42. Herdenking

Mijn ogen schoten open toen ik het stampen op de trap hoorde. Het hele huis stond plots in rep en roer. Met verschrikkelijke koppijn en nog steeds duizeligheid, wierp ik een blik op mijn wekker, de rode cijfers vertelden me dat het twee uur  ’s nacht was. Ik fronste, terwijl ik zachtjes mijn voorhoofd masseerde tegen de koppijn. Mijn moeder heeft waarschijnlijk nog nooit zo hard in haar leven tegen me geroepen, drank kan blijkbaar absoluut niet door de beugel. Trouwens, ik ben nog maar minderjarig. Bedankt om me te herinneren mam, alsof ik niet wist dat ik vijftien was.

‘Amber-Rose’ klonk het plots en mijn kamerdeur vloog open, fel licht viel mijn slaapkamer binnen en kreunend  sloot ik mijn ogen. ‘trek je jas aan. We moeten naar het ziekenhuis.’

Onmiddellijk was ik klaarwakker, wat hadden wij in het ziekenhuis terug te vinden? Ik spong, tegen beter weten in mijn bed uit, maar moest mezelf aan de rand vasthouden om niet om te vallen. Toen besefte ik waarom drinken niet goed is, we moesten naar het ziekenhuis en ik kon amper rechtop blijven. Bovendien was de slaap me nog steeds aan het verleiden.

‘Amber’ gilde ze nog eens, met een lange mantel boven haar slaapkleren stond ze in mijn kamer. Ik trok een spijtig gezicht en griste toen mijn korte jas van mijn stoel, terwijl ik mijn voeten in simpele schoenen propte liep ze al de trap af. Beneden hoorde ik onbekende stemmen die met mijn moeder aan het converseren waren. Ik slikte en liep zo snel mogelijk de trap af, de duizeligheid verdween niet.

Beneden in de hal stonden twee agenten, overduidelijk met medelijden op hun gezicht, maar ook gehaast.

‘Kruip in de auto, hier heb je een pilletje voor je duizeligheid.’ Ik deed zonder iets te zeggen wat ze vroeg.

De weg naar het ziekenhuis was een hel, er was niets met grootmoeder of grootvader. Terwijl ik dacht dat Mickey veilig was, ergens op één of ander feestje, lag hij in feite te vechten voor zijn leven in het ziekenhuis. De angst sloot zich rondom me.

Toen we in het ziekenhuis aankwamen liep iedereen heen en weer. Vijf jongeren waren die nacht binnengebracht, allemaal met teveel alcohol in hun bloed, daarbovenop pillen. Pillen waarvan we allebei dachten dat Mickey ze nooit nam.

Mijn moeder klampte meteen een verpleger aan, ‘Michael Divlis’ zei ze.

‘Het spijt me’ begon de verpleger en met die woorden storte mijn leven in.

Ik word gillend wakker. Zodra ik mijn ogen open besef ik maar al te goed welke dag het vandaag is. 23 maart, de dag waarop mijn leven door elkaar gegooid werd, de dag waarop het veranderde. De dag waarop hij van ons weggenomen werd.

‘Rose!’ klinkt het naast me, Brendans haren liggen alle kanten op. Zijn ogen staan slaperig en geschrokken. ‘Rose, is alles in orde?’

Ik begin te snikken en sla mijn arm om me heen. Het is vandaag drie jaar geleden, maar door de droom lijkt het alsof het gisteren gebeurd is. De pijn komt als een vlammende steek terug, ik voel het overal in mijn lichaam. Denver heeft Mickey terug tot leven gewekt, terwijl ik al moeite had om niet teveel aan hem te denken.

‘Rose’ zegt Brendan zacht en zonder meer te zeggen slaat hij zijn armen om me heen. Hij denkt waarschijnlijk dat dit een tripje is om mijn grootouders en vrienden te bezoeken, maar hij heeft het mis. We zijn hier om Mickey te herdenken, ik ben er zeker van dat we allemaal aan hem denken. Zijn honderden vrienden, mensen waarvan hij dacht ze te kunnen vertrouwen, zullen aan hem denken. Mensen waarmee hij ieder weekend opnieuw liters alcohol dronk, mensen waarbij hij zijn pillen en poeder kocht.

En we hadden helemaal niets door, het leek wel of we blind waren. Ik glimlach wrang als ik eraan denk wat voor een goede acteur hij wel niet geweest zou zijn.

De liefde van mijn nieuw levenLees dit verhaal GRATIS!