Hoofdstuk 13

1.2K 86 7


Is het nu het goede moment om in paniek te raken? Mag ze nu haar kalmte verliezen en gaan schreeuwen? Alles binnenin haar schreeuwt al, de rest van de wereld kan net zo goed meegenieten. Voordat ze echter haar mond kan opendoen, begint haar vader op zachte toon te praten.

"Kijk me aan, Kessia, ik wil dat je nu heel goed luistert en precies doet wat ik zeg, wanneer ik het zeg." Zijn stem is dwingend en met heel haar wezen grijpt ze vast aan de hoop die ze voelt oplaaien door zijn woorden.

"Er staat één man buiten de auto, de deuren zitten op dit moment op slot, dus we moeten wachten totdat de gouverneur terugkomt. De ramen zijn van buiten ondoorzichtig, dat is op dit moment in ons voordeel. We hebben één kans en zodra je buiten bent, moet je rennen, zo hard je kunt. Rennen totdat je bij de vrachtwagen bent en dan wil ik dat je instapt aan mijn kant en de auto start."

In haar hand voelt ze plotseling de vierkante vorm van de sleutelpas. "Pap?"

"Geen vragen, Kessia, ik weet niet hoeveel tijd we hebben. Ik ga nu op de passagiersstoel zitten en zodra ik buiten ben, klim jij in die stoel. Als ik roep, ga je rennen!"

"En jij dan?"

"Als ik roep, ga je rennen! Hoor je me?" Met zijn vrije hand grijpt hij stevig haar kin beet. "Je kijkt niet op of om, je schreeuwt niet, je roept niemand en je rent alleen. Zodra je de wagen gestart hebt, tel je tot tien, als ik er dan nog niet ben, begin je te rijden. Je weet hoe het werkt, Dat heb ik je geleerd. Je duwt je voet op het gaspedaal, je kijkt recht voor je uit en je rijdt!"

"Maar ... "

Haar vader laat haar kin los, haalt zijn andere hand van haar arm en klimt op de passagiersstoel.

Tijd om te protesteren krijgt ze niet meer. De plaats op haar arm waar haar vaders hand net nog kneep, tintelt en ze voelt hoe haar ogen vochtig worden door gebrek aan knipperen. Dit kan ze niet, ze kan dit niet. Ze kan niet rennen en haar vader alleen achter laten. En wat als hij niet binnen tien tellen achter haar aankomt?

Haar gedachten worden abrupt onderbroken door de deur die van buiten open getrokken wordt en voor ze het weet is haar vader verdwenen. Bevend klimt ze over de armleuning van de passagiersstoel, terwijl er buiten opeens van alles gebeurd. De lijfwacht van de gouverneur, die om de auto heen was gelopen om de deur voor zijn baas open te houden, draait zijn lichaam met een ruk om naar de plaats waar de man zo-even nog had gestaan. Ze kan niet goed zien wat er op de grond gebeurd, totdat ze half struikelend op de stoel beland. Haar jas blijft hangen en ze hoort het scheurende geluid van klittenband. Oh, nee. Wanneer ze omlaag kijkt om te zien of het boek niet uit de voering valt, hoort ze haar vaders schreeuw.

Met één hand om het boek in haar jas geklemd, zet ze zich af en vliegt de auto uit. Haar voet blijft steken achter iemand die op de grond ligt en ze valt. Haastig krabbelt ze overeind. Ze ziet een hand op zich afkomen en duikt aan de kant, dan zet ze het op een rennen.

De vrachtwagen komt op haar af als een levensreddende oase, maar als er een schot klinkt blijven haar voeten opeens achter een stuk lucht steken. Ze vergeet bijna haar handen uit te steken en haar wang schaaft over de harde grond als ze met een klap neervalt.

Waar is ze geraakt? Waar doet het zeer? Is er bloed? Ze voelt niets, maar haar oren suizen. Heel even kan ze zich niet bewegen, dan zet ze haar handen onder haar borst en kijkt ze liggend om. Haar vader had gezegd niet achterom kijken, nu weet ze waarom. Hij ligt op de grond. Ze herkent hem meteen. Hij is de enige die lichte kleren aanheeft. Er ligt nog iemand op de grond en de derde man is net bezig overeind te komen. Als het de schutter is, is ze er geweest.

Het is de gouverneur. Tenzij hij het schot heeft gevuurd, wat ze niet denkt, heeft ze nu precies één kans om op te staan en verder te rennen.

Kom op, Kes, roept ze zichzelf toe. Waar ze twee tellen eerder niets voelde, doet haar lichaam plotseling overal zeer. De schram op haar wang klopt en haar polsen branden waar ze de klap hebben opgevangen. Haar knie heeft blijkbaar een steen geraakt, want ook die voelt alsof er een mes in is gestoken. Haar val in de grot, bovenop de stapel boeken was een landing op veertjes vergeleken bij deze duik. Maar ze moet door, ze moet nu meteen overeind komen en hopen dat haar vader ook weer is opgestaan. Dat hij niet voor altijd in haar geheugen zal staat gegrift als een levenloos figuur dat naast een donkerblauwe auto op de zandgrond ligt. Dat mag niet.

Bewaard Lees dit verhaal GRATIS!