Hoofdstuk 20

1.2K 91 18

De blik die Ben haar toewerpt, kan ze niet helemaal meteen plaatsen, totdat hij zucht en wijst naar de hoek van de tafel. Daar liggen echter geen één, maar twee boeken.

"Je hebt ze ... weer uit elkaar gehaald? Waarom?"

"Daarvoor moet je bij Alexandra zijn. Ik denk dat ze wil vermijden dat we nog meer van deze grappen uithalen."

"Wie zouden we anders hierheen willen halen? De enige andere die we kennen is Caeith en dat kan helemaal niet." Haar stem slaat over, maar ze weet zelf niet eens waarom ze zo van streek is.

"Hé, hé, rustig maar", Adwyon draait zich naar haar toe en pakt haar bovenarmen vast. "Het is niet erg, ik ben hier, dat is de enige reden waarom we de boeken hebben samengevoegd, weet je nog?" Zijn ogen zoeken de hare en teleurgesteld laat ze zich vangen.

"Het waren twee boeken, Kessia," hoort ze Ben zeggen, "op deze manier kunnen ze in hun oorspronkelijke vorm bewaard blijven. Daarnaast lijkt het me ook het beste wanneer jij het eerste deel niet meer aanraakt. Ik weet niet wat er dan zal gebeuren."

"Wat? Waarom?" En waarom maakt ze zich zo druk om een boek waar Adwyon niet eens meer in zit?

"Kes, hé, doe nou rustig. Het maakt niet uit, echt niet." Hij verplaatst een hand van haar schouder naar haar wang en meteen staat ze stil.

"S... sorry," stamelt ze, "ik heb geen idee waarom ik zo raar reageer. Ik denk dat ik nog steeds een beetje gestrest ben vanwege mijn vaders preek. Of vanwege het hele achtervolgingsgedoe of het feit dat mijn haar vet is en ik wil douchen, maar nu ben jij hier en ik ben bang dat als ik niet iets van je in mijn buurt heb, ik je dan kwijt raak." Een beetje geschokt staart ze naar zijn gezicht. "Dat is het! Het is allemaal zo snel gegaan. Ik geloof het gewoon niet. Niet zonder dat ik iets in mijn handen heb. Ik heb zo lang met dat boek rondgezeuld en nu mis ik het. Ik heb afleiding nodig. Dit is idioot, ik ben net twee dagen onder de grond en ik wordt nu al gek."

Wankelend stapt ze naar achteren, zich lostrekkend en omdat haar hoofd opeens bonkt alsof iemand het bewerkt met een hamer, duwt ze beide handen tegen haar ogen.

Nog geen vijf minuten geleden was ze hard aan het lachen omdat haar vader zich zo typisch gedroeg en nu wil ze alleen maar haar hoofd in een kussen verstoppen. Wat is er aan de hand met haar?

"Ik ben bang dat het een beetje teveel voor haar is." Bens stem is niet helemaal helder vanwege het gezoem dat steeds luider wordt.

"Breng haar maar naar haar kamer, dan bel ik Leon, hij heeft vast wel iets om haar rust te geven."

Naar haar kamer? "Nee, nee, niet mijn kamer."

"Kes, luister, je bent doodop, je moet slapen."

Met één hand uitgestoken, alsof ze de uitputting letterlijk wil tegenhouden, roept ze: "Niet mijn kamer, daar mag jij niet blijven. Ik wil niet weg bij jou, dan verdwijn je. Niet mijn kamer!"

Ergens in haar warrige verstand is het volstrekt logisch wat ze zegt. Waarom willen ze haar per se in haar kamer hebben, ze kan hier toch ook liggen? Gewoon op de grond? Haar benen doen het toch al niet meer.

"Woeps, daar ga je."

Voordat ze weet wat er gebeurt, slaat Adwyon zijn ene arm onder haar rug en zijn andere onder haar benen.

"Nee, ik wil niet." Oh fijn, nu klinkt ze ook al als een klein kind. Maar haar spieren geven het op en met haar hoofd tegen zijn borst, laat ze zich de werkplaats uit tillen.

In de centrale ruimte trekken ze meteen alle aandacht en Kessia is heel erg blij dat het haar moeders stem is en niet die van haar vader. Ze weet zeker dat die haar uit Adwyons armen zou rukken.

Bewaard Lees dit verhaal GRATIS!