Hoofdstuk 17

1.1K 82 27

Dayo blijkt leuker gezelschap dan ze had gedacht en de ondergrondse is ook groter dan in haar gedachten. De meest voor de hand liggende ruimten kent ze al. De grote zaal, waar wordt gegeten, vergaderd en waar je je kunt ontspannen is het centrum van wat Dayo nog steeds de hov noemt. Ze verdenkt hem ervan dat hij die naam heeft bedacht, want ze hoort verder niemand die naam gebruiken.

Het hospitaal kent ze ook al, tenminste, ze weet waar hij is en ze heeft de kamer van haar vader gezien. Er is een verkoeverkamer met drie bedden en één operatiekamer. De arts die haar vader geopereerd heeft, komt op verzoek naar de ondergrondse. Hij is zelf geen Bewaarder, maar een sympathisant, zo noemt Dayo het. Hij is niet degene die het gif in de capsules samenstelt, daar hebben ze een apotheker voor. Kessia ziet hem heel kort, wanneer hij de operatiekamer uitloopt. Heeft hij net met het gif gewerkt? Dayo zegt niets en ze vraagt er ook niet naar. Ze krijgt alleen al de rillingen als ze eraan denkt. Lang blijven ze niet bij het hospitaal, want ze wil haar ouders niet tegen het lijf lopen.

Er zijn drie lange gangen. De eerste is degenen waardoor ze is gelopen toen ze voor het eerst de ondergrondse in kwam. Aan die gang liggen de slaapzalen en de paar slaapkamers zoals degene waarin zij nu slaapt. Alleen de vaste bewoners hebben een kamer.

De tweede gang loopt helemaal tot aan het regeringsgebouw. Via die ingang zijn ze de laatste keer binnengekomen en nu lopen ze door de derde gang.

"Waar gaat deze heen?"

"Dat zie je zo, niet zo ongeduldig."

Dayo's tanden lijken nog witter in het schemerige licht dat de gang verlicht. Ze begint hem wel te mogen, nu ze hem wat beter leert kennen. Hij maakt vaak grapjes en valt af en toe terug in zijn vervelende gewoonte om haar kleine Alexandra te noemen. Dan verbetert hij zichzelf vlug met een knipoog. Wanneer hij haar voor de derde keer een knipoog geeft, ontspant ze zich. Blijkbaar doet hij dat heel snel en heeft het niets te maken met een speciale interesse in haar. Toch probeert ze hem er zoveel mogelijk aan te herinneren dat zij nog maar zestien is en hij al volwassen. Iets dat ze grappig vindt, aangezien ze dat meestal andersom probeert.

"Zeg, Dayo, ben jij niet een van de leiders van de ondergrondse?" Ze vindt vijfentwintig nog steeds erg jong voor een leider, maar dat zegt ze er nu maar even niet bij.

"Ja, dat klopt." Hij klinkt trots.

"Heb jij dan niet wel meer te doen dan met mij rond te hangen?"

"Hangen, hè." Hij grijnst, maar wordt dan serieus en legt uit: "Mijn verantwoordelijkheden liggen voornamelijk op het gebied van de bewoners van de ondergrondse. Ik houd me niet veel bezig met de buitendienst."

"Wat is dat?"

"Dat zijn de mensen die de boeken ophalen, smokkelwaar binnenhalen, dat soort dingen. Zij hebben contact met onze mensen overzee en de meesten wonen gewoon door het land verspreid. Zoals jouw vader. Af en toe krijgen ze een taak en soms komen ze hier."

"Wie zijn de andere leiders?"

Hij geeft niet meteen antwoord, zou hij het niet mogen vertellen? Ze is nog niet echt een van hen. Er zullen vast genoeg geheimen voor haar bestaan.

"Er is niet echt één iemand die de algemene leider is. Die is er wel geweest. De oprichter van het ondergrondse netwerk. De uitdenker, zeg maar. En degene die de financiën heeft geregeld. Maar hij is overleden, nog voor mijn tijd. Ben heeft hem gekend, uiteraard. Ik geloof dat Ben iedereen heeft gekend. Nu is het meer een samenwerking tussen een handjevol mensen. Iedereen heeft zijn verantwoordingsgebied. Alexandra bijvoorbeeld, zij is onze mol."

Hij hoeft niet uit te leggen wat dat is. Alexandra heeft een gevaarlijke baan, maar tegelijkertijd een van de belangrijkste. Dayo noemt niet nog meer namen en ze begrijpt dat ze daar verder niet naar hoeft te vragen.

Bewaard Lees dit verhaal GRATIS!