"Wat is je naam, jongeman?" vroeg hij met een zachte stem.

"Alex."

"Kort voor Alexander, neem ik aan?"

"Nee. Gewoon. Alex." zei ik met een glimlach.

"Ik ben Johan Verbiest."

De man wist even niet waar te beginnen. Hij prutste aan de rits van zijn jas. Voor enkele seconden was het stil. En toen begon hij, met een zucht, aan zijn verhaal.

"Mijn dochter. Mijn dochter is...Mijn..." hij zuchtte. Ieder woord dat hij uitsprak voelde alsof hij vanbinnen messteken kreeg.

Ik wil hem wel geruststellen, maar ik weet niet hoe. Hij is nog steeds een volslagen vreemde voor mij.

"Alex, heb je ooit al iemand zo liefgehad, dat je er alles voor die persoon zou doen? Zelfs sterven?"

Ik dacht even aan mijn bijna-verloofde. Haar zag ik écht graag. Voor haar zou ik alles doen, en ja, zelfs sterven. Nog steeds.

"Ja." zeg ik kortaf terwijl ik naar de grond kijk.

"Ik heb die éne persoon verloren. Aan een verschrikkelijke ziekte. Ze is gestorven...kanker."

Ik had deze plotse wending niet verwacht. Ik keek terug op en zag een traan over de wang van de meneer Verbiest vloeien. Ik wou wel iets zeggen, maar ik vond de juiste woorden niet. Alles wat ik nu zou zeggen zou toch zijn verdriet niet stillen.

"Ze was nog zo jong", ging hij verder, "nog zo jong, vol leven. Ik heb haar nooit goed gekend spijtig genoeg. Ik moest altijd maar...werken."

"Wat voor werk had u, meneer Verbiest?" vroeg ik.

"Johan. En uh, ik was politieagent."

Door de kleine aarzeling ging ik twijfelen, maar besloot dat niet te laten merken.

"Ik zou graag de tijd terugspoelen. Maar dat is niet mogelijk."

Ik knik.

"Wanneer wist u dat ze kanker had, meneer Verb...ik bedoel Johan." voegde ik nog toe.

"Vorige week. Ik heb het niet van haar zelf vernomen. Maar een kennis van een kennis. Dat maakt het nog erger."

Om dat nieuws zo te ontvangen, dat moet pijn doen.

"En...gaat u naar de begrafenis?"

"Ja, daarom zit ik hier." hij kijkt naar de grond.

Ik zie een traan op het tapijt vallen. Ik geef hem een schouderklopje. Even is het weer stil tussen ons.

Ik snap nu waarom hij die flask in zijn jaszak heeft, hij wil zijn verdriet wegdrinken. Ook al is dat niet de oplossing, ik kan hem niet oordelen, ik heb het ook gedaan.

"Bedankt, Alex." zegt hij met een gebroken stem. Hij kijkt even op en lacht, met tranen over zijn wangen.

Ik geef hem nog een licht schouderklopje en ga terug naar mijn plek achter hem. Het moet verschrikkelijk zijn om zo iemand te verliezen. Door het verhaal van Johan moet ik terug denken aan haar. Ik pak mijn gsm uit mijn broekzak en probeer haar nog eens te bellen. Voicemail. Dan maar een sms'je.

.

Schat, ik hou van je. Ik wil u terug. Ons terug. xX

Ik weet dat het belachelijk is, maar ik blijf naar mijn GSM staren, ook al weet ik dat het niets uitmaakt. Mijn rechtse been heeft de slechte gewoonte om snel op en neer te gaan als ik gestrest ben of op iets wacht. Meest vervelende gewoonte ooit, maar ik kan er niets aandoen. 

Schat, please. Zeg me wat ik fout heb gedaan. Het was niet de bedoeling. Ik mis je. x

20 Minuten later en geen antwoord. Waarom blijf ik zelfs proberen. Ik probeer haar al 6 dagen te bereiken. Waarom doet ze mij dit aan? Ik wil haar niet verliezen. Had ze mij maar verteld wat er fout ging.

Ik kan je niet helpen als je mij niet verteld wat ik fout deed.

Ik geef op. Ze gaat niet antwoorden. Voor haar besta ik niet meer. Ze is me al lang vergeten. Mijn verdriet verandert in woede. Kwaad gooi ik mijn GSM in de stoel voor mij. Ik wrijf mijn handen door mijn ogen en vervolgens door mijn haar. Ik moet me zelf kalmeren. Ik neem mijn woordzoeker boekje erbij en probeer me alleen op de woorden te focussen. Mét succes.

Ik ga er zelfs zo op in dat de minuten voorbij tikken. Als ik terug op de klok kijk, is er een halfuur gepasseerd.

Ik zie beweging in mijn rechtse ooghoek. Het meisje met de zwarte hoodie is wakker geworden en strekt haar uit. Eindelijk zie ik haar gezicht. Ze is beeldschoon. Naturel. Ik zou dit waarschijnlijk niet mogen zeggen omdat ze zo jong is, maar denken kan geen kwaad. Ze heeft helderblauwe ogen en ik  zie een vuurrode lok onder haar kap uitkomen. Ze heeft sproetjes op haar wangen. Het meisje lacht. Was ik weer aan het staren? Nog een slechte gewoonte van mij...Als ze lacht lijkt ze nog jonger, een jaar of 16. Ik wil wel met haar gaan praten en vragen wat ze hier doet helemaal op haar eentje, maar ik besluit haar nog even te geven.

Trein 67Read this story for FREE!