Hoofdstuk 1

9 1 3
                                        

Had ik dat toen net maar niet gezegd, nu moet ik ervoor boeten.
Ik duik in elkaar. Daar komt de eerste klap, de tweede. Auw het doet pijn. Stop wil ik roepen, maar er komt geen geluid uit mijn mond.
Dit kan niet waar zijn denk ik.
Ik val neer, als ik mijn ogen kort open zie ik het gezicht. Oh nee, denk ik. Alsjeblieft niet meer.

"Krak". Ik schrik wakker, wat was dat. Het klonk als een brekende tak.
Ik vraag me af of er iemand is. Snel sta ik op om uit het raam te kijken, daar zie ik het gezicht van mijn beste vriend Tim.
'Hoi,' roept hij. 'Sst stil,' fluister ik zacht. 'Wat is er?'
'Onze plek is in gevaar we moeten kijken wat er aan de hand is.' 'Oké, wacht even dan kom ik naar beneden,' zeg ik en verdwijn voor het raam.
Als ik beneden ben aangekomen verloopt alles geruisloos. Tim wenkt mij en we zetten het op lopen.
We rennen de straat langs en langs de supermarkt en dan eindelijk zijn we er.
Ik kijk om me heen, het is zo donker dat ik niks kan zien. Dan roept Tim me: 'Luna, ik ben er al.' Ik hoor aan zijn stem waar hij is en loop die richting uit.
Daar zie ik hem staan. Zwijgend stappen we in het zwarte gat.

Ik word duizelig het lijkt alsof alles door elkaar word geschud. Nee, denk ik, wakker worden Luna.

In het volgende moment val ik op en zachte mosbodem. Meteen voel ik het. Tim komt naast me zitten: 'Voel je het?' Ik knik, zijn stem klinkt ijzig bijna bedrijgend.
Net zoals het voelt; koud en hol, vroeger was dat niet zo. Toen was het hier warm en veilig. Ik dacht vroeger dat deze plek nooit in beslag zou worden genomen, maar dat is niet zo merk ik nu.
Het gaat niet lang meer duren voor dit geen veilige plek meer is en ik weet dat Tim en ik ervoor moeten vechten als we willen dat deze plek van ons blijft.
Tim heeft dezelfde gave als ik en net zoals bij mij weet ook niemand ervan. 'Laten we terug gaan,' zegt Tim. Ik stem hem toe, vannacht kunnen weer toch niets meer doen.
Tim stapt als eerste in het gaat. Daarna volg ik.

Ik zak meteen weg. Het wordt licht en opeens zie ik dat gezicht weer.
'Nee,' roep ik, maar er komt geen geluid uit mijn mond.
Ik schrik, het gezicht komt dichter en ik zie het nu nog duidelijker.
'Luna waar blijf je?' Oh nee ik kan niet meer boven komen, ik voel hoe mijn keel wordt dichtgeknepen.
Nog even en ik ben ook ernn droom. 'Hier is mijn hand.' Ik schrik op, ik zie de hand van Tim en grijp hem vast.
Hij trekt me naar boven, het duizelige gevoel verdwijnt.

Tim kijkt me bezorgd aan: 'Je weet toch dat je niet in je dromen mag wegzakken?' Ik knik en bijt op mijn lip.
'Ik weet niet wat er gebeurde, maar ik kon niet anders.'
Ik besluit niet te vertellen wat ik gezien heb. 'Laten we terug naar huis gaan,' mompel ik daarom maar.
Tim knikt afwezig maar volgt me toch. Ik let op dat weer niet gezien worden.
Als ik thuis ben ga ik meteen naar mijn kamer en val moe op bed.

Dit is een nieuw verhaal van mij. Ik moet even kijken wanneer ik kan uploaden, want ik zit nu op de middelbare school en ik heb op dit moment veel huiswerk Bekijk vooral even mijn boek: in galop en ren! daar upload ik minstens iedere week (normaal alle twee dagen). En als jullie een idee hebben hoe het verder gaat schrijf het dan in de reacties. Misschien haal ik daar nog inspiratie uit.

You've reached the end of published parts.

⏰ Last updated: Sep 13, 2016 ⏰

Add this story to your Library to get notified about new parts!

dreamworldWhere stories live. Discover now