Freek

48 2 0

Damian stapte de kamer van Freek binnen en keek met een verwonderde blik om zich heen. "Zo Freek, heftige kleurencombi man, kan je zo nog wel slapen?"

Freek keek geïrriteerd om, veegde wat zweet van zijn lip en keek zijn broer aan. "Nee, ik zal het lichtblauw doen," zei hij sarcastisch, "net zoals jij, dan slaap ik als een prinsesje." Hij draaide zich weer om en doopte zijn kwast in de zwarte verf om vervolgens verder te schilderen.

"Nou, dit is echt wat te veel van het goede, zwart met rood, het lijkt wel een spookhuis."

"Niemand heeft jou om je mening gevraagd Damian, ik slaap hier prima, maak je daar maar geen zorgen over." Er verscheen een sinistere grijns om zijn lippen.

Damian keek eens in het rond. Zijn broer had alle meubels van de muren afgezet en al zijn troep er boven op gegooid. Een enorme bouwlamp scheen fel op de plek waar zijn broer met de zwarte verf stond te kwasten. De muren waren zwart en de raamkozijnen waren bloedrood. Dat was nou niet bepaald Damians definitie van een leefbare jongens slaapkamer.

"En hoe kom je aan die bouwlamp?" vroeg Damian, wijzend naar het lompe ding.

Met een ruk stond Freek op. "Gaat je geen zak aan en kan je nu ophoepelen, ik kan niet werken zo!" Hij liep dreigend op zijn broertje af,welke een paar passen achteruit deinsde.

"Joh ik wist niet dat je kwaad werd," spotte Damian, "je kan ook wel gewoon zéggen dat je die bij de bouw hebt gejat."

Freek smeet zijn kwast aan de kant en Damian wist dat hij moest maken dat hij weg kwam. In drie stappen denderde hij de trap af. Freek was boven aan de trap blijven staan. "Als je je kop maar houd, anders liggen straks al je tanden op de grond!"

Damian wist dat hij het meende. Zijn broer was een beste jongen, ze hadden samen meestal veel lol. Maar verder was Freek gewoon zeer licht ontvlambaar. Bij het minste geringste kon hij woest worden en flink uithalen. Dat was niet alleen lastig wat betreft het welzijn van Damians tanden, maar ook had hij zijn broer al meerdere keren uit de brand moeten redden door hem op te halen van het bureau. Vechtpartijen, autokraakjes en zelfs heling, niets was zijn broer vreemd.

Damian besloot om vast zijn trainingsppak aan te gaan trekken en zich vast op te warmen in de tuin. Elke dinsdag middag gingen Freek en hij zo'n twee kilometer hardrennen samen en hij twijfelde er niet aan dat Freek zo wel zou verschijnen. Hij kreeg geen ongelijk. Een half uurtje later klapte Freek de tuindeur open, in zijn trainingspak, gedouched en al.

Freek strikte de veters van zijn sportschoenen overnieuw, sprong op en sprintte zijn broer voorbij. In het voorbijgaan gaf hij Damian nog een pets tegen zijn achterhoofd. "Komop sukkel, waar wacht je op?"

Damian lachtte zijn tanden bloot en rende zijn broer achterna. Het was een mooie zonnige dag en een zacht windje blies door hun haren. Ze renden op hun gemak de straat uit, de grote weg over en zo het park in. Naar het speelveld waar ze meestal nog wat andere oefeningen deden. Rekken en strekken, dat soort dingen.

"Nog een lekker chickie gescoord afgelopen week?" vroeg Freek met een grijns op zijn gezicht, terwijl hij zijn kuiten stond te rekken, leunend tegen het hek.

Er kwamen drie uit de kluiten gewassen jongens het speelveld oplopen, met de handen in hun zakken. Eén van hen gooide zijn rugzak op de grond, ritste hem open en haalde er een basketbal uit. Freek kende die gasten wel, en hij mocht ze helemaal niet.

Damian zag Freek vanuit zijn ooghoeken naar de jongens kijken. "Nee geen chickie Freek, die zijn allemaal op vakantie naar de Bermudadriehoek denk ik."

"Zielepoot," zei Freek lachend, "zijn ze allemaal gillend voor je weggerend? Kan ook niet anders, met zo'n kop!"
Nu schaterde Freek het uit van het lachen.

"Kijk jij lekker naar jezelf, Romeo. Neem jij nou maar eens een keer een normale meid mee naar huis in plaats van al die afgelikte Blonde Dolly's," kaatste Damian terug.

Freek moest er hard om lachen, maar dat lachen verging hem snel toen hij weer een blik wierp op het groepje jongens die inmiddels druk aan het basketballen waren. Eén van de jongens keek hun kant uit en wenkte zijn maat. Die stopte onmiddelijk met spelen en keek nu ook in de richting van Freek en Damian. De jongen zei iets tegen zijn vriend, maar dat was van deze afstand niet hoorbaar.

Freek begon zijn armen te strekken. "Ik krijg nog geld van die gast, die hond heeft me vorige week een loer gedraaid." Zijn gezicht stond nu in een diepe frons. "Die klanten denken dat ze me alles kunnen maken, nou, dan kennen ze me heel slecht."

Damian had geen zin in problemen en probeerde zijn broer wat te kalmeren. "Joh, trek je niks van ze aan. Laten we verder rennen."

De jongens waren gestopt met basketballen en stonden met elkaar te praten en te lachen, nog steeds in hun richting kijkend.
"Ze hebben het over mij." zei Freek kortaf. Zijn ogen spuwden inmiddels vuur en waren tot smalle streepjes getrokken en met de bijbehorende wenkbrauwen in een diepe 'V' vorm kon Damian opmaken dat het niet lang zou duren voor Freek zou ontploffen. Dan zou het knokken worden en eindigden ze vast en zeker op het politiebureau of minstens in het ziekenhuis met een gebroken kaak.

"Laat je toch niet zo opfokken, man!" riep Damian. "Kom op, we gaan weg!"

Plotseling rende Freek weg, Damian verbouwereerd achter latend. "Nee! Freek, kom terug! Doe nou niet zo dom!"

Maar Freek rende door, in de richting van de jongens, die in een halve tel hun jasjes op de grond smeten en hun mouwen opstroopten. Maar tot ieders verbazing rende hij ze straal voorbij. Damian kwam als een idioot achter zijn broer aan. Freek was gestopt met rennen en stond met zijn rug naar hem toe bij de rand van het speelveld, wat hij aan het doen was, was een compleet raadsel voor hem.

Hijgend kwam Damian tot stilstand naast zijn broer en legde zijn hand op zijn schouder. "Wat moest dat voorstellen, man?"

Toen pas zag hij dat Freek een duif in zijn handen hield. Freek keek zijn broer met ongewoon emotionele ogen aan. "Kijk dan, hij is gewond aan zijn vleugel, die heeft vast op zijn lazer gehad van een kat."

Damian slaakte een zucht van opluchting.

De jongens schudden hun hoofden bij het zien van dit tafreel en raapten hun bal weer op om verder te spelen.

"Kom Damian," zei Freek tenslotte, "laten we die stakker maar naar de vogelopvang brengen..."

Mijn eerste verhaal die meedoet aan een schrijfwedstrijd. Het is de eerste opdracht voor de schrijfwedstrijd van @aliquae,
Korte metten maken met een cliché. Ik ben benieuwd hoe deze wedstrijd zal verlopen... :)

Schrijf Wedstrijd Lees dit verhaal GRATIS!