Hoofdstuk 18

1.1K 84 26

"Dat zal je mooi staan."

Haar oren horen de woorden, maar haar hersenen registeren alleen het uiterlijk van de jongen die nu voor haar staat. Hij is bijna een kop groter dan zij en zijn blonde krullen dansen vrolijk, wanneer hij zijn hoofd iets schuin houdt. Blauwe ogen, hij heeft blauwe ogen, net zoals in haar gedachten. Net zoals in het boek beschreven stond. Blauw, de kleur van de omringende zeeën.

Er ligt een lach om zijn lippen, volle lippen, zoals in haar tekening. De tekening die nog op haar bureaublad staat, thuis, in de nederzetting. In het huis waar ze waarschijnlijk nooit meer een stap zal zetten. Nog nooit heeft haar hart zo hard gebonsd.

Ze merkt dat haar mond open staat en klapt die snel dicht, waardoor zijn lach breder wordt. Haar hoofd is blanco. Zelfs als haar leven ervan af zou hangen, zou ze op dat moment geen woorden kunnen vinden.

Hij doet een stap dichterbij en nog één. Ze staart naar zijn voeten. Voeten die echt zijn, voetafdrukken achterlaten in de aarde en gehuld zijn in zwarte leren schoenen. De kleren die hij draagt hebben een apart model, maar de stof is simpel linnen, netjes afgewerkt. Een donkere broek en een lichte blouse, met een V-hals en touwtjes. Om zijn linkerduim draagt hij een ring. Een zegelring. Het patroon is niet helemaal goed te zien, maar ze weet wat erop staat: een cirkel in een cirkel met daarop de letter Y. Yates, zijn achternaam.

"Hey, Kes."

Zijn stem klinkt hetzelfde. Heel even sluit ze haar ogen en is ze terug in haar kamer met het boek op schoot, maar dan knippert ze en staat ze weer in het rommelhok, met het jurkje gekreukeld in haar handen. Wat een plaats voor een eerste ontmoeting.

"Je ... " Haar keel schrapend, probeert ze het nog een keer. "Je bent hier."

"Ja, ik ben hier." Hij doet nog een stapje dichterbij en als ze wil, kan ze hem aanraken. Maar dat doet ze niet, want wat als hij er niet echt is?

"Hoe ... wanneer?" Ze kan het nog niet helemaal geloven. Waarom heeft Ben niet gewacht?

"Niet boos zijn op Ben."

Ze fronst, kan hij nu soms haar gedachten lezen? Of is zij op dit moment het spreekwoordelijke open boek?

"Ben heeft de twee delen samengebonden en toen bleek dat ik in mijn zusjes gedachten door een portaal was gegaan, leek het ons het beste om dat deel zo ongemoeid mogelijk te laten. We wisten niet wat er zou gebeuren wanneer hij of jij verder zou lezen en ik wilde het risico niet nemen, dus hebben we ons aan de verhaallijn gehouden. Ik ging door het portaal en kom verder niet meer in het boek voor."

"Je bent hier", fluistert ze. Bang om de illusie door te prikken, heft ze haar hand langzaam op. Ze hoeft hem maar een klein eindje te strekken om zijn mouw aan te raken, maar ze durft niet. Dan doet hij een laatste stap en zijn hand pakt de hare vast. Er gaat een schok door haar heen en met grote ogen kijkt ze hem aan.

"Ik ben hier, Kes, echt waar. Het is gelukt."

Een snik ontsnapt uit haar keel en dit keer laat ze het jurkje echt vallen. Nog net op tijd vangt hij het op en vlug hangt hij het slordig terug op het rek, voordat hij zijn armen om haar heen slaat.

Waarom ze nou moet huilen is haar een raadsel, want eigenlijk is ze dolblij. Hij is hier, hij staat voor haar. Ze kan hem zien en aanraken en hij heeft zijn armen om haar heen. Bij die laatste gedachte razen de vlinders opeens als een gek door haar buik, maar het kan haar niet schelen dat ze waarschijnlijk zo rood als een biet is.

"Adwyon."

Hij lacht en ze voelt het dwars door zich heen gaan. Iets terugwijkend, vraagt hij: "Geloof je het nu? Ik wil je ook best even knijpen hoor." Zijn hand wrijft een traan van haar wang en laat een tintelende veeg achter.

Bewaard Lees dit verhaal GRATIS!