel zin in. De magische school voor hekserij en hocus pocus. En ik mocht er heen!
Op mijn schoot lag een schoolboek, waar ik heel af en toe in keek. Ik kon nu de spreuken proberen, eindelijk, maar ik had er geen zin in. Ik had ook geen zin om te lezen. Ik had toch alles al uit.
‘Hallo,’ hoorde ik een schorre stem zeggen. Ik keek om. Een jongen met heel lichtblond haar en een spits gezicht keek me aan. Hij kuchte even. ‘Mag ik binnenkomen?’
‘Natuurlijk,’ zei ik en hij nam plaats tegenover me.
‘Ik ben Draco Malfidus,’ zei de jongen en hij stak zijn hand naar me uit.
‘Ik ben Hermelien Griffel,’ zei ik en ik nam zijn hand aan.
‘Weet je al in welke afdeling je wilt?’ vroeg hij.
Ik rechtte mijn rug. ‘Ja, natuurlijk. Ik heb al wat rondgekeken en ik zou graag in Griffoendor willen komen. Anders lijkt Ravenklauw me ook wel wat.’
Draco ging wat comfortabeler in de stoel zitten. ‘Ik wil in Zwadderich komen.’
Ik probeerde mijn opgetrokken wenkbrauwen wat soepeler te maken. Zwadderich, de afdeling van de “duistere” mensen. Dat was tenminste wat mij was uitgelegd. ‘O.’
‘Natuurlijk moet me dat wel lukken. Ik bedoel, mijn vader en moeder zijn alle twee tovenaars en hebben alle twee op Zwadderich gezeten.’
Ik staarde opnieuw uit het raam. Ik had Dreuzelouders en na wat Draco mij had verteld, zou hij dat zeker niet leuk vinden om te horen. ‘Dan denk ik inderdaad dat je dat wel gaat lukken.’
Draco probeerde mijn blik te vangen. ‘Ben jij een volbloed?’
Ik trok één wenkbrauw op en keek hem uitdagend aan. ‘Nee.’
Zijn wenkbrauwen gingen verrast omhoog. ‘Een halfbloed?’
‘Nee.’
‘Een modderbloedje.’ Hij spuugde het woord bijna uit.
‘Problemen?’
Draco haalde adem en rolde met zijn ogen. ‘Ik hoopte dat we vrienden konden worden. Dan was ik tenminste niet de hele tijd met Korzel en Kwast opgescheept. Ik weet niet eens hun vóórnamen. Ik bedoel, wat ben je dan voor een vriend? Ik wil al helemaal niet opgescheept zitten met die troela van een Patty Park. Jammer genoeg kunnen we geen vrienden zijn; ik mag geen vrienden worden met een modderbloedje.’
‘Ik wíl geen vrienden worden met jou. Het feit dat je me beoordeeld op het bloed van mijn ouders is walgelijk.’
Draco leek even van zijn punt gebracht. ‘Nou,’ zei hij dus langzaam. ‘Ik zie je dan nog wel, denk ik.’
‘Ja,’ zei ik en ik duwde mijn armen over elkaar. ‘Maar ik hoop van niet.’

De rest van de treinreis was eenzaam. Ik was een hele lange tijd alleen. Toen kwam er nog een jongen binnen, een andere deze keer. Hij had een groot, rond hoofd en een grappige stem.
‘Heb jij mijn pad gezien?’ vroeg hij.
‘Je pad?’ vroeg ik met opgetrokken wenkbrauwen.
‘Ja, ik ben hem kwijtgeraakt,’ zei de jongen. ‘Oma wordt woest als ze weet dat hij weg is.’
‘Ik help je wel mee zoeken.’ Dan kon ik meteen in de andere coupes kijken.

Het was de zoveelste coupe die ik tegen kwam. Ik opende de deur en vroeg: ‘Heeft iemand een pad gezien? Marcel is de zijne kwijt.’
In de coupe zaten twee jongens. Een van hen had rood haar en een heleboel sproetjes op zijn neus. Hij had een misvormde toverstok in zijn hand, waar het haar uit vloog. De andere jongen had sluik, zwart haar en opvallend groene ogen. Hij had ook een bril. Natuurlijk herkende ik hem meteen aan het dunne litteken op zijn voorhoofd, maar ik zei niets.
‘We zeiden net dat we die niet hebben,’ zei de jongen met het rode haar.
Ik staarde naar zijn toverstok en besloot de confrontatie aan te gaan. Ik moest toch ergens vrienden vinden en mijn eerste poging was nou niet zo succesvol verlopen… ‘O, wilde je gaan toveren? Laat maar eens zien.’
Ik ging zitten op een stoel en keek hem aan. Hij keek geschokt.
‘Eh - oké. Boterbloemen, goud, zonlicht en banaan,
Maak die dikke, domme rat geel als saffraan
.’
Hij zwaaide met zijn toverstok, maar er gebeurde niets. Ik kon het niet houden om te grijnzen. ‘Weet je zeker dat dat een echte spreuk is? dan is het niet zo’n beste, hè? Ik heb al een paar eenvoudige spreuken geprobeerd, gewoon om te oefenen en die werkten allemaal. Verder heeft niemand in mijn familie talent voor toveren, het was een enorme verrassing toen ik die brief kreeg, maar ik was dolblij - ik bedoel, tenslotte is Zweinstein de allerbeste school voor hekserij en hocuspocus die er bestaat. Ik ken alle schoolbeken natuurlij kal uit mijn hoofd, ik hoop dat dat voldoende is - en ik heet trouwens Hermelien Griffel. Wie zijn jullie?’ Ik ratelde maar door. De jongens keken van hun stuk geslagen.
‘Ron Wemel,’ mompelde de jongen met het rode haar.
‘Harry Potter,’ zei de jongen met het zwarte haar en het litteken. Natuurlijk kende ik hem al.
‘Meen je dat,’ zei ik toch, uit beleefdheid. ‘Ik weet natuurlijk alles van je af - ik heb wat extra boeken gehaald, voor de achtergrondinformatie en je staat in Moderne Magische Geschiedenis en De Opkomst en Ondergang van de Zwarte Kunst en in Grote Magische Gebeurtenissen van de Twintigste eeuw.’
‘Oh ja?’ zei Harry.
‘Lieve hemel, wist je dat niet eens?’ vroeg ik. ‘In jouw geval had ik dat al lang nagekeken. Weten jullie al op welke afdeling jullie komen? Ik heb het zo hier en daar gevraagd en ik hoop dat ik bij Griffoendor kom, dat lijkt me de beste. Ik heb gehoord dat Perkamentus daar ook op heeft gezeten, maar misschien kan Ravenklauw er ook mee door… Afijn, laten we maar weer op zoek gaan naar Marcels pad. Jullie kunnen je beter verkleden, want we zijn er zo.’
Ik liep weg, de coupe uit. Maar ik bleef luisteren.
‘Ik weet niet in welke afdeling ik kom, maar ik hoop dat het niet de hare is,’ hoorde ik Ron zeggen.
De tranen sprongen me in de ogen en ik rende terug naar mijn eigen coupe. Voor vandaag had ik genoeg “vrienden” gemaakt.

A/N:

Het eerste hoofdstukje. Misschien een beetje klein, maar oké. Laat weten wat je ervan vindt!
Het is opgedragen aan Treewhisperer omdat ze gewoon een geweldige schrijver is en jullie sowieso haar verhalen moeten lezen!

x Alba
Ps. Ik ben slecht in AN's, sorruy

the Mudblood - deel 1Lees dit verhaal GRATIS!