1

21 3 0
                                                  


3 jaar geleden, 12 september 2014

Ik til mijn hoofd langzaam van het koude raam. De auto hobbelt rustig op en neer. Gapend duw ik mezelf overeind en rek me vlug uit. Mijn vaders blik kruist de mijne via de autospiegel. 'Wakker?', bromt zijn stem door de auto. Ik knik kort. 'Zijn we er bijna?', vraag ik zo zacht mogelijk, om mijn moeder niet wakker te maken. Mijn vader geeft een bevestigende knik en richt zijn ogen weer op de weg, die verlicht wordt door de koplampen van de auto. Voorzichtig schuif ik mijn hand in mijn broekzak en vis er mijn mobieltje uit. Ik druk het scherm aan en bekijk de foto die als mijn achtergrond verschijnt. Ik en mijn beste vriendin Chloe. Het is een foto die was gemaakt bij het schoolfeest. Onze glimlachende gezichten wang tegen wang gedrukt. Onze handen gevuld met een rode bekertjes van drank. Mijn mondhoeken krullen kort omhoog. Wat een avond.

Ik laat mijn ogen naar de tijd glijden. 23:41. We zijn al onderweg sinds gisternacht. Onderweg naar ons nieuwe huis, onderweg naar mijn nieuwe leven. Mijn school, mijn vrienden, mijn hele jeugd. Allemaal achtergelaten voor een nieuwe stad. Een stad waar ik niet op zit te wachten. Een stad waar niemand op mij zit te wachten. Gefrustreerd laat ik me weer in de autostoel zakken. Ik weiger al voor een lange tijd tegen mijn moeder te praten. Het was haar idee, haar baan waarvoor mijn vader en ik alles moesten opgeven. Maar het verdient goed. Ja, ja. Als het aan mij lag nam ik het eerstvolgende vliegtuig terug naar London. Naar huis. Maar in plaats daarvan zit ik in een stinkende auto, onderweg naar Canada. Ik haat Canada. Ik haat kou, ik haat natuur, ik haat alles.

Met een soepele draai beweegt de auto een oprit op, wat dof verlicht wordt door een flikkerende lantaarnpaal. De motor schreeuwt vergeleken met de stille natuur. Met een klik floepen de koplampen uit en ebt het gebrom van de motor langzaam weg. Zo snel als ik kan open ik de autodeur en laat de frisse lucht door mijn longen vloeien. De kou slaat als een deken om me heen en bezorgd me een golf kippenvel. Ik ril kort voordat ik mezelf uit mijn ongemakkelijke positie hijs. Met een zucht hijs ik mijn rugzak om mijn schouders. Vlug loop ik achter mijn vader aan naar binnen, om de kou te ontsnappen. Eenmaal binnen slaat de hitte van het huis om me heen. Langzaam draai ik om me heen. We staan in een grote open keuken, die aansluit op een ruime woonkamer. De karamel gekleurde muren geven het huis een knusse gloed. Met een plof zet mijn vader de eerste dozen op het marmeren aanrecht. 

'Becky, ga maar vast je kamer inruimen.', fluistert mijn vader vermoeid terwijl hij een grote verhuisdoos in mijn handen duwt. 

UnpluggedWhere stories live. Discover now