Hoofdstuk 10

2.9K 166 15

Ik weet hoe het is, want ik heb het zelf ook meegemaakt. Ik weet hoe mensen denken, want ik heb het zelf ook gedaan. Ik weet het allemaal, en ik weet ook dat het eigenlijk heel logisch is. Ik weet dat mensen die altijd hetzelfde aan hebben veel minder geliefd zijn dan mensen die elke dag iets anders aan hebben. En ik zeg niet dat je shirtjes en broeken maar één keer kunt dragen, ik zeg alleen dat je niet drie dagen achter elkaar hetzelfde shirt aan kan hebben. Een shirt waar notabene al vlekken op zitten. Maar toch, met deze gedachte die al drie dagen lang door mijn hoofd spookt, loop ik al drie dagen rond in dezelfde sweater. De grote, oversized, grijze sweater die nog steeds enorm lekker ruikt. Misschien is dat ook wel de rede dat ik al drie dagen lang word genegeerd door Louis. Misschien is hij precies zoals de andere mensen en helemaal niet zo bijzonder als dat ik dacht dat hij was. Misschien is hij net zo bevooroordeeld als elke persoonlijkheid op deze aarde is. Iets in me leek te denken dat juist hij anders was. Iets in me was er eigenlijk van overtuigd. Ik leek te weten dat hij speciaal was. Maar nu we de laatste drie dagen binnen hebben doorgebracht, aangezien het drie dagen lang heeft gestortregend, heeft hij geen woord tegen me gesproken. Niet eens een kleine 'goedemorgen' als we tijdens het ontbijt tegenover elkaar zaten. Misschien is het om wat er is gebeurd, wat vrij logisch is. Ik heb me de afgelopen dagen steeds afgevraagd of ik het heb gedroomd of dat het echt is gebeurd. Ik vroeg me ineens af of ik mee deed, of ik ook naar hem toeleunde en of ik het deed omdat ik verliefd ben op hem. 
Misschien negeert hij me omdat hij daadwerkelijk een bevooroordeelde, arrogante en schijnheilige jongen is die zich de afgelopen weken heel anders heeft voorgedaan. Iets wat ik verschrikkelijk zou vinden, ik zou mezelf nooit meer toestaan om om iemand te geven.
En misschien, heel misschien, komt het allemaal omdat ik al drie dagen lang zijn sweater aan heb. 

Ik schuifel langzaam naar buiten, mijn all stars raken elkaar net niet aan. Vandaag is de eerste dag dat we weer een activiteit zullen ondernemen. Dat is letterlijk wat Charlie enorm enthousiast riep toen hij ons allemaal om zes uur vanmorgen wakker maakte. Hij sloeg pannen tegen elkaar aan in de gang waarna hij luidkeels riep dat het tijd was om weer op te staan. 
Ik ben drie dagen niet buiten geweest, ik heb ook drie dagen niet bewogen en ik was voor drie dagen niet verplicht om iets met Louis te ondernemen. Maar vandaag weer wel, vandaag zal ik me moeten gedragen zoals hij dat ook doet. Ik weet niet goed of hij vandaag iets tegen me zal zeggen en ik weet al helemaal niet wat ik moet doen als hij dat wel doet. Ik weet eigenlijk sowieso niet meer hoe ik over hem moet denken. Ik weet niet goed waarom hij me negeert en dat maakt alles een stuk lastiger. Ik ga langzaam aan de tafel zitten die buiten is gedekt. De grote witte tent die er boven staat lijkt ineens een stuk lager te zijn maar dat zal wel komen omdat er liters en liters aan regenwater in ligt. Ik pak mijn plastic mes op van de tafel en begin in het roze tafelkleed te snijden. Ik ben misselijk, en het komt allemaal omdat ik weet dat ik vandaag weer iets met Louis zal moeten doen. Ik zal hem vandaag onder ogen moeten komen. Het liefste zou ik hem gewoon negeren, het liefste zou ik gewoon doen alsof er niks is gebeurd en hem behandelen als alle andere hier. Maar Louis is anders, of in ieder geval, ik dacht dat hij anders was. Ik weet niet of ik hem zal kunnen negeren. Ik weet niet of ik hem in zijn ogen aan zal kunnen kijken om vervolgens weer weg te kijken en te doen alsof het me allemaal niks kan schelen. 
Het is grappig hoe erg ik twijfel aan mezelf. Ik weet niet of ik op Louis verliefd ben. Zover ik weet ben ik dat namelijk niet. Maar als ik weer terug denk aan het gevoel dat ik erbij kreeg toen zijn gezicht toch echt dichter bij dat van mij kwam, vraag ik me af of ik mezelf wel kan vertrouwen. De warmte die me ineens overspoelde, mijn hoofd dat zich ineens geen zorgen meer maakte en mijn hart dat zo hard sloeg dat het bijna gevaarlijk werd. Misschien voelde ik me wel zo omdat hij ineens zo dichtbij was, omdat een jongen ineens zo dichtbij was. Maar ik weet zelf eigenlijk ook dat dat niet de rede was. Ik weet zelf ook dat ik ook naar voren boog en hem bijna kuste. 
'We zullen de broodjes even langsbrengen.' Ik schrik op uit mijn gedachten en zie Charlie aan het hoofd van de tafel staan. Een paar dikke vrouwen uit de keuken beginnen op ieder bord twee witte broodjes te leggen. Ik staar naar hoe hu dikke lichaam steeds dichter bij dat van mij komt en hoe ze zich uiteindelijk over de halve tafel buigen om er ook twee op mijn bord neer te leggen.
'Eet smakelijk!' Roept Charlie als iedereen twee broodjes heeft. Ik pak voorzichtig mijn mes op van de tafel en staar even naar mijn broodje. Ik heb geen honger, ik heb alles behalve honger en als ik eerlijk ben eet ik liever niets.
Ik kijk voorzichtig op van mijn bord en zonder dat ik het door heb of dat ik het wil, zijn mijn ogen op zoek naar Louis. Normaal zou hij naast me zitten en me uitbundig vertellen over wat hij heeft gedroomd, of hij zou mijn brood smeren omdat hij vindt dat ik het niet kan. Maar vandaag niet, al drie dagen niet, en als ik eerlijk ben mis ik hem naast me. Mijn ogen vliegen over de gezichten tegenover me totdat ze ineens stoppen. Ik staar naar hoe twee blauwe ogen kijken naar zijn brood en hoe hij langzaam met zijn mes in het nattige oppervlakte van de boter aan het prikken is.

 Louis

Ik kan het niet helpen en blijf naar hem staren. Het lijkt erop dat hij ook geen honger heeft en als hij na vijf minuten nog steeds niet klaar lijkt te zijn met de boter, kijkt hij langzaam op. Zijn ogen gaan even snel heen en weer en dan gooit hij allebei zijn broodjes onder tafel waarna hij opstaat en terug naar binnen loopt. 

'Vandaag gaan we, in onze eigen groepen natuurlijk, verschillende kanten van het natuurgebied verkennen,' Ik kijk op naar Charlie die wederom plaats heeft genomen op een opstapje en druk met zijn armen aan het zwaaien is. Iedereen zit op het gras om hem heen. 'Eén van de groepjes zal naar een ander meer gaan, een ander groepje gaat naar een oude boom kijken en het laatste groepje zal zich verbazen over de geschiedenis van dit natuurgebied in een oud huis dat hier een paar kilometer verderop staat.' Ik kijk voorzichtig om me heen. Er is maar één iemand die Charlie aandachtig aanstaart en daadwerkelijk zin lijkt te hebben in vandaag. De rest kijkt naar de grond of trekt aan het gras om zich heen. Ik zit helemaal achteraan en er zit niemand naast me. Ik recht mijn rug een beetje en probeer uit te vinden waar Louis zit en waarom hij wederom niet naast me zit. Mijn ogen zijn op zoek naar een warrig kapsel en een dun zwart shirt dat hij vanmorgen ook aan had. Als mijn ogen hem vinden lijkt mijn hart voor een seconde stil te staan. Hij zit aan de andere kant van alle mensen en is aan het lachen. Zijn prachtig witte tanden zijn ontbloot en hij legt zijn hoofd in zijn nek als hij op adem probeert te komen. Een meisje naast hem staart naar hem terwijl ze non-stop dingen aan het vertellen is die Louis blijkbaar aan het lachen maken. Ik bijt op de binnenkant van mijn lip en moet me inhouden niet in huilen uit te barsten. Ik kan het niet helpen als ik een steek van jaloezie door mijn lichaam voel gaan. Ik weet heus wel dat Louis niet van mij is en ik weet ook dat hij plezier mag hebben met andere. Maar op een of andere manier vind ik het verschrikkelijk, op een of andere manier vind ik dat Louis niet met andere mag praten en al helamaal niet om ze mag lachen. Het ergste vind ik misschien nog wel dat hij wel tegen haar praat, en al drie dagen lang niet tegen mij. Zou hij het express doen? Zou dit zijn plan zijn geweest? Om elk meisje voor hem te laten vallen en ze vervolgens achter te laten alsof het niks is?

Ik staar naar de grond als ons enorm leuke groepje langzaam naar me toe komt. Mijn handen trillen en ik ben bang dat ik elk moment flauw kan vallen. Ons groepje gaat vandaag naar de oude boom en niemand lijkt er zin in te hebben maar dat is niet de rede dat ik zo enorm zenuwachtig ben. Het feit dat Louis net opstond, het meisje een knuffel gaf en nu op weg is naar mij, is de rede dat ik zo onmenselijk zenuwachtig ben. 
'Wie heeft de kaart?' Ik kijk langzaam op maar als ik Louis zie kijk ik snel weer terug naar de grond. Mijn hart gaat te keer en het fenomeen adem halen lijkt ineens een onmogelijke opgave. 
'Ik.' Ik weet dat het Drew was die dat zei, ik ken inmiddels zijn stem uit mijn hoofd omdat het eigenlijk een veel te lage stem is voor een kleine en dunne jongen zoals mij. 
'Moeten we echt weer met haar?' Ik kijk langzaam op en zie Sharon naar me staren. Ze kauwt op haar kauwgom en haar blik gaat afkeurend over me heen. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen en voel hoe mijn hele lichaam zich het liefste nu meteen op de grond zou willen werpen. 
'Wat?' Zegt Louis dan met een scherpe stem. Ik kijk voorzichtig vanuit mijn ooghoeken naar Louis. Tranen prikken in mijn ogen als ik me herinner dat ik niet naar Louis kan kijken en ik verstig mijn blik weer op Sharon die me nog steeds aan staart.
'Zoals ik het zeg, we hebben niks aan haar.' Ik voel hoe mijn schouders langzaam in elkaar zakken en probeer op mijn hardste de brandende tranen tegen te houden. Louis zet een stap naar voren waardoor hij bijna tegen haar aan staat en kijkt haar strak aan. Zijn ademhaling is kalm maar zijn gezicht staat woedend. 
'Durf nog eens iets te zeggen over Charlie en ik zal er voor zorgen dat je vriendje je je huilend op kan halen.'

Bittersweet [Louis Tomlinson]Lees dit verhaal GRATIS!