Een

288 21 11


"You are the music

while the music lasts"

- T.S. Eliot


                                                                               ~~~


De psycholoog zei tegen me dat ik Mason los moest laten.

'Hij is er niet meer,' had ze gezegd. Ze zei tegen me dat ik me moest concentreren op het leven en op de mensen die er nog wel zijn.

'Ik zeg niet dat je Mason moet vergeten – hij was je vriendje en natuurlijk heel belangrijk voor je. Maar je moet verder en hem achter je laten. Je bent pas zeventien, je hebt nog een heel leven voor je. Het is zonde als je dat van je af laat nemen, Lily,' zei ze.

En ik zei: 'Fuck you.'

Ze had me aangestaard en met haar ogen geknipperd. Daarna, toen ze zich eenmaal had hersteld, begon ze driftig in haar schrijfblokje te krabbelen.

Ik heb geen idee wat ze allemaal over me opgeschreven heeft. Weinig goeds, denk ik. Het kan me niets schelen. Ze kan naar de hel lopen met dat shit-advies van haar.

Ik wil Mason niet loslaten. Kan het niet.

Met opeengeklemde kiezen leg ik mijn zelfgemaakte ouijabord van karton neer op de vloer van mijn slaapkamer. Ik heb het alfabet, de cijfers nul tot en met negen en de woorden "ja" en "nee" er met stift op geschreven. Ik zet er een wijnglas ondersteboven op, steek de kaarsen die ik in een cirkel om mezelf heen heb gezet aan en daarna een wierookstokje.

Akoestisch gitaarspel klinkt in mijn oren; ik luister naar één van Masons nummers op mijn iPod. Zijn allerlaatste nummer, om precies te zijn, dat hij had opgenomen vlak voor het ongeluk. Ik ben de enige aan wie hij het ooit heeft laten horen.

Mijn blik dwaalt af naar zijn gitaar, die in de hoek van mijn kamer staat.

Ik heb Mason nodig. Hij was de enige die me begreep; het gothic meisje met het lange witblonde haar en de zwarte nagels. Hij was de enige die begreep waar mijn drang om muziek te maken vandaan komt en die wist hoe onbeheersbaar die drang is. Hij was de enige die alles van me wist, de enige die wist dat ik iedere nacht geplaagd word door nachtmerries.

Ik wacht tot het nummer is afgelopen voordat ik mijn iPod uitzet. Ik laat hem in de zak van mijn zwarte, versleten shorts zitten en laat de oordopjes uit de kraag van mijn shirt bungelen.

Mijn ringen schitteren in het kaarslicht als ik mijn wijs- en middelvinger op de voet van het wijnglas plaats. Ik heb gelezen dat je glaasje draaien minstens met z'n tweeën moet doen. Als je het in je eentje probeert, is de energie in de kamer niet krachtig genoeg om een geest op te roepen.

Maar ik kan dit met niemand anders doen. Ik wil Mason alleen spreken; alles wat ik tegen hem wil zeggen en aan hem wil vragen, kan ik niet zeggen en vragen in het gezelschap van anderen.

Het is doodstil in mijn kamer. Ik slik de brok in mijn keel door, adem diep in en vraag met schorre stem:

'Mason? Ben je daar?'

Het glas blijft roerloos onder mijn vingers.

'Als je er bent, geef dan antwoord,' ga ik verder terwijl ik mijn tranen verbijt.

Het kaarslicht flakkert over de vloer, weerkaatst in het wijnglas, schittert in mijn ooghoeken. Het is zo stil, dat ik het wierrookstokje kan horen branden. Het is een zacht, knisperend geluid.

Schimmenlied (de Schimmenwereld Serie deel 1) ✔Lees dit verhaal GRATIS!