4

17 2 0
                                                  

Zaterdag, 8 december 2014

Ik word wakker van de geur van wafels. De combinatie van zoete stroop en de smeulende openhaard brengt gelijk een glimlach op mijn gezicht. Gapend duw ik mezelf overeind en sla de deken van me af. Ik schiet in mijn sloffen en gooi een brede sweater over mijn hoofd. Met kleine stappen slof ik de trap af, de woonkamer in. Op de bank zit mijn vader, in zijn ochtendjas, met de krant op zijn schoot. Zijn leesbril half op zijn neus terwijl zijn ogen over de zinnen zweven. Hij kijkt kort op als ik binnenkom. Met een glimlach slaat hij een nieuwe pagina om. 'Goedemorgen, meisje. Lekker geslapen?' Ik knik kort terwijl ik een hand door mijn haar haal en verder schuifel naar de keuken, waar de hemelse geur vandaan zweeft. In de keuken staat mijn moeder, een pan in de ene hand, een fles vloeibare boter in de andere. Haar bruine lokken zitten netjes opgedraaid in krulspelden. Ze hoeft zich niet eens om te draaien om te weten dat ik het ben. 'Hai, schat.', glimlacht ze tussen het mee neuriën van de radio hits. Ik loop langs haar, geef haar een kus op haar wang en werp een korte blik op de pan, waar de wafels heerlijk liggen te pruttelen. Met een soepele draai op de muziek, beweeg ik mezelf naar het grote keukenraam, met uitzicht op Alex' huis. Het huis ziet er stil uit. Geen rook uit de schoorsteen en geen een licht aan, maar toch staat de auto op de oprit. Fronsend laat ik mezelf in de dichtstbijzijnde keukenstoel zakken, ogen nooit van het huis gedraaid. Ik schrik op als de voordeur met een zwaai opengaat. In een flits zie ik Alex. In zijn ene hand een sporttas, terwijl hij met zijn andere hand de capuchon van zijn vest op probeert te doen. Alex speelt toch geen sport? Met grote stappen loopt hij het erf af, richting de auto. Het duurt niet lang voordat een lange man achter hem aan komt gestormd. De man draagt een zwarte badjas en besluit dan ook niet om zich verder dan drie stappen de kou in te riskeren. In zijn hand heeft hij een bierflesje waarmee hij wild Alex nazwaait. Hij lijkt iets te schreeuwen, wat absoluut niet te verstaan is. Zou dat zijn vader zijn?

Met piepende banden schiet de auto van de oprit af, de besneeuwde weg op. De man laat langzaam zijn armen zakken en kijkt hoe de auto verdwijnt over het asfalt. Daarna draait hij zich om en loopt weer naar binnen.

Smullend werk ik een stuk of drie wafels naar binnen. Met een slok klots ik mijn glas sinaasappelsap naar binnen en laat mijn blik weer naar buiten glijden. Ik kan mijn gedachten niet van Alex afzetten. Waarom had hij zo'n haast? Heeft Alex überhaupt wel een rijbewijs? Wie is die man? Zuchtend laat ik mijn kin op mijn hand steunen. Ik schrik op van een hand die mijn schouder vastpakt. 'Becky?', vraagt mijn moeder met een lieve stem. Ik wrijf snel de losse haren uit mijn gezicht en kijk haar glimlachend aan. 'Ja?', op haar gezicht staat een ernstige uitdrukking. 'Becky, je lijkt de laatste tijd zo afgeleid.' Mijn vader legt de krant op tafel en zet zijn leesbril af. Niet zijn leesbril. Dan is het ernstig. 'Je moeder heeft gelijkt Beck. Je gaat elke avond zo vroeg naar bed. Gaat alles goed?', vult mijn vader vlug aan terwijl hij een hap van zijn wafel neemt. Naar bed, ja. Ik laat mijn ogen tussen mijn ouders schieten. 'Ja, het gaat goed hoor!', snel probeer ik het onderwerp te veranderen, maar mijn hoofd blijft bij Alex hangen. 'Dus.. Gaan we nog wat doen deze Kerstmis?', zijn vraag spookt door mijn gedachten. Waarom vroeg Alex dat? Iedereen doet toch iets met Kerstmis? Mijn moeder glimlacht verward en neemt een slok van haar water. 'Tuurlijk. We doen altijd iets met Kerstmis. Waarom wil je dat weten?' Ik laat mijn ogen weer naar het raam glijden. Ik moet iets doen. 'Gewoon.', met die woorden duw ik mezelf omhoog en loop met grote stappen de gang in. Ik gris mijn jas van de kapstok en sla hem dicht om me heen. 'Ik ga naar buiten!', schreeuw ik nog naar de keuken, op de hoop dat ze het horen. Ik grijp een muts van de verwarming en trek hem ver over mijn oren.

Ik druk de bel van Alex' voordeur lang in. Het eentonige gering werkt me op m'n zenuwen. Het duurt niet lang voordat de voordeur openzwaait. Een geur van drank en tabaksrook komt me tegemoet. Aan de andere kant van de deur staat een kleine vrouw, haar haar warrig opgebonden in een paardenstaart, haar voeten in witte plastic slippers, gekleed in een zwart trainingspak en uitgeveegde make-up op haar gezicht. In haar hand heeft ze de stang van een stofzuiger. 'Ja?', vraagt ze ongeïnteresseerd, terwijl haar ogen scannend over mijn lichaam bewegen. Het maakt me lichtelijk ongemakkelijk. Ik probeer me te focussen op haar gezicht. 'Euh.. Ik vroeg me af of euhh. Alex thuis is?', mijn stem stottert zonder dat ik er iets aan kan doen. Haar kaak beweegt wild heen over een stukje kauwgom in haar mond. Ze schudt kort haar hoofd. 'Nee, sorry, ik kan niks voor je doen.', met een monotone stem gooit ze de deur dicht. Net voordat het hout in het slot valt steek ik mijn voet tussen de deurpost. Ik schraap mijn keel kort. Met een geïrriteerde zucht doet ze de deur weer open. 'Ik zei je net dat hij er niet was.' Ik glimlach ongemakkelijk en steek mijn handen in mijn zakken. 'Misschien kan ik op zijn kamer wachten? Het is nogal belangrijk.' Ik kan mezelf wel voor m'n kop slaan. Het is niet belangrijk. Ik weet niet eens wát ik hier kom doen. Gefrustreerd opent de vrouw de deur verder. 'Zijn kamer is de eerste links als je de trap oploopt.', vlug draait ze zich weer naar haar stofzuiger en verdwijnt een kamer in. Voorzichtig doe ik de deur achter me in het slot. Alex' huis ziet er precies hetzelfde uit als de mijne, maar dan in spiegelbeeld. En een stuk rommeliger. De geur van drank is erg overheersend op de weg naar de trap. Ik kan er niks aan doen dat mijn blik naar links schiet, de woonkamer in. Op de bank zit de lange man van vanochtend. Nog steeds met zijn ochtendjas aan. Voor hem staat een rij geopende bierflesjes. Hij kijkt kort op als ik langs de kamer loop. Net wanneer ik denk dat ik geen gesprek met hem hoef te beginnen, hoor ik een lage bromstem. 'Hey!', bromt hij vanuit de woonkamer. Ik bijt mijn tanden op elkaar en loop langzaam terug naar de deur. Wankelend duwt hij zichzelf omhoog en loopt met grote stappen naar me toe. Grinnikend steekt hij zijn hand uit. 'Ik ben Arjan, de vader van Alex. En wie ben jij, jongedame?', zijn blik gaat goedkeurend van mijn hoofd naar mijn voeten en terug. Ik pak zijn hand twijfelend aan en schudt hem kort. Zijn hand plakt van het bier. 'Becky. Becky Lewis.' Alex' vader (althans ik denk dat dit zijn vader is) klopt uitnodigend op de bank waar hij op zat. 'Becky.', herhaalt hij kort. Ik schuifel voorzichtig naar de bank en laat me op minstens een meter van Arjan vandaan neerploffen. Arjan pakt een ongeopend biertje uit de krat naast hem en rijkt hem naar me toe. 'Biertje?' Ik steek mijn handen weigerend op en schudt glimlachend. 'Nee, dank u.' Arjan haalt zijn schouders op en neemt een slok van zijn eigen bier. 'Dus, Becky, jij en Alex. Waar kennen jullie elkaar van?', met elk woord die hij spreekt slaat zijn smerige bieradem tegen mijn gezicht. 'Euh, ik ben het nieuwe buurmeisje. We gaan ook naar dezelfde school.', ik laat mijn blik afdwalen door de kamer. Nergens foto's van Alex. Nergens kaarsjes of iets dergelijks. Arjan wil net weer iets vragen als het slot van de voordeur door de kamer galmt. Hoopvol kijk ik naar de woonkamerdeur, die uitkijkt op de gang. Alsjeblieft laat het Alex zijn. Met gebogen hoofd over zijn telefoon stapt Alex de kamer binnen. 'Alex, waarom heb je mij nooit aan deze knappe jongedame voorgesteld?', bromt Alex' vader naast me. Met een ruk kijkt Alex op, zijn ogen recht in de mijne gehaakt. Van schrik laat hij bijna zijn telefoon en sporttas vallen. Op zijn gezicht staat geen enkele glimlach of iets van vreugde, alleen maar angst en woede. 'Becky.', fluistert hij overdonderd. Ik glimlach kort. Alex' blik schiet tussen de mijne en die van zijn vader. 'Euh.. Becky, wat doe jij hier?', zijn stem is schor. Ik haal kort mijn schouders op. 'Ik wou je even spreken.', ik kijk afwachtend op een reactie, maar zijn blik staat doodsangstig op die van zijn vader. 'Over school!', voeg ik razendsnel toe. 'Ik wil je even spreken over school.' Alex drukt zijn telefoon uit en laat hem snel in zijn zak glijden. 'Ja, tuurlijk. Euh.. wil je mee naar mijn kamer?'

Alex zet de sporttas naast zijn tweepersoonsbed op de grond. 'Dus.. euh.. Dit is mijn kamer.', hij draait zich ongemakkelijk naar mij en schuift zijn handen in zijn broekzakken. Ik draai een rondje om mijn as en neem alles goed in me op. De muur waar zijn bed tegenaan staat is pikzwart geverfd, de rest van de muren zijn grijs of wit. Tegen de langste muur staat een zwarte kledingkast gebouwd, waar hier en daar een kledingstuk uithangt. Op de deur hangen wat posters van sportteams uit de buurt. Naast zijn deur staat een lang, houten bureau, waar een hoop rommel over verspreid is. Ik knik gefascineerd. 'Mooi.', breng ik er glimlachend uit. Alex' serieuze blik is op de mijne gericht. 'Becky, wat doe je hier?', in zijn stem klinkt een combinatie van frustratie en verdriet. Ik laat mijn blik door het raam naar mijn eigen kamer glijden. Dus zo ziet het er vanaf de andere kant uit. Ik sla mijn ogen neer op mijn witte sneakers. 'Alex, waarom heb je nooit verteld dat je vader een alcoholist is?', mijn stem klinkt meer fluisterend dan anders. Naast me blijft het een seconde stil. 'Denk je dat ik het leuk vind?! Denk je dat ik hierom heb gevraagd?!', schreeuwt Alex' zo plots uit dan ik mijn best doe om niet achteruit te deinzen. Ik laat mijn blik naar zijn ogen zweven. Ze zijn betraand.

'Je vroeg wat ik ging doen met Kerstmis omdat jij het niet viert.', fluister ik met een schorre stem. Alex' kaak spant kort aan terwijl hij mijn blik probeert te ontwijken. 'Je wil niet thuis zijn met Kerst.', vul ik aan. Met elke keer dat Alex' knippert lijken zijn ogen vochtiger te worden. Alles wat ik nu zeg, alles wat ik opsom is waar. En hij weet het. Alex wrijft vlug met zijn handpalm langs zijn oog. 'Waarom doe je dit Becky?', er klinkt een kleine snik in die vraag. Ik doe een stap dichterbij. 'Omdat ik het probeer te begrijpen.' Alex gooit hopeloos zijn handen op.

'Oké! Ik zal het je uitleggen! Ja, mijn vader is een alcoholist, mijn moeder is een lui mens wat niks anders doet dan mij afzeiken. Ohja, en voor jouw informatie heb ik ook nog een broer. Hij zit in de bak voor een moord. Ja, je hoort het goed; M-o-o-r-d. Als ik jou was zou ik rennen Becky.', een dikke traan verlaat zijn ooghoek en rolt over zijn wang naar beneden. 'Ik ben een moordenaar net als mijn familie. Ik dood alles wat ik aanraak.'

Ik knipper mijn tranen weg en schud mijn hoofd. Zonder ook maar iets kan zeggen sla ik mijn handen om zijn nek en druk hem dicht tegen me aan. Twijfelend slaat hij zijn armen om mijn rug en legt zijn hoofd op mijn hoofd. Ik hoef niks te zeggen.


UnpluggedWhere stories live. Discover now